Reportage

Na die ‘horrornacht’ op de IC werd het niet meer rustig

Documentaire De documentaire Positief getest reconstrueert hoe een Tilburgs ziekenhuis eind februari werd overvallen door het nieuwe coronavirus. Dinsdagavond keken medewerkers naar de film.

De première van Positief getest, dinsdagavond in de Euroscoop in Tilburg, werd bijgewoond door ruim honderd mensen, voornamelijk zorgverleners.
De première van Positief getest, dinsdagavond in de Euroscoop in Tilburg, werd bijgewoond door ruim honderd mensen, voornamelijk zorgverleners. Foto Merlin Daleman

Rieneke Snels zit vanavond in de grote bioscoopzaal omdat ze de coronaperiode nog niet heeft afgesloten. Ze verpleegde maandenlang coronapatienten in ad hoc samengestelde spoedteams. En toen, in mei, bleek ze het zelf te hebben opgelopen. Twee weken was ze „van de wereld”, zo ziek. Ze is er ook om de collega’s weer te zien die ze kwijt was. Verpleegkundigen met wie ze een paar maanden intensief had gewerkt maar die ze helemaal niet kende en van wie ze het telefoonnummer niet eens had. Ze heeft ze gevonden.

Ruim honderd mensen zagen dinsdagavond de première van de documentaire Positief getest in de Tilburgse bioscoop Euroscoop. De film reconstrueert hoe het Tilburgse Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis eind februari werd overvallen door het nieuwe coronavirus. De eerste officiële coronapatiënt van Nederland (een ondernemer uit Loon op Zand) komt aan het woord, net als twee andere patiënten die Covid-19 overleefden, verpleegkundigen, artsen en de leiding van het ziekenhuis die de zorg tijdens de coronacrisis moesten organiseren.

In totaal nam het Elisabeth-TweeSteden 600 positief geteste coronapatiënten op; 140 van hen overleden. Duizenden andere Tilburgers waren in de periode na carnaval besmet, maar in de eerste paar maanden van de crisis waren er te weinig tests waardoor alleen de allerzieksten geturfd werden. Nog eens 800 ernstig zieke coronapatiënten werden eind maart en begin april uit heel Brabant vervoerd naar intensive cares in de rest van Nederland.

Naderend onheil

De documentaire laat zien hoe het ziekenhuis zich in februari voorbereidde op het naderend onheil uit Italië. Al voelde dat toen nog „ver weg”, zoals spoedeisende hulparts Sabine Wittens in de film zegt. „Ook al is Italië heel dichtbij”. Zorgmanager van het ziekenhuis Robert Janssen: „We keken meewarig naar Italië. Niet in de gaten hebbende dat we aan de rand van hetzelfde stonden.”

Het applaus op straat, op 17 maart, deed het personeel goed, vertelt Wittens. Maar een paar dagen later, op 21 maart, werd de situatie heel „onwerkelijk”. Die nacht was er „opeens een soort ontploffing”, herinnert intensivist Desiree Burger zich voor de camera’s. „Het ziekenhuis stroomde vol – de ene na de andere coronapatiënt.” Wittens beschrijft een „horrornacht”. „Iedereen is op de intensive care aan het helpen geweest. We waren vier, vijf zes patiënten tegelijk aan de beademing aan het leggen.”

Het werd niet meer rustig, laat de documentaire zien. Wittens: „We hadden patiënten die vier weken lang op de buik lagen, aan de beademing. Je zag alleen een plukje haar.” Het moeilijkste, vond Désiree Burger, waren de beperkingen door de besmettelijkheid van het virus. „Er mocht maar één familielid bij, een half uur per dag. Terwijl die patiënt vecht voor zijn leven. Dat is bijna onmenselijk.”

In de zaal, op anderhalve meter van elkaar, reageren de zorgverleners kalm op het zien van de heftige beelden die zij al lang kennen. „Het is prettig om alle gebeurtenissen voor het eerst op een rij te zien”, zal spoedeisende hulparts Sabine Wittens na afloop zeggen.

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
In de zaal, op anderhalve meter van elkaar, reageren de zorgverleners kalm op het zien van de heftige beelden die zij al lang kennen.
Foto’s Merlin Daleman

In de film komt ook ziekenhuisdirecteur Bart Berden aan het woord, die ook voorzitter is van alle acute zorg in Brabant. Hij vertelt dat ze „op een goed moment, vóór 17 maart, zijn gaan modelleren in Brabant”. „De getallen lieten zien dat we het nooit zouden redden met de huidige capaciteit. De stijgende lijn was precies zoals in Italië. Dat riep echt angst op. (…) Ik had dagelijks contact met de top van VWS, maar ze wilden niet aan die cijfers. We zijn in de media gaan zeggen dat we ons grote zorgen maakten. En tóen vroeg VWS of ze onze prognoses konden leggen naast die van het RIVM. Conclusie: we kunnen er geen speld tussen krijgen. Daarna is er omslag gekomen.”

Intensivist Burger stelde zich op een goed moment de vraag: „Wat als we moeten kiezen: wie wel, wie niet? We hebben toen met elkaar besloten: dát gaan we niet doen. Tenzij de minister afkondigt dat we het móéten doen.” De ernst van de crisis werd zorgmanager Janssen ook duidelijk. „Een intensivist zei: ‘Er zijn al patiënten die zeggen ‘geef mijn bed maar aan iemand anders’.”

Geestelijk verzorger Mustafa Bulut werd erbij geroepen als een patiënt dat wilde: „De vraag die telkens terug kwam: ‘ga ik dit overleven? Als dag tien komt, ben ik dan foetsie? Die onmacht. Niks geeft garantie bij corona. Niks.”

Na afloop van de première van de documentaire is verpleegkundige Rieneke Snels opgelucht. „Ik heb maanden op de post-intensive care gewerkt en alleen dat stuk gezien. Je zit erin en gaat maar door. Nu zie ik iets meer het grote geheel.”

Lees ook dit artikel van afgelopen maart: De week van een ziekenhuisdirecteur: een ramp in slow motion