Ineens 5.000 sociale woningen minder in Rotterdam

Rotterdam Rotterdam heeft minder goedkope woningen dan gedacht. Geen reden om het woningbeleid te herzien, zegt wethouder Kurvers.

Rotterdam-Zuid, het stadsdeel met veel sociale woningen waar de gemeente de komende jaren het meest wil ingrijpen in de woningvoorraad.
Rotterdam-Zuid, het stadsdeel met veel sociale woningen waar de gemeente de komende jaren het meest wil ingrijpen in de woningvoorraad. Foto Siebe Swart

Het terugdringen van goedkope woningen in Rotterdam gaat veel sneller dan verwacht – ook onbedoeld. Uit nieuwe tellingen blijkt dat de gemeente in 2017 al 5.000 mínder sociale woningen had dan oorspronkelijk was berekend. Daarnaast zijn in twee jaar 4.100 goedkope woningen verdwenen door sloop, renovatie, verkopen en stijgende huren en koopprijzen. In totaal gaat het om een daling van 9.100 sociale woningen sinds de vorige telling in 2017.

Dat blijkt uit de voortgangsrapportage van de ‘Woonvisie’ over 2019 die donderdag is gepubliceerd. Met dit beleid wil het college (VVD, GroenLinks, D66, PvdA, CDA, ChristenUnie-SGP) meer midden- en hogere inkomens trekken en „meer balans” in wijken brengen. In 2030 moet het aantal sociale woningen met 13.500 zijn gedaald, van 67 naar 57 procent van alle woningen in de stad.

Met nog tien jaar te gaan, gaat het dus hard met het Rotterdamse woonbeleid. Zeker nu er 5.000 sociale woningen minder blijken te zijn, volgens herberekening van adviesbureau ABF in opdracht van de gemeente.

‘Ontzettend groot getal’

Dat is „een ontzettend groot getal”, erkent VVD-wethouder Bas Kurvers (bouwen en wonen). „Maar het is niet zo dat er ineens 5.000 woningen minder in de stad staan. Ze worden nu alleen anders gecategoriseerd.”

Onder ‘sociaal’ verstaat Rotterdam niet alleen huurwoningen van woningcorporaties. Ook vrije huurwoningen tot de huurtoeslaggrens van 737 euro en koopwoningen met een woz-waarde tot 174.000 euro gelden als betaalbaar – en dus sociaal.

Van die particuliere huur- en koopwoningen (in 2017) vallen bijna 8.000 uiteindelijk niet meer onder de noemer ‘sociaal’, concludeert ABF nu. Tegelijkertijd blijken Rotterdamse corporaties bijna 2.900 woningen méér te hebben dan was berekend. Per saldo waren er in 2017, aan het begin van de Woonvisie, zo 5.000 sociale woningen minder dan eerst gedacht.

Lees de reportage De sloop van een buurt die nog niet ‘op’ is

De reden is dat eerst met voorlopige en nu met definitieve cijfers is gerekend, er andere data zijn gebruikt en er nauwkeuriger is gekeken. „Dat leidt tot mutaties”, zegt Kurvers. Een rekenfout wil hij het niet noemen.

De nieuwe cijfers moeten ook helderheid brengen in de discussie in de gemeenteraad en met corporaties over de Woonvisie. „De werkelijkheid is dat iedereen zijn eigen rekensom maakt”, verzuchtte burgemeester Aboutaleb vorig jaar in een debat.

Het Rotterdamse woonbeleid is omstreden, omdat het ‘armen de stad uit zou jagen’. Daarbij is er woningnood: het landelijke woningtekort liep vorig jaar op tot 294.000. Ook in Rotterdam steeg het aantal woningzoekenden de laatste drie jaar sterk van 45.500 naar bijna 72.000. Vooralsnog zijn de wachttijden voor sociale huurwoningen wel nog lager dan in de regio en andere grote steden.

Een inclusieve stad is ook voor penthousebewoners

Bas Kurvers wethouder

Asociaal beleid?

Is de Woonvisie geen asociaal beleid? „Nee”, zegt Kurvers. „Met te veel sociale huur in één wijk krijg je een cumulatie van problemen. Een inclusieve stad is óók voor starters, middeninkomens die groter willen wonen of voor wie een penthouse wil.”

Om de woningnood tegen te gaan, wil Rotterdam 50.000 woningen erbij bouwen tot 2040 – al ligt de bouw nu achter op schema. Het college wil vooral meer woningen in het middensegment (huren tot 1.040 euro, nieuwbouw tot 310.000 euro) erbij. Met omliggende gemeenten is eerder een akkoord gesloten om daar meer sociale huurders te huisvesten, zoals in Lansingerland en Barendrecht.

In de herijkte ‘Gebiedsatlas’ van Rotterdam, die donderdag is gepubliceerd, staan voor het eerst ook wijken met nog te weinig woningen in het sociale en middensegment, zoals Hillegersberg, Kralingen en Centrum. „Hier zullen we met ontwikkelaars in gesprek moeten gaan en onderhandelen, want de bouw van sociale en middenwoningen is onrendabel.”

De snelle afname van sociale woningen is in elk geval geen reden om vaart te minderen met de Woonvisie, zegt Kurvers. „We moeten het woningaanbod ieder jaar goed monitoren. Maar dit is juist de bedoeling.”