Opinie

Coronawet zet alle democratische principes op hun kop

Bestuur Kabinet en parlement willen snel een noodwet tegen de coronacrisis aannemen. Maar de wet schiet door, zegt . En in een rechtsstaat breekt nood nou juist géén wet.
Illustratie Hajo

Als het aan het kabinet ligt, wordt het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (coronawet) deze maand door zowel de Tweede als de Eerste Kamer behandeld. Komende vrijdag organiseert de Tweede Kamer alvast een hoorzitting. Het voorstel is nu al omstreden. Een eerste haastig ontwerp uit mei was nog lang niet goed, oordeelde de Raad van State.

En nu is er haast met de wet gemoeid. Er komt mogelijk een tweede coronagolf aan. Dan moeten we onszelf en het zorgsysteem goed kunnen beschermen en daar hebben we nieuwe, ingrijpende instrumenten voor nodig die snel kunnen worden ingezet: desperate times call for desperate measures, kennelijk.

De instrumenten waarmee we nu het virus aanpakken voldoen niet. Het halfbakken stelsel van de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s geeft het noodbestuur sinds een half jaar in handen van de minister en de voorzitters van de veiligheidsregio’s. Dat levert een democratisch tekort op – parlement noch gemeenteraad zijn erbij betrokken – en grondrechtelijke problemen.

Lees ook: De Jonge slaat door met machtigingswet

Bestuur per decreet

Een nieuwe wettelijke grondslag is dus nodig, nauwelijks iemand twijfelt daaraan, maar het voorstel dat er nu ligt schiet veel te ver door. Het machtigt de minister tot een half jaar bestuur per decreet, zonder dat het parlement de mogelijkheid heeft die vergaande regels inhoudelijk mee te bepalen.

Dat is alleen al een slecht idee omdat de kern van ons grondwettelijk democratische stelsel is dat volksvertegenwoordigers altijd inhoudelijk meepraten over regels die onze vrijheden (met name onze grondrechten) kunnen beperken. De Tweede Kamer heeft daarvoor het recht om wetsvoorstellen te kunnen wijzigen of zelf initiatieven te nemen.

Op basis van die Grondwet ontwikkelde de Hoge Raad in de afgelopen anderhalve eeuw een principiële jurisprudentie die zegt dat het parlement altijd inhoudelijk betrokken moet zijn bij het vaststellen van belangrijke vrijheidsbeperkende regels (het legaliteitsbeginsel) en dat het parlement dat recht niet uit handen kan geven of kan worden afgenomen (het primaat van de wetgever).

Het voorstel voor de coronawet doet dat nu juist wel op een aantal punten. Een minister kan zelfstandig regels gaan stellen voor onderwijsinstellingen, voor horeca, evenementen, groepsvorming (ook bij verkiezingen), beschermingsmiddelen, enzovoorts.

Alleen meekijken

De Kamers mogen alleen meekijken – ze krijgen de regelingen een week voor inwerkingtreding toegestuurd. Mogelijk kunnen ze dan nog hun vinger opsteken met een motie, maar daar hoeft de minister zich weinig van aan te trekken.

De regeling treedt na het verstrijken van die week rechtsgeldig in werking, wat het parlement er ook van vindt. Van inhoudelijk meebepalen – namens ons burgers – van wezenlijke vrijheidsbeperkingen is geen sprake.

Nu zou je kunnen zeggen dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. Veel van die maatregelen kennen we eigenlijk al, de nood is hoog en in het buitenland doen ze het toch ook zo.

Dat het gedeeltelijk gaat om bekende maatregelen (afstand houden, sluiting van plaatsen en evenementen, mondkapjes, groepsvorming) is waar. Maar een aantal van die maatregelen was zó ingrijpend dat parlementaire betrokkenheid (een wettelijk basis) nodig was.

Nu in één beweging de beide Kamers gebruiken als tankstation voor bevoegdheden om de minister alsnog in zijn eentje deze ingrijpende regels te laten maken, zet alle principes en waarden waarom het hier gaat op zijn kop.

Griezelig artikel 58s

Het gaat er nu juist om dat de volksvertegenwoordiging inhoudelijk deze vrijheidsbeperkende regels meebepaalt. Vooral bij het griezelige artikel 58s van de coronawet dat zegt dat de minister ‘andere maatregelen’ kan nemen, als de maatregelen op basis van de wet niet toereikend zijn. Hiermee krijgt een minister een vrijbrief om dingen naar eigen inzicht te regelen.

Lees ook: Corona tast ook de burgerrechten aan

Natuurlijk is de nood hoog. Maar in een rechtsstaat breekt nood nou juist geen wet (zeker geen Grondwet). In ieder geval was de nood niet zo hoog dat we – zoals veel landen om ons heen – de noodtoestand hebben uitgeroepen. We hebben daar, net als die andere Europese landen, een grondwettelijke mogelijkheid voor. Er zijn zelfs speciale noodtoestandwetten, maar die gebruiken vond onze regering geen goed idee. Weliswaar kan je onder die noodtoestand grondrechten beperken, en daar heel ver in gaan, maar er zijn belangrijke garanties, en het parlement houdt de controle over de duur ervan.

Hiermee krijgt een minister een vrijbrief om dingen naar eigen inzicht te regelen.

Nu is het de regering die de duur van de maatregelen bepaalt en ook hier en daar verder gaat dan onder de noodtoestand zou kunnen. Ook die aanstaande coronawet eet van twee walletjes: enerzijds wordt er geen noodtoestand uitgeroepen – zo erg is het kennelijk ook weer niet – maar aan de andere kant wordt met spoed-en-noodlogica en pistool-op-de-borst-argumentaties het parlement het recht ontfutseld vrijheidsbeperkende regels mee te bepalen.

Het kan anders

Dat kan eenvoudig anders: geef de Tweede Kamer een bekrachtigingsrecht, zoals gemeenteraden dat ook hebben bij noodverordeningen die de burgemeester bij rellen en wanordelijkheden in een gemeente vast kan stellen.

Het voorstel zoals het er nu ligt (ook rommelig trouwens voor wat betreft de verhouding van bevoegdheden tussen minister, burgemeesters en voorzitters van de veiligheidsregio’s) gaat veel te ver en schept een gevaarlijk precedent: het zet mogelijk een kras door 150 jaar ontwikkeling van de democratische rechtsstaat in Nederland voor een aantal kortlopende noden van nu. Dat is onverstandig. Juist bij nood moet je binnen de lijntjes kleuren.

Ik hoop dat de Kamers het aandurven te staan voor de – inderdaad abstracte maar wezenlijke – principes en niet hun ziel verkopen voor noden op korte termijn. Het virus krijgen we binnenkort wel een keer weg, het precedent van een democratische uitverkoop niet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.