Nu staan er nul windmolens, maar Twente wil koploper worden in windenergie

Energietransitie Net over de Duitse grens zien inwoners van Twente allemaal windmolens. Dat kan net zo goed aan de Nederlandse kant, denken de bestuurders in de regio. Maar dat stuit op verzet.

De windmolens in het Duitse Ahaus zijn te zien vanuit het gemeentehuis in Haaksbergen.
De windmolens in het Duitse Ahaus zijn te zien vanuit het gemeentehuis in Haaksbergen. Foto Sake Elzinga

Van Twentenaren hoeven de spotlights doorgaans niet zo nodig op henzelf gericht te staan; het landschap eist hier vanouds alle aandacht op. Waar een groot deel van Nederland bestaat uit schier eindeloze polders, begrenzen in het oosten veelal eeuwenoude bosschages en beken de weilanden. Met de glooiingen in het landschap geeft dit een theatraal effect – alsof je een weids toneel overziet.

De liefde van de Twentenaar voor dit coulissenlandschap maakt de ambitie van de RES (Regionale Energie Strategie) des te opmerkelijker. Uitgerekend in Twente is het streven de komende tien jaar energie uit wind te winnen groter dan in alle 29 andere regio’s. Terwijl nog nergens in de regio een windmolen gebouwd is.

Opzet van de dertig regionale energiestrategieën is de Nederlandse energieproductie in 2030 flink duurzamer te maken. In Twente moeten dat jaar zeker 53 windturbines en 15 ‘dorpsmolens’ – kleinere turbines – voor 42 procent van de duurzaam gewonnen stroom zorgen. De rest van de voorziene 1,5 terawattuur wil de regio uit ‘zon op dak’ en ‘zon op veld’ winnen.

Het percentage ‘wind’ in Twente is opvallend hoog. Gemiddeld zien regionale netbeheerders in 2030 viermaal zoveel zonnestroom op het elektriciteitsnet als stroom uit wind. Windenergie mag duidelijk goedkoper zijn dan zonne-energie, maar windmolens gelden volgens veel bestuurders als ‘onverkoopbaar’. Dichtbevolkt Nederland zou er eenvoudigweg niet aan willen. ‘Niet in mijn achtertuin’ is op veel plekken het adagium.

De 67-jarige wethouder Louis Koopman (VVD) van de gemeente Haaksbergen (Zuidoost-Twente, 25.000 inwoners) is er niettemin van overtuigd dat het hem tóch gaat lukken zijn streekgenoten te overtuigen van de voorgestelde energiemix. Bijgestaan door projectmanager Jan Jaap Kolkman leidt hij de uitvoering van de Twentse RES.

Nu Twente zijn ‘bod’ bij het Rijk heeft ingediend, is de volgende stap daarvoor lokaal draagvlak te realiseren. Zoals het RES-team het zelf formuleert: er vindt „afstemming plaats met de omgeving”. „We zijn de participatie aan het oplijnen”, vertelt projectmanager Kolkman. Daarmee bedoelt hij dat zijn team in de veertien gemeentes van Twente het gesprek aangaat met burgers, bedrijven en bestuurders over de vormgeving van de transitie.

De concept-RES dient daarbij als discussiestuk. Het team heeft erin aangegeven hoeveel turbines en velden nodig zijn en uitgetekend waar deze zouden kunnen komen zonder gevaar voor de omgeving op te leveren. „We laten zien waar het mógelijk is, niet waar het wat ons betreft móét”, maakt Koopman in het gemeentehuis van Haaksbergen duidelijk. „Want de RES moet er niet alleen vóór de inwoners zijn, maar ook ván de inwoners.”

Lees ook dit verhaal: Kunnen windmolens nog groter?

Zichtbare toekomst

Voor de wethouder met de verslaggever op de fiets stapt om te tonen waar de RES kansen biedt, wil hij laten zien dat de toekomst die de strategie schetst in feite allang zichtbaar is. „Zelfs vanuit een aantal gemeentehuizen, zoals deze.” Door een raam op de derde verdieping zijn negen windturbines zichtbaar, net over de grens in Ahaus. Ambtenaren die in het gemeentehuis aan het werk zijn, reageren verbaasd. „Goh”, zegt een van hen, „ik werk hier al jaren en die zijn me nog nooit opgevallen.”

Koopman: „Zie je wel, het valt mensen niet eens op. Terwijl ze allang op die windmolens uitkijken. De hele grensstreek staat er vol mee.” Hij hoopt dat de Duitse molens de Twentse geesten rijp kunnen maken voor vergelijkbare parken aan de Nederlandse kant van de grens.

Voor de stichting Behoud Twents Landschap zijn de Duitse molens juist extra reden op de rem te trappen. Voorzitter Thom Weterings: „Over de komst van díé windmolens had ik niets te zeggen, al kijk ik er in mijn woonplaats De Lutte wel op uit en zijn we zogenaamd één Europa en één Euregio. Op dit besluit heb ik wél invloed.”

De eerste slag tegen de Twentse molens lijkt de belangengroep niettemin te verliezen. Gedeputeerde Staten van Overijssel zijn van plan in Noordoost-Twente – het deel van Twente met de hoogste natuurwaarde – windmolens toe te staan, ook al heeft het de status van Nationaal Landschap. Weterings: „We hopen dat dit plan bij de behandeling in Provinciale Staten nog kan worden tegengehouden, komend voorjaar, maar de lobby voor windmolens is sterk.”

