Advocaten slijpen messen na de bruiloftsfoto’s en Grapperhaus’ verweer

Coronaregels Als minister Grapperhaus zonder gevolgen de coronaregels mag overtreden, waarom de ‘Schiedamse taartjeseters’ dan niet? „Dit raakt aan het verbod op willekeur”, stelt hun advocaat.

Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) tijdens een werkbezoek aan boa’s in Hilversum.
Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) tijdens een werkbezoek aan boa’s in Hilversum. Foto Koen van Weel/ANP

De ouders stonden in april met gebakjes voor de deur. Moeder was net geopereerd aan haar heup en kon de trap niet op, dus besloot het viertal de gebakjes op te peuzelen in de tuin van de Grote of St.-Janskerk in Schiedam, op anderhalve meter afstand. Maar toen kwamen de handhavers en die slingerden hen op de bon op basis van de noodverordening rondom corona, wegens samenkomst: 390 euro per persoon.

Ook de ‘Schiedamse taartjeseters’, zoals ze in de media zijn gaan heten, hadden afgelopen week de foto’s gezien van de bruiloft van minister Ferdinand Grapperhaus. Daarop nam hij het niet zo nauw met de door hemzelf opgestelde coronaregels. „Tja, leg dat maar eens uit aan mijn cliënten”, zegt Frank van Ardenne, hun advocaat. Hij stuurde namens een tiental beboete cliënten de minister van Justitie en Veiligheid vorige week een aangetekende brief. Boodschap: als de minister de regels mag overtreden zonder gevolgen, waarom zij dan niet? „Dit raakt aan het verbod op willekeur.”

Zo zijn er meer strafrechtadvocaten die na de bruiloftsfoto’s én Grapperhaus’ verweer in de Tweede Kamer, de juridische messen slijpen. Advocaat Justin Kötter staat honderdvijftig cliënten met een coronaboete bij. Daaronder een aantal groepen. „Maar geen enkele groep was zo groot als die van Grapperhaus.” Advocaat Max den Blanken staat acht vrienden bij die op Koningsdag een boete kregen wegens onvoldoende afstand. „Volkomen onterecht, ik was er zelf bij.”

Den Blanken bekeek het Kamerdebat en constateerde dat er „nogal wat ruimte zit” tussen Grapperhaus’ eigen verweer en wat hij in de wet over de coronaregels heeft opgenomen. Zo begon de minister over een ‘drieslag’ die bij overtreding zou gelden: eerst aanspreken, dan waarschuwen, dan pas een boete. Den Blanken: „Nou, zo is dat bij mijn vrienden niet gegaan.” Kötter: „Een waarschuwing? Die heb ik in geen enkele zaak gezien.”

En dan Grapperhaus’ verweer dat hij de regels „niet intentioneel” had overtreden. „Intentioneel? Dat is, met alle respect, juridische kletskoek.” zegt Den Blanken. „Mijn cliënten zijn beboet wegens een overtreding, geen misdrijf, vergelijkbaar met door rood licht rijden. Dan speelt de intentie geen rol.”

Lees ook: Redde koehandel in ‘genade’ Grapperhaus?

Er zijn nog heel wat messen te slijpen. Op 28 juni, de laatste peildatum, waren door boa’s en agenten 22.820 overtredingen opgetekend wegens overtreding van noodverordeningen rondom corona, veelal samenkomst of onvoldoende afstand houden. Het Openbaar Ministerie had toen 15.530 strafbeschikkingen uitgevaardigd. De rest moest nog worden behandeld of ging terug naar verbalisanten wegens onvoldoende bewijs. Tegen de beschikkingen werd 3.014 keer verzet ingesteld. Die zaken zullen, tenzij de officier van justitie ze intrekt, worden voorgelegd aan de rechter. De eerste zitting staat al gepland: 28 september.

Grapperhaus liet in het Kamerdebat al weten te willen kijken naar de mogelijkheden om de justitiële aantekening als gevolg van zo’n boete te schrappen – de Kamer is unaniem vóór. Ook suggereerde hij te onderzoeken de boete te verlagen tot onder de 100 euro: dan volgt sowieso geen aantekening.

Voor Frank van Ardenne gaat dat niet ver genoeg. In zijn ogen duren de noodverordeningen al te lang om als wettelijke basis te kunnen dienen. Bovendien zijn ze onduidelijk en willekeurig. Hij riep de minister in zijn brief op om het Openbaar Ministerie een aanwijzing te geven over te gaan tot een generaal pardon: alle boetes wegens vermeende overtreding van de coronaregels zoals vastgesteld in de noodverordeningen, zouden moeten worden herzien. Van Ardenne: „Ik heb nog geen antwoord gehad”.

Een generaal pardon? Zo’n vaart zal het niet lopen, verwacht Henny Sackers, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit. „Er zijn verschillende grondslagen waarop de boetes zijn gebaseerd: noodverordening, negeren van een ambtelijk bevel. Je zult dat eerst preciezer moeten bekijken.”

Meest „kwestieuze” punt van de coronaregels is de onduidelijkheid, zegt Sackers. Vooral bij boetes uitgedeeld rond de eerste golf, toen niet alle noodverordeningen helder waren. Veel regels zijn bovendien opgesteld op basis van weinig bekende wetgeving. „De wet publieke gezondheid en de wet veiligheidsregio’s lagen nou niet bepaald op het nachtkastje van iedere jurist.”

Een minister die zijn eigen regels overtreedt: klinkt als een sterk pleidooi als de boetes straks worden aangevochten voor de rechter. Maar die kijkt niet naar het „politiek geharrewar”, zegt Sackers. „Die toetst alleen: is het feit gepleegd en wat is de strafmaat?”