Een Amsterdamse liefdesgeschiedenis in oorlogstijd

Biografie Elisabeth Andersen (1920-2018) was een beroemde Nederlandse actrice. Nu is er een biografie, geschreven door een journalist die haar elke week bezocht toen ze al oud was. Het boek gaat vooral over haar grote liefde.

Elisabeth Andersen met Cees Laseur in 1947 in het toneelstuk State of the Union, de eerste productie van de Haagse Comedie.
Elisabeth Andersen met Cees Laseur in 1947 in het toneelstuk State of the Union, de eerste productie van de Haagse Comedie. Foto Uitgeverij Balans

Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde zich in Amsterdam-Zuid een geheime liefdesrelatie af tussen een jonge actrice en een zeven jaar oudere, Duitse intellectueel en kunstkenner die zijn geboorteland ontvluchtte om te ontkomen aan de Jodenvervolging. De man, Werner Muensterberger, dook bij de later beroemd geworden Elisabeth Andersen onder, verborgen onder een luik in de kruipruimte van het huis.

Elisabeth Andersen (1920-2018) geldt als een van de allergrootste actrices van het „gouden theatertijdperk” van de Nederlandse Comedie en de Haagse Comedie uit de jaren vijftig en zestig. Zij bezat, voor ons toeschouwers, een klassieke allure, een stem die de schouwburgzalen vulde met schoonheid en een ongekend taalgevoel. Ze verwierf als enige toneelspeelster drie keer de Theo d’Or, de hoogste toneelonderscheiding. Regisseur en collega-acteur Hans Croiset noemde haar eens „een godin, een uit de slaap houdend droombeeld” en „een weerbare, intelligente topactrice, als zij opkwam gebeurde er iets, ze verschoof de ruimte, haar aura was als een bulldozer”.

Brigit Kooijman: De oude actrice en ik of Het verborgen leven van Elisabeth Andersen. Uitg. Balans, 256 blz. € 21,99

Maar het is niet in de eerste plaats om de actrice Andersen dat journalist Brigit Kooijman haar in 2008 voor het eerst interviewde voor NRC. Andersen en Kooijman waren buurtgenoten in Haarlem-Zuid. Elisabeth Andersen was toen 88 jaar en van haar ouders hoorde Kooijman over haar verhalen die „romantische en kleurrijke beelden [opriepen] van een wereld die niet meer bestaat”. Theateracteurs waren in de naoorlogse tijd gevierde sterren en „dragers van hoogstaande cultuur”, aldus haar ouders, die toneelliefhebbers waren.

Uiteindelijk zou Kooijman, gewapend met recorder en notitieboek, tweehonderd uur met Andersen spreken, gedurende een periode van tweeëneenhalf jaar. Elke woensdagmiddag bezocht ze haar en nam slagroomtruffels mee.

Allesverzengende liefde

Brigit Kooijman heeft Andersen nooit zien spelen. Het is vooral die grote, allesverzengende liefde die de interviewster intrigeert. Die zou de kern van Andersens levensverhaal moeten worden. Het is nu opgetekend onder de titel De oude actrice en ik of Het verborgen leven van Elisabeth Andersen.

Lees ook De necrologie van Elisabeth Andersen uit 2018

De ‘ik’ uit de titel is nadrukkelijk aanwezig in het boek, waardoor het geen gangbare biografie is geworden. Eerder lijkt het of Kooijman zich spiegelt aan het turbulente toneelspelersbestaan van Andersen, zoals blijkt uit een zin als deze waarin ze de liefde van Andersen een „herkenbare” noemt: „Ik had precies dezelfde leeftijd toen ik verliefd werd op een oudere man, met wie ik intussen drieëndertig jaar samen ben. Zoals zij viel voor Werners gevoel voor kunst en literatuur, zijn brede levenservaring, en ervan genoot hoe ze dankzij hem nieuwe werelden leerde kennen, zo zag ik H. als mijn gids door de wereld en het leven. Als Elisabeth het heeft over haar eerste buitenlandse reis met Werner, kort na de oorlog, naar Parijs, een stad die ze niet kende en waar hij haar rondleidde, moet ik denken aan mijn eerste vliegreis, met H., naar Tunesië.”

