Opinie

Diversiteit is een oplossing, maak er geen probleem van

Kunstbeleid De subsidies voor cultuur zijn gekortwiekt, de eisen zijn aangescherpt. Besef dat, als je klaagt, waarschuwt Maaike van Steenis.

Ons’ lieve heer op solder is een van Amsterdamse katholieke schuilkerken maar nu een museum.
Ons’ lieve heer op solder is een van Amsterdamse katholieke schuilkerken maar nu een museum. Foto Rob Brouwer / Hollandse Hoogte

De afgelopen maanden maakten gemeenten, rijk en cultuurfondsen de besluiten over subsidieverstrekking voor de periode 2021-2024 bekend. Dat deze besluiten op de nodige kritische reacties kunnen rekenen valt te begrijpen. Het budget is beperkt, dus er vallen instellingen buiten de boot.

Dat de kritiek zich deels toespitst op criteria als diversiteit en vernieuwing, vind ik een kwalijke ontwikkeling. Zo was er veel commotie over het advies van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten over museum Ons’ lieve heer op solder. Dit museum zou de komende vier jaar geen subsidie vanuit het AFK ontvangen, omdat het „onder de zaaglijn” terecht was gekomen. In gewone mensentaal: het AFK had de aanvraag best willen honoreren, maar het geld was op en andere aanvragen kregen voorrang. Overigens heeft de gemeente Amsterdam onlangs besloten het museum toch te subsidiëren.

Niet inclusief

Er is veelvuldig gesuggereerd dat het museum zijn subsidie zou verliezen omdat het niet inclusief genoeg zou zijn. Men focust zich op het feit dat voldoende aandacht voor diversiteit een vereiste is om in aanmerking te komen voor subsidie, en stelt dat dit leidt tot culturele kaalslag. Een conclusie die zowel veel te kort door de bocht als onjuist is.

Lees ook: Maak kunst en cultuur in Rotterdam diverser en meer inclusief

De commissie beoordeelde het museum op dit vlak namelijk met een voldoende. Het advies van de commissie was (zoals vrijwel altijd) een optelsom van de beoordeling op verschillende criteria. En daarbij kwam het totaal lager uit dan voor een aantal andere instellingen.

Kritiek op de wijze van beoordelen is logisch, bekeken vanuit de instellingen die buiten de boot vallen. De afgelopen weken waren onder meer kritische reacties te lezen op het (aanvankelijk) stopzetten van de subsidie aan Scapino Ballet ten gunste van dansgezelschap Club Guy & Roni, waarbij de commissie Scapino als minder vernieuwend beoordeelde.

Budget gedaald

Maar door te focussen op de keuze voor club A en niet voor club B, ga je een veel fundamenteler punt uit de weg. Namelijk dat het cultuurbudget sinds 2010 sterk is gedaald. En dat terwijl er aan gesubsidieerde instellingen steeds hogere eisen worden gesteld, zoals inderdaad dat zij aandacht besteden aan diversiteit. Maar bijvoorbeeld ook de invoering van de Fair Practice Code (waarin terecht aandacht besteed wordt aan de structurele onderbetaling in de culturele sector) maakt dat instellingen meer subsidie aanvragen om zichzelf op de been te houden. Oftewel: met dezelfde zak geld, kunnen er minder instellingen worden gesubsidieerd.

Het is pijnlijk om te zien dat, waar diversiteit en inclusie eerder collectief werden omarmd als cruciaal voor een toekomstbestendige en maatschappelijk relevante cultuursector, er nu alweer aan die principes wordt gemorreld. In 2011 werd door de sector zelf de Code Culturele Diversiteit gelanceerd. In 2019 volgde een geactualiseerde versie: de Code Culturele Diversiteit en Inclusie. Dat deze code ook als instrument zou worden ingezet bij de beoordeling van subsidie-aanvragen was van meet af aan helder.

Nu lijkt het erop dat die intentie niet zo breed gedragen is. Want uiteindelijk concurreren instellingen allemaal om een puntje van de taart die overheidssubsidie heet. En ik kan wel zeggen dat ik het noodzakelijk vind dat ook andere groepen een stukje krijgen, maar dat gaat toch veel makkelijker als er een extra grote taart komt. Als het betekent dat ik mijn puntje moet delen of afstaan is het ineens een heel ander verhaal.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.