Recensie

Recensie Theater

Alternatief coronaprogramma van Het Nationale Theater is acteursfeestje

Theater Bij ‘Het Nationale Theater Speelt Altijd’ staan er iedere avond meerdere korte stukken op het programma. In de monologen laten de acteurs van het Haagse gezelschap hun talent flonkeren.

Emmanuel Ohene Boafo speelt ontroerend in ‘Seawall’ een tekst die leunt op een ijzingwekkende twist
Emmanuel Ohene Boafo speelt ontroerend in ‘Seawall’ een tekst die leunt op een ijzingwekkende twist Foto Koen Veldman

In reactie op de coronacrisis schrapte Eric de Vroedt, artistiek directeur van Het Nationale Theater, alle plannen en zette een alternatief programma op met korte stukken en monologen, onder het motto ‘Het Nationale Theater Speelt Altijd’. De rest van het jaar trekken deze stukken door heel Nederland (‘van Groningen tot Maastricht’) kondigde hij aan afgelopen weekend, bij het in première gaan van maar liefst zeven stukken, voornamelijk monologen, in drie dagen.

De monoloog is een kaal, franjeloos genre, niets meer dan een woordenstroom van een persoon. Dus is elke monoloog ook een geconcentreerde, persoonlijke ontmoeting met een acteur, die er helemaal alleen voor staat. Die intimiteit en kwetsbaarheid zijn een kwaliteit van het genre, maar ook een test voor acteurs.

Die van het Nationale Theater legden deze proeve van bekwaamheid met overtuiging af. Deze monologen onderstreepten nog maar eens dat er in Den Haag een ijzersterk ensemble is gevormd. Het Nationale Theater Speelt Altijd blijkt een acteursfeestje in al zijn facetten.

Het meest memorabele beeld van dit weekend was de zwijgende kop van Jaap Spijkers, waarmee Krapps laatste band opende, een kort stuk van Samuel Beckett. Het wit uitgeslagen gezicht, met plukken verward haar op de kalende kruin, badend in een onbarmhartig hard licht. Starend in het niets zit hij achter zijn bureau, waarbij de vooruitgestoken kin alles leek te zeggen over de nukken van een narrige oude vent.

Het is zijn verjaardag en dan spreekt Krapp steevast een verslag van het afgelopen jaar in. En hij luistert naar oude banden. Krapp lacht mee met zijn 39-jarige ik, dertig jaar geleden, en geeft op hem af. Krijgt een woedeaanval, maar als het gaat over zijn doelbewust afscheid van de liefde bekruipen de pijn en melancholie hem. Hij koos voor een eenzaam leven als schrijver en van Spijkers’ gezicht valt te lezen hoezeer dat besluit hem spijt. In het slotbeeld rolt er zelfs een traan over zijn gezicht.

Het erna gespeelde Sea Wall van Simon Stephens, eveneens in de regie van Erik Whien, bood evenzeer ontroering. Emmanuel Ohene Boafo vertelde deze aangrijpende tekst, die geheel leunt op een ijzingwekkende twist, op ontspannen wijze in het Engels.

Ode aan het publiek

Vrijdag en zaterdag werd de avond op aangename wijze geopend door Liefdesverklaring van Magne van den Berg, maar dan gespeeld door verschillende actrices, Antoinette Jelgersma en Romana Vrede. De tekst is zowel ode aan het publiek als lichte provocatie, waarbij toeschouwers in het publiek rechtstreeks worden aangesproken.

Jelgersma speelde haar compilatie van een kwartier uit de gehele tekst warmbloedig en elegant. Met de nadruk op het rollenspel van de acteur, door pruik en kleding af te nemen en te spelen met haarnetje en in ondergoed. Storend was dat ze sprak in de wij-vorm van het origineel, een tekst bedoeld voor meerdere acteurs.

Antoinette Jelgersma in ‘Liefdesverklaring’, zowel ode aan het publiek als een lichte provocatie.

Foto Bas de Brouwer

Vrede koos wel voor ‘ik’ en legde veel humor in haar energieke versie, onder meer door in het overvloedig dankzeggen genoeg relativerende tonen te leggen om te laten voelen dat zij nog altijd de touwtjes in handen had. Geestig was dat collega’s Vanja Rukavina en Joris Smit nog even opkwamen om haar dwars te zitten.

Ragfijn was hoe Rick Paul van Mulligen in U bent mijn moeder van Joop Admiraal transformeerde van zoon in moeder, en toch ook zoon bleef. Zijn grote lichaam verdween geheel in beige jurk en schoenen, terwijl de twee babbelden over familie en het verzorgingshuis waar zij woont.

De dialoog tussen de dementerende vrouw en zorgzame zoon voerde Van Mulligen op natuurlijke wijze in zijn eentje, met voor elk een eigen stem en toon. Een veeleisend staaltje acteerkunst, bijna vlekkeloos uitgevoerd, in de regie van Noël Fischer. Bemoedigend om een veertig jaar oude klassieker met zoveel liefde heropgevoerd te zien worden.

Rick Paul van Mulligen speelt in ‘U bent mijn moeder’ zowel moeder als zoon. Foto Koen Veldman

Het dragende stuk van de zaterdag was Tom Pain van Will Eno, gespeeld door Bram Coopmans. Coopmans is zo’n acteur van wie je altijd geniet in de ondersteunende rollen die hij meestal heeft. Nu had hij het toneel voor zichzelf voor de rol van een man die terugblikt op zijn rottige jeugd („Ik was verlegen tot op het punt van bijna afwezig zijn”) en op een verloren liefde („Ik verloor mij in haar; zij vroeg zich af waar ik was en vertrok”).

Je voelt de radeloosheid en het verdriet smeulen onder de geagiteerde en hooghartige wijze waarop hij het publiek aanspreekt, anderzijds doet alsof hij de zaal wil entertainen en daarbij voortdurend van de hak op de tak springt. Coopmans speelt dat, in de regie van Eric de Vroedt, knap en beheerst.

Toch krijg je het idee dat het wel goed komt met deze Tom en dat maakt de vertolking veiliger dan zou moeten. Coopmans acteert net te veel in één kleur en in zijn optreden zit te weinig ontwikkeling voor een verhaal van een uur. Wat nog ontbreekt is een dosis absurditeit en gekte, een duiveltje op zijn schouder dat hem onberekenbaar maakt. De veelkantige, wrange tekst biedt daar voldoende aanleiding voor.

Jaap Spijkers in ‘Krapps laatste band’, een kort stuk van Samuel Beckett. Foto Koen Veldman

Mysterieuze slaapziekte

Afgezien van twee gave en koddige intermezzo’s met Smit, Rukavina en Hein van der Heijden is de enige voorstelling met meerdere acteurs een uitvoering van Een soort Alaska, geschreven door Harold Pinter. Deze eenakter is, net als de film Awakenings (1990), gebaseerd op het boek van Oliver Sacks over mensen die leden aan een mysterieuze slaapziekte. In dit stuk ontwaakt een vrouw (Yela de Koning) na 29 jaar, maar dat weigert ze aanvankelijk te horen. Haar arts (Mark Rietman) laat haar praten om haar niet aan het schrikken te brengen.

Merkwaardigerwijs is ze veelal aan het krijsen en dat vertroebelt het tragische gevoel dat haar situatie oproept. Pas als de arts haar onomwonden de waarheid zegt en ze die tot zich laat doordringen, valt ze stil en barst ze in huilen uit. De Koning laat het klinken als een oprecht snikken. Zo kent ook dit onderdeel van de avond nog een glorieus moment.