Opinie

Een griezelig voorspellend boek uit 1936

Michel Krielaars

Het is 1936. Een dodelijk virus uit China waart door de wereld. Een handdruk is al genoeg om besmet te raken. Het virus is een vorm van melaatsheid, waardoor het lichaam van de patiënt in ontbinding raakt. Vooral mensen van rond de vijftig gaan eraan dood. Vaak tot opluchting van de jongeren, die er niet bevattelijk voor zijn. Opgeruimd staat netjes, denken ze, zelfs als het om hun ouders gaat. Want er is woningnood en ze hebben amper werk.

Een vaccin is er niet, hoezeer artsen en onderzoekers ook hun best doen. Maar dan ontdekt in een door een dictator geleid groot Europees land een onbeduidende dokter ineens een geneesmiddel tegen het virus. Die dokter wil het echter alleen aan de armen en de machtelozen verstrekken. De rijken en machtigen hebben het nakijken. Tot woede van de dictator, die op het punt staat een klein buurland binnen te vallen, maar door zijn arrogante gedrag ook besmet raakt.

Ik las het in het onlangs door Kees Mercks vertaalde toneelstuk De witte ziekte van de Tsjechische schrijver Karel Capek (1890-1938). Het ging in première in januari 1937 en werd nog hetzelfde jaar verfilmd. Tsjechoslowakije stond in die dagen onder grote druk om het door etnische Duitsers bewoonde Sudetenland aan nazi-Duitsland af te staan. Na de ondertekening, in augustus 1938, van het door de Britten, Fransen en Italianen met Hitler gesloten Verdrag van München – waarmee Tsjechoslowakije werd verraden om een oorlog te voorkomen – gebeurde dat ook. Een half jaar later zou de rest van Tsjechoslowakije door de nazi’s worden opgeslokt.

Capek, die vaak genoemd werd als kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur, was een visionair schrijver. Hij past zo in het rijtje H.G. Wells, George Orwell en Albert Camus. In De witte ziekte manifesteert hij zich als een pacifist en anti-utopist. Het virus gebruikt hij als metafoor voor het zich steeds verder over Europa verbreidende nationaal-socialisme.

Behalve door Charlie Chaplin heb ik de grootheidswaan van een dictator zelden zo goed verbeeld gezien als door Capek. In de Maarschalk, zoals hij de dictator in zijn toneelstuk noemt, herkende ik zowel de Wit-Russische president Loekasjenko als Donald Trump, vooral als ze de dodelijke aard van het virus ontkennen. Het maakt De witte ziekte griezelig actueel.

En dan is er nog het grootkapitaal, in de persoon van wapenfabrikant baron Krüg, wiens zoon met de dochter van de Maarschalk is getrouwd. De elite dus, die alles doet om de machthebber te behagen, in ruil voor privileges.

Behalve dat Capek laat zien dat dictators en hun paladijnen in alle tijden hetzelfde gedrag vertonen, beschrijft hij hoe het volk vaak achter de grootste schreeuwlelijk aanholt. Zo laat het zich in De witte ziekte door het oorlogsgebral zo opjutten dat het liever vandaag dan morgen ten strijde wil trekken.

De kleine dokter is de held in De witte ziekte. Door te weigeren zijn medicijn aan de Maarschalk en baron Krüg te geven, wil hij hen dwingen om van de oorlog af te zien. Als dat hem uiteindelijk lukt, nadat de Maarschalk zich door een handdruk van baron Krüg heeft laten besmetten, is het te laat. Het volk is dan al zo opgehitst dat het van geen vrede wil weten.

Capeks waarschuwing voor dat agressieve volk is iets om te onthouden. Juist daarom heb ik zo’n grote bewondering voor de Wit-Russen, die sinds een maand weigeren om achter de dictator aan te lopen en diens knoet niet schuwen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.