Thuiswerkdip? Dit zijn de beste tips om er weer vanaf te komen

Japke-d. denkt mee Neem een hond, doe slagroom op de koffie en ga (weer eens) naar kantoor: dit zijn de beste tips tegen de ‘thuiswerkdip’, zo hoorde van lezers.
Illustratie Tomas Schats

Ik ga er natuurlijk niet over klagen – want ik ben gezond, heb een baan en een huis. Maar man man man dat fulltime thuiswerken. Ik zit af en toe echt in een ‘thuiswerkdip’. Want in maart voelde het nog als ‘oké dan, even de tandjes op elkaar tot de zomer’. Maar toen ik afgelopen week na mijn vakantie nog stééds achter m’n keukentafel zat dacht ik ineens: blijft dit altijd zo? Tot aan m’n pensioen? Voor altijd op afstand van m’n collega’s, voor altijd tussen deze muren? En toen sloeg de thuiswerkblues toe.

Dat hebben meer thuiswerkers, zo bleek toen ik er op Twitter naar vroeg. Maar ze hadden ook tips voor me, hoe je er weer af komt. Korte samenvatting: hou vol, huilen mag (af en toe), relativeer en spreek met mensen af.

Ga dus lunchen met een collega, maak een ommetje met een vriend, ga samen met collega’s naar een café om daar op anderhalve meter van elkaar te werken, of spreek met een ‘vaste’ (leuke) collega af dat je elkaars werk bekijkt, bespreekt en beter maakt.

Maar een praatje met de fietsenmaker kan natuurlijk ook, of met je buurman. Parkeer desnoods je auto verkeerd en schiet daarna een parkeerwachter aan – al het échte contact is beter dan WhatsApp, Teams of mail. Echt. Je fleurt er van op.

Zorg ook dat je iets hebt om naar uit te kijken, schreven lezers. „Een stomme schietserie op Netflix” bijvoorbeeld, even naar het bos of een tenniswedstrijd: pak je agenda en plan iets. Neem een paar dagen vrij, of ga een weekend weg. „Even andere muren om je heen”, schreef een lezer. „Dat helpt enorm.”

Ook een tip: begin elke dag en sluit hem ook weer af. Met een klaroenstoot, een wandeling om het huis of een emmer ijskoud water – het maakt niet uit waarmee, áls je maar iets doet. Rol dus niet zo van je bed achter je laptop en einde avond weer terug, „maar bedenk een ritueel en hou je daaraan”, schreef een lezer. Dan hou je je hoofd voor de gek dat de werkdag begonnen, of weer voorbij is.

Jezelf voor de gek houden is überhaupt een gouden tip voor thuiswerkers. Maak jezelf dus wijs dat je keukentafel iets heel anders is dan je werktafel, je keuken de kantine is, je balkon een terras en je badkamer een jacuzzi. Op die manier zit je niet thuis, maar leid je een hartstikke spannend leven met heel veel afwisseling.

Vergeet ook geen pauzes te nemen, drukten lezers me op het hart. Sta dus geregeld op van je stoel en kuier rond, ga fruit pureren, koekjes bakken, de katten kroelen, een wasje draaien, of buiten op straat onkruid tussen de tegels vandaan halen.

Naar buiten gaan is sowieso van levensbelang, doe het minstens twee keer per dag, of nog beter: neem een hond. Heerlijk, al die verplichte ommetjes, schreven enthousiaste lezers. Maar je kunt ook ‘stoppen met drinken’, ‘in blokken van twee uur werken’ en ‘elke dag vroeg opstaan’, zo tipten lezers. Maar die negeer ik even. Je kunt het ook overdrijven.

‘Jezelf belonen’ vond ik al veel beter klinken. Met een lekkere lunch, goede koffie en thee, met een extra koekje, bier, Engelse drop, ijsjes eten, chocola, en „af en toe slagroom op de koffie”, zoals lezers schreven.

Daarna volgde eigenlijk als vanzelf de tip: ga sporten. Niet alleen om de coronakilo’s, maar ook omdat je je daarna vaak beter kunt concentreren op je werk.

Maar je mag ook best af en toe balen van het thuiswerken, vond een lezer. Zij deed daarom af en toe aan „ugly crying”, je weet wel, dat je mascara doorloopt en je ogen opzwellen en rood worden. Prima tip.

Andere lezers relativeerden liever. Bedenk dus, het liefst een paar keer per dag, dat alles veel erger had kunnen zijn. Dat ze in de eurlog geen thuiswerkdip hadden bijvoorbeeld, dat je ook doodziek had kunnen zijn.

Of zie de voordelen! Dat je niet meer elke dag om zes uur in de trein hoeft. „Dat je later, als het oude (deels) weer terugkeert, dingen meer waardeert/anders bekijkt, dat er mogelijk positief blijvende veranderingen zijn”, zoals een lezer schreef. Vond ik mooi.

En dan waren er nog de kantoorhaters. Die juist dolblij waren dat ze niet meer hoefden. Ook een flinke club hoor. „Welke thuiswerkdip?”, schreef één van hen. „Geen collega’s met kantoorjargon en hun privégereutel, wat anders doen tijdens een saaie Teams-meeting (camera uit natuurlijk), efficiënte indeling van de dag. Heerluk!” „Misschien ga ik wel nooit meer naar kantoor!”, juichte een ander.

Maar weet je welke tip de meeste indruk maakte? Die van de kantoorgángers. Serieus. Die schreven: ga gewoon af en toe naar kantoor. Niet allemaal tegelijk natuurlijk, en spreek het goed af, maar ga! Voor het contrast, voor de rust (!) en om weer eens onder gelijkgestemden te zijn.

Wie had dat ooit gedacht: kantoor als recept tegen de thuiswerkdip. Als ik ga, schreef een lezer, „dan zit ik juichend op mijn fiets, door weer en wind naar de Zuidas”.

Corona doet rare dingen met mensen.

Hoe was jouw (thuis)werkweek? Japke-d. Bouma denkt mee. Tips via @Japked op Twitter.

Dit waren de (Jeuk)tweets van de zomer

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.