Thuiswerken bevalt goed, maar werkplek is favoriet na corona

Onderzoek Ondanks goede ervaringen met thuiswerken denken weinig mensen volledig thuis te gaan werken. Vrouwen en jongeren hebben relatief veel klachten.

Tussen de 55 en 70 procent van alle ‘thuiswerkers’ heeft positieve ervaringen met thuiswerken tijdens de coronacrisis, meldt het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) deze maandag. Het instituut deed een analyse van verschillende, recente studies naar thuiswerken, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ongeveer 40 tot 60 procent van de tevreden thuiswerkers verwacht dat na de coronacrisis bovendien vaker te zullen doen.

Vóór de coronacrisis werkte ongeveer een op de drie werkenden wel eens thuis – waarvan 6 procent volledig. Tijdens de crisis steeg dat aantal naar de helft van alle werkenden, waarvan ongeveer driekwart volledig. Met name hoogopgeleiden en openbaarvervoerforenzen zijn veel meer gaan thuiswerken dan voorheen.

Dat de meeste thuiswerkers het thuiswerken overwegend positief ervaren, komt onder andere doordat ze zich voldoende productief voelen, soms zelfs productiever dan op kantoor. Ook is men in de meeste gevallen positief over de faciliteiten thuis en de ondersteuning van de werkgever. Ervaring met thuiswerken voor de coronacrisis en een baan die zich, naar eigen zeggen, leent voor thuiswerken, werken vanzelfsprekend in het voordeel.

En toch verwacht vrijwel niemand ná de coronacrisis volledig thuis te blijven werken – slechts zo’n 10 procent. Vooral de jongere werknemers vertrokken aan het begin van de zomer weer vaker naar de werklocatie. Die verwachting kan deels te maken hebben met de plannen van de werkgever, zegt Marije Hamersma, onderzoeker bij het KiM. „Als die straks wil dat er weer vanuit kantoor wordt gewerkt, dan heb je je daar als werknemer natuurlijk aan te houden.”

Missen van collega’s

Een andere belangrijke reden om niet volledig thuis te werken, is het missen van collega’s. Statistische analyse suggereert een direct verband tussen het missen van collega’s en een minder positieve thuiswerkbeleving. Zo’n 50 tot 70 procent mist collega’s. De voorkeur van de meeste mensen gaat ná de coronacrisis dan ook uit naar één tot drie thuiswerkdagen per week.

Opvallend is ook dat mannen in de meeste studies positiever zijn over het thuiswerken dan vrouwen. „Met name in de maanden maart en april zie je dat vrouwen vaker aangaven problemen te hebben met hun werk-privébalans, vermoedelijk omdat ze meer zorgtaken op zich nemen”, zegt Hamersma. Ook hebben mannen volgens een studie van Binnenlands Bestuur vaker een eigen werkkamer thuis – tweederde van de mannen tegenover de helft van de vrouwen. In de fase ná de intelligente lockdown, toen de kinderen weer naar school gingen, trok dat verschil bij.

Uit door het KiM verzamelde data aan het begin van de zomer blijkt bovendien dat vrouwen iets vaker last hebben van fysieke en psychische klachten door thuiswerken dan mannen. De groep thuiswerkers tot en met 24 jaar ervaart eveneens méér fysieke en psychische klachten dan werkenden tussen de 35 en 55 jaar oud. Daar is geen directe verklaring voor, al geven jongeren ook vaker aan een ‘sterke’ impact van de coronacrisis op hun persoonlijke situatie te ervaren. Een grotere baanonzekerheid dan oudere werkenden, een veranderd leven en de stress die daar het gevolg van is, kunnen dus een oorzaak zijn.

Actuele vacatures

Meer vacatures

Uitgelichte artikelen

Meer artikelen