Eigenaarschap

Foto Sake Elzinga

Koopman gaat er overigens niet van uit zijn plannen makkelijk te kunnen realiseren. „Ja, ik reken op tegenwind”, zegt hij lachend, inmiddels op de fiets. Hij vertelt hoe hij Twentenaren wil overtuigen: „Het gaat om een gevoel van eigenaarschap dat je mensen moet geven. Even verderop in Neede [Achterhoek] zie je de spandoeken nu hangen: ‘Neede zegt Nee tegen windmolens.’ Maar daar zijn ze veel te top-down te werk gegaan. Wij willen grondeigenaren vanaf het begin bij de uitvoering van de plannen betrekken. Zodat het hún windmolens en zonnevelden worden.”

Zijn advies aan gemeentes is turbines en zonneparken te plaatsen op plaatsen waar tóch al in het landschap is ingebroken en het direct van nut kan zijn. Neem deze eerste halte op de fietsroute: een viaduct over de gloednieuwe N-weg tussen Enschede en Doetinchem. „Er is veertig jaar over deze weg gesteggeld, voordat-ie er kwam. Wij moeten onze klus in tien jaar klaren. Gelukkig maar: lekker wat druk op de ketel.”

De eerste slag tegen de Twentse molens lijkt stichting Behoud Twents Landschap te verliezen

De tweede halte ligt vlak naast het viaduct: een energieneutraal bedrijfspand, met gras en zonnepanelen op het dak. „We sluiten het liefst zoveel mogelijk aan bij de plekken waar de energietransitie al begonnen is.”

Voor hij verder rijdt, wist hij het zweet van zijn voorhoofd – de fietsexcursie door de weidegebieden rond Haaksbergen is middenin de hittegolf. De oplopende temperaturen blijken een bron van optimisme: „Dit soort weer helpt mee, hè, om een gevoel van urgentie te krijgen. Als ik met burgers en ondernemers spreek, merk ik dat de scepsis over de opwarming van de aarde verdwijnt. Op de droge zandgronden hier heeft droogte bovendien een enorme impact.”

Behoud Twents Landschap zamelde intussen een kleine duizend handtekeningen in tegen de achttien turbines die de RES in Noordoost-Twente voorziet. Voorzitter Weterings: „Toeristen weten onze streek eindelijk beter te vinden, mede door corona. Dan zou het toch eeuwig zonde zijn om het unieke landschap waar zij op af komen te vervuilen met joekels van molens.” Hij pleit daarom voor windmolens „ruim buiten het gebied dat we nu Nationaal Landschap noemen”. Met een werkgroep zint hij nu op alternatieven voor de plannen uit de RES.

Lees ook dit verhaal over verzet tegen windmolens: Opeens stond die windmolen in de tuin

Wachten op kernenergie

„Alternatieven. Dat hoor ik in mijn partij ook”, verzucht VVD’er Koopman, voor het eerst licht geïrriteerd. „Dat we op kernenergie moeten wachten, op thorium. Dat de technologie vanzelf met een tijdige oplossing komt. Ik zeg altijd: prima, zoek vooral verder. Maar intussen moeten we ook in het nú handelen. Dat ben ik aan mijn toekomstige kleinkinderen verschuldigd.”

Projectleider Kolkman valt hem bij. „Neem die rij molens op de Zaanse Schans. Dat was ooit één van de grootste fabrieken van Europa. Pure industrie. Nu komen er busladingen toeristen naar kijken. Misschien kijken we over honderd jaar ook wel zo naar de windmolenparken die we gaan bouwen. Als industrieel erfgoed, dat intussen door betere technologie is vervangen, maar ons toch iets vertelt over hoe we in het verleden de strijd tegen de opwarming van de aarde zijn aangegaan. Als iets om trots aan te ontlenen.”

Halverwege een heuvel houdt de fietsende wethouder voor de laatste maal halt. „Kijk, in de verte, daar zie je wéér Duitse molens liggen.” Koopman laat zich graag gelden als overtuigd uitvoerder van het Haagse klimaatakkoord, maar zou ook die Duitse capaciteit willen benutten. Vooralsnog houden met name de Duitse netbeheerders dat tegen. „Als we mogen meeprofiteren van de windmolens waar we hier op uitkijken, kan dat natuurlijk aan onze doelen bijdragen. En ik vermoed ook aan het draagvlak. Het is eigenlijk vreemd dat zij zoveel turbines in een dunbevolkte streek hebben staan.”

Is hij jaloers op zijn Duitse collega’s, die kennelijk vrij eenvoudig zulke grote parken kunnen neerzetten? „Toch niet. De Duitsers zijn echt een Herrenvolk, gewend aan centrale aansturing. Wij zijn aan inspraak en eigenaarschap gewend. Dat spreekt mij, ook als liberaal, het meest aan. De manier waarop we in Nederland besluiten nemen is misschien tijdrovend, maar uiteindelijk zorgt het voor betere besluiten met een breed draagvlak. Dat soort besluiten is ook een vorm van duurzaamheid.”