Opinie

Demonstrant moet afstand nemen van extremisten

Coronademonstraties

Commentaar

De 38.000 demonstranten die zaterdag in Berlijn bijeenkwamen om tegen de coronamaatregelen van de Duitse regering te protesteren, waren van een caleidoscopische pluriformiteit. Naast naar schatting tweeduizend rechts-extremisten met zwart-wit-rode Reichsflaggen zongen groepjes christenen ‘Halleluja’ en pleitten yogi’s op hun matjes tegen vaccins en voor de liefde. Op spandoeken werden DeepState-samenzweringsfantasieën van QAnon verkondigd, naast uitspraken van verzetsstrijder Sophie Scholl, politiek filosofe Hannah Arendt en een vier meter hoog portret van Mahatma Gandhi.

Het protest, op initiatief van de Stuttgartse ‘dwarsdenkers’ ‘Querdenken 711’, diskwalificeerde zich in zijn geheel door te eindigen op de trappen van de Rijksdag en de poging het gebouw te bezetten.

Ook in Nederland worden coronasceptische sentimenten vertolkt door een uiteenlopend gezelschap, waarvan de extreemste stemmen vaak de luidste zijn, en mogelijk ook het meest mediageniek. Zo portretteerde NRC dit weekend een van de betrokken coronademonstranten die na afloop van het protest van 23 augustus bij het Binnenhof CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt belaagde, onder meer met de woorden ‘Ik zal je doodslaan’. De andere demonstranten die in de reportage aan het woord kwamen, konden evenmin op veel redelijkheid worden betrapt.

In reactie op de demonstratie in Berlijn schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat van een breed gedragen sentiment tegen de coronamaatregelen geen sprake is. Volgens een peiling van Forschungsgruppe Wahlen keurt 60 procent de coronamaatregelen goed, vindt 28 procent dat de maatregelen strenger zouden moeten zijn en vindt slechts 10 procent de maatregelen buitenproportioneel. Daarom, concludeerde de Duitse krant, kan men zich dus maar beter concentreren op de problemen waar het virus regeringen wereldwijd nog mee zal confronteren dan zich te richten op marginale demonstranten en relschoppers.

Toch is het met oog op de lange adem van het virus de vraag of de zo gemêleerde groep van coronademonstranten geheel genegeerd moet worden. Natuurlijk, de corona-onvrede is als een sneeuwduin voor andere ongenoegens. Maar nu het virus aanhoudt moet over de maatschappelijke dilemma’s waar Covid-19 mee confronteert op een ander plan worden gedebatteerd. Daarbij is het aan de critici van het coronabeleid zelf om zich op een redelijke manier in het debat te mengen of te demonstreren, en daarbij afstand te nemen van extremisten die de demonstraties keer op keer voor hun eigen agenda inzetten. Zoals Wolfgang Schäuble, voorzitter van de Bondsdag, zei: het is ieders verantwoordelijkheid je niet als instrument te laten gebruiken voor de doelen van rechts-extremisten, of anderen die dreigen met geweld.

Op een spandoek op het Malieveld was te lezen: „Eenieder die de grondwet niet respecteert is een fascist!”. Uit Berlijn kwam de foto van een bord met de tekst: „Schon vergessen wohin blinder Gehorsam bereits mal geführt hatte? Denken statt folgen” [sic]. De demonstranten doen het voorkomen alsof de mainstream blindelings volgt, en noemen het fascisme. Voor hen is de wereld ingedeeld in ‘vrijheidsstrijders’ en volgzame schapen, in blije knuffelaars en angstige anderhalvemeterprofeten. Covid-19 zal nog maanden zijn stempel op de samenleving drukken, en kritiek op het beleid is noodzakelijk – maar die moet de simpele dichotomie die de demonstranten scheppen ontstijgen.