Brieven

Brieven 3/9/2020

euthanasie

Toekomstig lijden telt

Klaas Rozemond pleit tégen euthanasie bij wilsonbekwaamheid op basis van een wilsverklaring maar vóór verruiming van de mogelijkheid van euthanasie bij (nog) wilsbekwame dementerenden (Euthanasie demente ouderen kan veel beter in een vroeg stadium, 1/9). Maar die ruimte is er al lang en wordt ook bevestigd door de commissies die euthanasie achteraf beoordelen. „De angst voor in het verschiet liggende achteruitgang (...) kan voor de patiënt een bepalende factor bij het lijden zijn” (Code of Practice 2018, de samenvatting van de ‘jurisprudentie’ van de toetsingscommissies). Specifiek wordt in dit verband voortschrijdende dementie genoemd. Met andere woorden, anticiperend lijden is óók lijden. En geldt dat eigenlijk niet voor iedereen die een slopende ziekte heeft? Verder bespeurt hij willekeur in de omgang van artsen met euthanasie. Ook dat is geen nieuws: doordat euthanasie tot niet-normaal medisch handelen is verklaard is geen enkele arts er toe te verplichten. Met andere woorden: elke arts kan zelf bepalen of en in hoeverre hij aan een euthanasieverzoek wil meewerken. Willekeur in optima forma! Ook is hij van mening dat artsen moeten luisteren naar de wil en het lijden van de patiënt. En die niet moeten interpreteren. Is dat niet een uitnodiging tot „U vraagt en wij draaien?” Een arts moet nagaan of aan de zorgvuldigheidscriteria die de wet stelt voldaan is en moét dus wel een oordeel vormen over de ernst van het lijden. De Hoge Raad gaf terecht aan dat de arts „alle omstandigheden van het geval” mee moet wegen, moet interpreteren dus. Diezelfde Hoge Raad vernietigde het tuchtrechtelijk oordeel maar vergat de verplichting tot het bespreken met de (wilsonbekwame) patiënt mee te nemen. Dat is jammer, maar meer dan een omissie kan dat niet zijn. De mogelijkheid tot euthanasie op basis van een wilsverklaring veronderstelt immers rechtstreeks dat zinvolle communicatie met de wilsonbekwame patiënt onmogelijk is geworden. En tot het onmogelijke kan niemand verplicht worden, zelfs de dokter niet.


klinisch geriater n.p.

Onderwijs

Je kost veel meer

In Brieven (2/9) beklaagt Wytske van Haga zich over de kwaliteit van het digitale onderwijs dat zij krijgt als masterstudent Civiel Recht. „Als dit de kwaliteit wordt van mijn onderwijs”, wil Van Haga haar collegegeld van 2.143 euro terug. Als ik me, als oud-decaan, niet vergis, kost zo’n studie de overheid jaarlijks een slordige 22.000 euro. Het door Wytske teruggeïste bedrag is daarbij vergeleken maar een schijntje en dekt zelfs de kosten van digitale colleges niet eens.

Schelpenpad

Beton geeft niet mee

Veel provincies passen tegenwoordig beton toe bij recreatieve fietspaden, en op het eerste gezicht terecht: het rijdt lekker en het is duurzaam in de zin dat het weinig onderhoud vergt – wat overigens niet geldt voor de productie (Schelpenpaden op de Wadden zijn doodlopende weg, 28/8) . Er is echter één grote maar: beton is veel minder ‘vergevingsgezind’ dan een meer natuurlijke ondergrond. Op een schelpenpad stuur je iets de berm in, om een tegenligger te laten passeren of om in te halen; op een betonpad gaat dat vaak niet. Dat betekent dat een betonpad om te beginnen al breder uitgevoerd moet worden dan een schelpenpad. Verder kunnen, door de inwerking van wind en neerslag, niveauverschillen ontstaan tussen het betonpad en de berm, waardoor je voorwiel enkele decimeters omlaag kan klappen bij een stuurfout; gecombineerd met de ‘terugstuur-reflex’ van fietsers kan dit heel naar aflopen. Eén en ander betekent dat je die bermen regelmatig moet ophogen en als je dat, zoals Natuurmonumenten voornemens lijkt, moet doen met schelpen, ben je mogelijk precies even ver als thans.

Correcties/aanvullingen

Systeemplafond

In het stuk Wat gebeurt er boven het systeemplafond? (29/8, p. W14-15) stond dat de norm voor verse lucht in scholen volgens het Bouwbesluit Bestaande bouw 21,6 m3 verse lucht per persoon per uur is. Dit klopt niet, het moet 12,4 m3 zijn.