Walter van den Berg schrijft met treffende details over het volk

De eerste bladzijde Eén zin op de eerste bladzijde van een boek dat deze maand verschijnt. Deze keer: hoe Walter van den Berg met een paar details zijn personages neerzet.

Je ziet zo’n karige keuken voor je, met een la waar de gepropte tasjes uit puilen. We zijn in een flatje, en de hoofdpersoon heeft ‘plastic tasjes in haar handen voor spullen, maar god, wélke spullen’. Er is een drama gaande – de beginzin van Ruimte laat dat meteen zien: ‘De tweede keer dat ze weggingen hadden ze nergens meer om heen te gaan.’ Halsoverkop het huis uit, een agressieve man dreigt haar te achtervolgen.

De pijnlijkste troosteloosheid zit vervolgens in het aantal tasjes waar ze haar hebben en houwen in stopt. Vier. Waarvan twee voor ‘haar jongen’ – een formulering die haar moederlijke verantwoordelijkheid benadrukt, en haar iets volks geeft; het herinnert aan het hazesiaanse ‘kleine jongen’.

Walter van den Berg schrijft over het volk en hij is geen schrijver die bijzondere woorden uit de kast trekt om zijn personages neer te zetten. Die zouden ook niet bij hen passen. Hij noteert een paar details, zoals die tasjes, waar meteen hun situatie in vervat ligt. Ze zijn meteen tot leven gekomen.

Ruimte verschijnt eind deze maand bij Hollands Diep.