Elisabeth Andersenen Werner Muensterberger in Londen, in de jaren 70. De foto is gemaakt door Hubert Nauta, haar jongste zoon. Foto uit ‘De oude actrice en ik’

Kooijman wil achterhalen welke keuzes Andersen in haar leven maakte en hoe die van invloed waren op haar levensloop. De oude actrice als gids voor de vrouw van begin vijftig. Meer dan een biografie lijkt het een vriendschapsboek met de uitvoerige gesprekken en de openhartige bekentenissen van Andersen.

Terwijl H. in het boek nauwelijks een rol speelt, krijgen Werner en Elisabeth, zoals de auteur hen bij de voornamen noemt, een minutieuze uitbeelding – daarbij gesteund door de fotoalbums, brieven en dagboeken die Andersen tijdens de gesprekken of ter voorbereiding raadpleegt. Er volgen intieme details, bijvoorbeeld over dat de geliefden „tijdens de onderduik bijna iedere avond vreeën” of dat de „oude actrice” bijna elke avond van Werner droomt, een man die ze „verafgoodde”.

Zij bezat een klassieke allure, een stem die de schouwburg vulde met schoonheid en taalgevoel

De liefde tussen het tweetal wordt door Kooijman met warmte en toewijding beschreven. Op elke bladzijde ervaar je als lezer hoezeer het tweetal elkaar genegen is en hoe zorgzaam ze voor elkaar zijn. Het zijn de mooiste passages uit het boek; over deze innige verbondenheid, zeker ook geestelijk. Het is met recht een grote liefde die, zeker voor Andersen, nooit zou mogen ophouden. Het liep echter anders. Muensterberg wilde een nieuwe toekomst in Amerika, en daarin was voor Elisabeth niet echt een plek. Werner vertrok naar New York, waar hij een praktijk begon als psychotherapeut, met James Dean als een van zijn patiënten. Andersens leven stortte in.

Ondraaglijke spanning

Het grootste deel van het boek beslaat de oorlogsjaren en de vaak ondraaglijke spanning waarin het tweetal leefde, aldoor „angst... angst... angst”. Tijdens de oorlog speelde Andersen door bij het Gemeentelijk Theaterbedrijf in de Stadsschouwburg. Met een arbeidscontract hoopte ze veilig te zijn, want als zij naar Duitsland gestuurd zou worden voor de Arbeitseinsatz, wat zou er dan met Werner gebeuren?

Avond aan avond, tot aan de Hongerwinter van 1944-1945, stond ze op het toneel, in stukken als Peer Gynt, Gijsbregt van Aemstel en Blauwbaard’s achtste vrouw. Na de oorlog was ze zich er terdege van bewust dat ze tot de „doorspelers” behoorde en niet tot de „weigeraars”.

Dat morele dilemma kon ze naderhand voor zichzelf verzachten „omdat doorspelende acteurs collectief een deel van hun salaris afstonden aan een steunfonds voor de weigeraars”. Op het toneel staan beschouwde ze als „This is heaven, I’m in heaven.”

Andersen en Kooijman lijken nog het meest op vriendinnen, van wie de een spreekt en de ander vooral luistert

Ze kreeg een uitnodiging voor de Haagse Comedie, waaraan ze zich tussen 1947 en 1974 ontplooide tot een grande dame die uitblonk in blijspelen, tragedies en societydrama’s. Als ze na afloop van een voorstelling in de tram naar huis ging, slingerde een stoet gillende meisjes op de fiets achter haar aan.

Ze huwde met de destijds legendarische acteur Jan Retèl, met wie ze twee kinderen kreeg, maar het geluk was van korte duur: Retèl was een alcoholist die zelfs een dodelijk ongeval veroorzaakte. Haar tweede huwelijk, met een huisarts, liep ook spaak.

