De daling van veengronden is ‘ecologisch en economisch onverantwoord’

Bodemdaling Het Rijk moet het voortouw nemen tegen de voortschrijdende bodemdaling, schrijft de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur.

Door de bodemdaling neemt de biodiversiteit af en het risico op overstromingen toe.
Door de bodemdaling neemt de biodiversiteit af en het risico op overstromingen toe. Foto Michiel Wijnbergh

Aan de almaar voortschrijdende bodemdaling in landelijke veenweidegebieden moet zo snel mogelijk een einde komen. Het kabinet moet een reductie van de bodemdaling van 50 procent wettelijk vastleggen in 2030; daarna moet worden gestreefd naar een reductie van 70 procent in 2050. Dat schrijft de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur in een donderdag verschenen advies.

De bodem van veenweidegebieden in het Groene Hart, in Noord-Holland en in Friesland en Overijssel daalt al jaren gestaag, doordat water aan het veen wordt onttrokken om er efficiënt te kunnen boeren; zo daalt in het Groene Hart de bodem jaarlijks met circa één centimeter. Door de ontwatering komt het veen droog te staan en wordt het door oxidatie afgebroken. De bodemdaling wordt nog eens versterkt door de klimaatverandering; hogere temperaturen versterken de afbraak van veen.

Lees ook hoe Nederland de afgelopen duizend jaar zes meter zakte

Dit kan zo niet doorgaan, meent de Raad in zijn advies, getiteld ‘Stop bodemdaling in veenweidegebieden’. Voortgaan op het pad van de ontwatering is „economisch, ecologisch en maatschappelijk onverantwoord”. Al twintig jaar wordt er gepraat over maatregelen en experimenten. „Toch blijft grootschalige uitvoering van een aanpak van bodemdaling vaak nog achterwege”, schrijft de Raad. „Ingrijpende beslissingen schuift men liever voor zich uit. De pilots blijven in een experimenteerfase hangen. Op lokaal niveau vinden partijen telkens opnieuw het wiel uit.” Het Rijk moet volgens de Raad het voortouw nemen.

Verzilting van het water

De gevolgen van de bodemdaling zijn groot. De biodiversiteit neemt af en het water in natuurgebieden zoals in het Groene Hart loopt weg naar de omgeving. Ook neemt het risico op overstromingen toe, wat nog eens wordt versterkt door de zeespiegelstijging. Bij aanhoudende bodemdaling is er bovendien meer kans op verzilting van het water en het ‘opbarsten’ van dieper gelegen grondwater. Ook komt bij het verdwijnen van veen veel CO2 vrij, terwijl Nederland zich juist heeft verbonden aan het doel CO2 fors te reduceren. Zonder maatregelen zouden de veenweidegebieden, door de aanhoudende oxidatie van het veen die nu tussen de vier en zeven megaton per jaar bedraagt, in 2050 „bijna de helft of meer” van de dan nog toegestane hoeveelheid CO2 -emissie verbruiken.

Lees ook de reportage: In Zevenaar verzakken de huizen. Straks ook elders in het land

Een grondwaterstand van twintig centimeter onder het maaiveld zou veel ellende besparen, stelt het advies. De verhoging van de grondwaterstand betekent wel dat boeren minder intensief kunnen produceren; zo zullen er veel minder koeien per hectare op het land kunnen staan, en zullen ze langer op stal moeten. Het is „mogelijk en wenselijk” om te blijven boeren op de veenweidegebieden, aldus de Raad, maar de boeren zullen wel hun werkwijze moeten veranderen, door bijvoorbeeld lichtere machines en lichter vee te gebruiken, en door het gebruik van meer veevoer om de teruglopende grasopbrengst te compenseren, of alternatieve bedrijfsvoering, zoals inkomsten uit zonneweides, biomassaproductie, natuur en recreatie. Daarbij zullen de boeren moeten worden geholpen, meent de Raad, „financieel en met kennis”.