Klaas Knot: ‘Corona kan tot nieuwe eurocrisis leiden’

HJ Schoolezing President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank ziet grote problemen in de eurozone ontstaan als er onvoldoende wordt samengewerkt. Hij geeft drie concrete oplossingen voor Europa.

DNB-topman Klaas Knot: „Het herstelfonds is van voldoende omvang om ook echt een verschil te maken.”
DNB-topman Klaas Knot: „Het herstelfonds is van voldoende omvang om ook echt een verschil te maken.” Foto Koen van Weel/ANP

Europa loopt door de coronacrisis het risico opnieuw in een eurocrisis te belanden als niet snel een oplossing wordt gevonden voor de scheefgroei in de muntunie. Daarvoor moeten landen bereid zijn autonomie in te leveren en hun economieën meer op elkaar af te stemmen.

Dat zei president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot dinsdagavond in debatcentrum De Rode Hoed. Knot hield daar op uitnodiging van weekblad Elsevier de jaarlijkse HJ Schoo-lezing, vernoemd naar de in 2007 overleden oud-hoofdredacteur van het blad.

Knot zette in zijn lezing uiteen dat Nederland, als relatief sterke economie, dankzij de gemeenschappelijke wisselkoers fors geprofiteerd heeft van de muntunie, meer dan landen met zwakkere economieën. Dat was al zo voor de eurocrisis van 2011, en is daarna niet anders geworden. Nu de wereld en daarmee ook Europa opnieuw door een crisis geraakt wordt, bestaat de kans dat de landen binnen de euro verder uit elkaar gedreven worden. Ook ziet hij een vorm van scheefgroei binnen landen: bedrijven profiteren meer dan huishoudens van de interne markt (en vrijhandel in zijn algemeenheid) en de euro.

Anders dan het coronavirus is de inrichting van Europa een keuze waar invloed op uit te oefenen valt, zo redeneert Knot. Gemaakte fouten kunnen gerepareerd worden, en Knot doet drie concrete suggesties: het gezamenlijk aanpakken van de coronacrisis via het herstelfonds, landen in de muntunie moeten hun begrotingsbeleid beter op elkaar afstemmen, en het economisch beleid van de eurolanden moet ook beter op elkaar afgestemd worden.

Hervorm ook sterke economieën, zorg voor meer bestedingsruimte

Over het herstelfonds zegt Knot: „De financiering is zodanig vormgegeven dat de Zuid-Europese landen zelf niet nog dieper in de schulden belanden. En het fonds is van voldoende omvang om ook echt een verschil te maken.” Ook is het wat hem betreft goed dat bij het besteden van het geld voorrang wordt gegeven aan digitalisering en het klimaat.

Knot vindt ook dat er minder krampachtig naar het Europees begrotingsbeleid moet worden gekeken. Hij wil dat de grens van maximaal 60 procent staatsschuld een ijkpunt wordt, waar je heus wel eens overheen mag, als je er daarna maar weer naar terugkeert. „Een flexibel maximum”, zoals hij het noemt. De snelheid waarmee weer teruggekeerd moet worden naar die grens mag per land verschillen: „Landen met een hoge staatsschuld moeten dan in betere tijden een grotere inspanning leveren om hun schuld te laten dalen dan landen met een lagere staatsschuld.”

Tenslotte wil Knot dat de sterke eurolanden hier ook inzien dat hun beleid schade toebrengt aan de gezamenlijkheid. In plaats van alleen maar te wijzen op noodzakelijke hervormingen in landen als Italië en Spanje, kan er in de sterkere landen ook hervormd worden: „Dat betekent voor deze landen hervormingen doorvoeren die zorgen voor meer bestedingsruimte bij huishoudens. Zodat ze meer gaan importeren en hun handelsoverschot afneemt. Dat helpt niet alleen de zwakkere economieën”, aldus Knot.

Een nieuwe richting vinden voor Europa zal lastig worden en vooral veel tijd kosten, erkent Knot. Vooral het inleveren van soevereiniteit ligt vaak gevoelig. Toch vindt hij dat een debat daarover nodig is: „Het is aan de politiek om keuzes te maken voor de toekomst, en die keuzes op heldere wijze voor te leggen aan de kiezer”, zegt hij. „Daarom hoop ik, of eigenlijk reken ik, op een stevig Europa-debat in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen komend voorjaar.”