Een mannenwereld

Elisabeth Andersen noemt toneel „een mannenwereld” en ze heeft hard moeten vechten voor haar positie. Als onafhankelijke vrouw had ze de zorg voor drie kinderen. Regisseurs van destijds waren alleenheersers. Toen ze eens opperde dat ze zelf wilde regisseren, lieten ze haar weten dat ze moest spelen en werd ze „weer het toneel op gekwakt”, zoals ze in 1984 in een levendig interview vertelde aan Ischa Meijer.

Kooijman legt de link met de #metoo-beweging, wanneer Andersen haar vertelt hoe toneelmannen als Ko van Dijk, Cees Laseur en Fons Rademakers haar vanuit hun machtspositie onheus bejegenden en betastten. De gretige vrouwenjager Van Dijk sloot zichzelf eens bij een feest bij hem thuis samen met haar op en dwong haar op de bank te gaan liggen. Andersen verzette zich fel.

Elisabeth Andersen in 1939, geportretteerd door Jan Kessler. Foto Uitgeverij Balans

Het is jammer dat het boek een fotokatern ontbeert, van Andersen en Werner samen bijvoorbeeld, maar ook van Andersen in haar glansrollen. Die foto’s zijn er echter wel. Kooijman roept de beelden in woorden op: van de verliefde Elisabeth en Werner, de hoofden vlak tegen elkaar gehouden. Of van Andersen als actrice, met altijd een superieure houding, haar „aura”. Vanaf begin jaren tachtig heb ik als recensent haar optreden gevolgd, bij gezelschappen als het Publiekstheater, Globe en het Nationale Toneel. Of ze nu een rauwe volksvrouw vertolkte, zoals Jeanne in Vrijdag van Hugo Claus, of dat ze speelde in een klassieke tragedie, een Shakespeare, Tsjechov of salonkomedie, altijd overheerste die uitzonderlijke combinatie van vakmanschap en expressie, van beheerste emotionaliteit. Alsof ze een geheim met zich meedroeg. Je dacht altijd dat ze alleen voor jou speelde. Zelf schreef ze voor NRC op 93-jarige leeftijd een gastrecensie met als cruciale zin: „Ingehouden spel wint het altijd.”

Maar daarover gaat het dus niet in dit boek. Ruim tweehonderd bladzijden lang lijken Andersen en Kooijman nog het meest op twee vriendinnen, van wie de een spreekt en de ander vooral luistert. Kooijman is wel deelgenoot van Andersens leven, het omgekeerde is nauwelijks aan de orde.

Maar dan gebeurt het: op de laatste bladzijden vindt een pijnlijke ommekeer plaats. Andersen krijgt inzage in het boek-in-wording en „eiste dat ik zou afzien van publicatie”, staat daar opeens. Ze roept de hulp in van een advocaat: ze wenst een „échte biografie” en niet alleen maar een boek over haarzelf en Werner. De laatste ontmoeting tussen Andersen en Kooijman was bij de advocaat, aan de keukentafel.

Die verzoeningspoging was vergeefs, maar tot een rechtszaak is het nooit gekomen. Het boek is nu wel verschenen. Wat is er gebeurd?

In een reactie laat de uitgeverij weten dat na de afwijzing door Elisabeth Andersen het boek „geheel anders is geworden, zoals Andersen dat zou hebben willen lezen” en dat „de kinderen akkoord gaan”. Kooijman zelf noemt haar houding als interviewster „eigengereid”. Ze wist Andersen keer op keer te sturen „waar ik haar wilde hebben”, zoals Kooijman schrijft over haar werkwijze. Over de aanpassingen in het boek laat ze zich behoedzamer uit. Andersens verzet leidde ertoe dat ze voor een meer „journalistieke vorm” heeft gekozen in plaats van de „verhalende non-fictie”. Inhoudelijk maakt dat niet echt veel verschil: de feiten blijven dezelfde.

Intussen blijft de lezer achter met verwarring en vragen: is het gerechtigd tweehonderd uur met een actrice op leeftijd te spreken, haar uitzonderlijke liefdesverhaal minutieus op te tekenen, en dat vervolgens prijs te geven aan de wereld, dus buiten haar wens?