Reportage

De renners zorgen op de klim voor spektakel, niet de toeschouwers

Etappe 4 Zo legendarisch als de vorige aankomsten volgens de overlevering waren, werd de etappe naar Orcières-Merlette niet. Maar voor Primoz Roglic werd het een rit om nooit te vergeten.

De Sloveen Primoz Roglic (Jumbo-Visma) wint met overmacht de eindsprint in skidorp Orcières-Merlette.
De Sloveen Primoz Roglic (Jumbo-Visma) wint met overmacht de eindsprint in skidorp Orcières-Merlette. Foto Christophe Ena/ AFP

Het schijnen legendarische etappes te zijn geweest, op de dagen dat de Tour finishte in skioord Orcières-Merlette in de Alpen, op 1.800 meter en een beetje. De klim ernaartoe is niet eens zo moeilijk, loopt heel regelmatig op, maar toch gingen er renners voor de bijl, en niet de minsten. In 1971 bijvoorbeeld zette Luis Ocaña de grote Eddy Merckx op negen minuten, een achterstand die ‘de Kannibaal’ in de dagen erna niet deerde door de opgave van de Spanjaard na een val.

In de perszaal, voor de gelegenheid naar Ocaña vernoemd, wordt er vijftig jaar later nóg aan gerefereerd. Op een grote zwart-witfoto heft de dagwinnaar van weleer zijn beide armen ten hemel, achter dranghekken staat het vol met uitzinnige fans die de zege met hem meevieren.

Achttien jaar later is er een klimtijdrit getekend tussen Gap en het skidorp. Inmiddels zijn er kleurenfoto’s, waarop te zien is hoe jonge fans in wijde bolletjesshirts naast renners sprinten, een klassiek beeld in de Tour de France. De Nederlander Steven Rooks wint, voortgestuwd door de mensen langs de kant. Daarna duurt het 31 jaar voor de Tour de beklimming weer aandoet. Daarom werd er ook zo naar uitgekeken. Magie op een Alpencol, zoals weleer. In de eerste week.

Maar terwijl het peloton 160 kilometer verderop in Sisteron op gang wordt gevlagd, is het doodstil in de haarspeldbochten onderweg naar Orcières-Merlette. De toegangswegen naar de col zijn een dag eerder om zes uur ’s avonds dichtgegaan voor verkeer, je kunt er nog slechts per fiets of lopend omhoog. Alleen wielerfans die niet hoeven te werken en geen schoolgaande kinderen hebben, zitten aan de kant. Het heeft iets treurigs, een Tour in september. Het evenement is onherkenbaar geworden, zo zonder bierdrinkende vriendengroepen, de geur van vlees op een barbecue, en kinderen die graaien naar wat hen vanuit de reclamekaravaan wordt toegeworpen. Wat overblijft zijn vooral pensionado’s.

Onvergetelijke ervaring

Marco Hazenbroek en Sabine Qak, een Nederlands stel dat een sabbatical van vijf maanden nam, heeft ook de moeite genomen om hun Volkswagencamper naar de top te rijden. Twee dagen geleden al, in de veronderstelling dat er weinig plek zou zijn om te parkeren. Vorig jaar hadden ze op de Col du Tourmalet gestaan, en toen konden ze er vier dagen voor de Tour zou passeren nog maar net bij. Wat een onvergetelijke ervaring was dat geweest, één groot feest, met Franse gezinnen die rosé aanboden, en allerlei soorten kazen. Maar nu zitten ze naast elkaar, met verder niemand om hen heen, aan een bordje yoghurt met muesli. De festivalsfeer van de Tour, die is er nu niet. En dat is een rare gewaarwording.

Michelle Johnson (61) uit Yorkshire, net samen met haar man naar boven gereden op een e-bike, mist de vrolijke vlaggen die de finishstraat van een etappe altijd kleuren en voor beweging zorgen als de wind erdoorheen waait. Maar alles beter dan geen Tour, zegt ze. Daar zijn de buurmannen Christian Bichy (67) en Francois Bouton (81) het mee eens. Vanaf hun balkon hebben ze uitzicht over de rode vlag van de laatste kilometer. Ze zagen Ocaña hier winnen in ’71, en Rooks in ’89. Hen gaat het om de wedstrijd. De renners zorgen voor spektakel, niet de toeschouwers. Een uur voor de finish speculeren ze er hevig op los over wie geletruidrager Julian Alaphilippe kan verslaan. Niemand toch zeker?

Maar de Fransman komt wel mooi alleen te zitten in de laatste kilometers, als Wout van Aert namens Jumbo-Visma in zijn eentje het peloton halveert. Als het wegdek met 6 procent oploopt rijdt hij, geen klimmer maar een klassiekerspecialist, met dertig kilometer per uur omhoog. Niemand kan demarreren. De dominantste ploeg wil de etappe winnen.

Heetst van de strijd

Wat dondert hen het dat er geen fans staan, daar hebben de renners in het heetst van de strijd helemaal geen oog voor. Sterker nog: liever hebben ze dat iedereen wegblijft. In een filmpje dat dinsdag werd verspreid door Velon, een bedrijf dat data van wielerploegen publiceert, vragen renners aan het publiek hen te helpen de finish in Parijs te halen. Door twee meter afstand te houden en een mondkapje te dragen. Dat is veel belangrijker dan een goede sfeer langs de kant. Kijkers thuis willen spektakel zien. Dat krijgen ze weldra.

Als Wout van Aert uitstuurt, neemt de volgende pion van Jumbo-Visma het moeiteloos over. De Amerikaan Sepp Kuss, twee weken terug in de Dauphiné ook al zo in vorm, loodst Primoz Roglic in zijn zog naar de laatste kilometer. Alleen de Franse renner en filosoof Guillaume Martin probeert nog weg te komen, maar die poging is kansloos. Roglic rijdt het gat dicht en begint dan te sprinten. Hij wint de rit.

In drie, vier pedaalslagen laat hij zien wie bij Jumbo-Visma de leider is, en ook de favoriet voor het geel. Voorlopig is dat niet Tom Dumoulin, die het dinsdag zwaar heeft, en met bewondering toekijkt hoe zijn Sloveense ploegmaat „zijn benen uit de Dauphiné weer heeft”.

Roglic liep in die rittenkoers schaafwonden op, maar die lijken op tijd te zijn hersteld. Hij is Alaphilippe tot op zeven seconden genaderd. Perfect zo: dagsucces voor de sfeer in de ploeg, en net niet de leiding zodat verdedigen aan anderen kan worden overgelaten. Want dat vergt energie. De Tour duurt nog zo lang. De echt mythische bergen komen later. Maar zonder publiek zullen die ook net wat minder mythisch zijn.