Opinie

Mooi ben je eigenlijk zeg

Claudia de Breij

Na maanden ‘rare tijd hè?’ tegen elkaar te hebben gezegd, ontdekten wij afgelopen zomer een nieuwe gemeenplaats om iedere conversatie mee dood te slaan, namelijk: ‘Wat is Nederland eigenlijk mooi hè?’

Zeeland, met haar schone stranden en vriendelijke horecapersoneel, daar kon geen Côte d’Azur tegenop. De Achterhoek, met haar ruime bossen. Net Canada, maar dan zonder die tweetalige gekkigheid. Je kunt de locals gewoon verstaan! Of nou ja, bijna dan.

Bergen, Schoorl, Noord-Hollands glorie, meer kakkers in dure merkkleding op een vierkante kilometer dan in heel Biarritz en Gstaad bij elkaar, maar dan gezellig.

Zou je pas kunnen zien hoe mooi Holland is wanneer je met de ogen van de buitenstaander kijkt?

Wij fietsten door de Apeldoornse bossen (ik zal nooit meer iets onaardigs zeggen over pensionados met een e-bike want fucking hell wat zijn die heuvels steil. Daar moest 50PLUS nou eens wat aan doen) en we genoten. Zo prachtig daar. ‘Als dit Italië was, zouden we hier een selfie maken’, verzuchtten we bij een beeldschoon landschap.

Dan de Hoge Veluwe, dat vonden wij nét de Zuid-Afrikaanse savanne. Paar wilde dieren erin en je bent er. Beekse Bergen op de route naar het Kröller-Müller Museum, waarom niet? Laat heel de Apenheul erin los en maak er één toeristische totaalbeleving van. Geen subsidie meer nodig. Zo komen de kunsten de coronacrisis wel door.

‘Mooi is Nederland eigenlijk hè?’ Ineens zagen we het. Of zou het komen doordat je gewoon nergens anders heen kan? Als je niet over de heuvels mag, zou het gras dan ineens níét groener zijn aan de andere kant?

Als André van Duin en Janny van der Heijden op een boot door Hollands rivieren, vaarten en kanalen, zo intens tuttig en bejaard gelukkig beleefden wij de zomer van 2020. Soms vergat je zelfs heel even dat alles helemaal kut was, maar dan stond er een looprichtingspijl op de grond en dan wist je het gelukkig weer.

Maar toch. De pandemie, de stervende democratieën wereldwijd waren soms even heel ver weg door het mooie, lieve Nederland. You don’t know what you got till it’s gone zong Joni Mitchell, maar misschien is het wel till you have nowhere else to go.

Zo moest ik de afgelopen maanden ook vaak denken aan al die arme sloebers met een buitenechtelijke affaire. Dankzij de intelligente lockdown aan huis gekluisterd en ver van verboden afspraakjes, hotelkamers en uit de hand gelopen vrijdagmiddagborrels. Zit je, met je intelligente cockdown. Allemaal verplicht binnen, bij moeder de vrouw of vader de man.

Zou het dan óók werken? Dat je naar je eigen echtgenoot kijkt als naar de Drentse Hei of Friese Meren en ineens denkt: ‘Mooi ben je eigenlijk zeg.’