Opinie

Het gezag van de chef-handhaver in coronatijd is gedeukt

Coronacrisis

Commentaar

‘Er zijn helaas momenten geweest waarop de anderhalve meter niet in acht is genomen. Dat spijt me, juist een minister moet altijd het goede voorbeeld geven.” Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) had vorige week een etmaal nodig om zich te verontschuldigen voor zijn huwelijksfeest. Op foto’s was te zien dat daar geen anderhalve meter afstand in acht was genomen, nota bene bij de doorgaans geregisseerde groepsfoto op het bordes. Grapperhaus erkende dat „mensen kritisch kijken naar de beelden en vragen hebben over de naleving van de coronamaatregelen”. En hij benadrukte dat hij de afstandsregel op zijn feest zo goed mogelijk had bewaakt – jammer dat het toch misging.

Zijn gezag of geloofwaardigheid als minister, belast met handhaving onder meer van de coronaregels, had er niet onder geleden, vond hij. Afgaande op de reacties onder meer op sociale media lijkt dat een optimistische conclusie. Het kabinet kan al enige tijd niet meer rekenen op ‘coronaconsensus’. Er is een vocale minderheid van sceptici (tot radicalen) die de doelmatigheid, proportionaliteit en zelfs de noodzaak van onder meer de afstandsregel ter discussie stellen. Die groep maakte al gehakt van Grapperhaus’ bordesfoto.

Al diegenen die tegen boetes aan liepen wegens overtreding van diezelfde regels mogen nu eveneens hun wenkbrauwen fronsen. Die vinden in het door Grapperhaus zelf georganiseerde feest in ieder geval een indicatie van rechtsongelijkheid dan wel willekeur. Een verweer dat in beroep bij de rechter ongetwijfeld naar voren zal komen. Ook is het aanzien van de minister bij zijn handhavers geschaad. Iedere agent of boa die te drukke huisfeesten moet beëindigen en samenscholingen moet opbreken, krijgt de bordesfoto voor de voeten geworpen. En vermoedelijk niet erg vriendelijk. Ook bij de verdediging van de coronanoodwet in de Kamer heeft Grapperhaus als handhaver ‘in chief’ nu een probleem, van eigen makelij.

Lees ook: Als ministers een loopje nemen met hun eigen regels

Of de minister nog geloofwaardig is, wordt doorgaans door anderen beslist. De lat ligt hoog, ook alweer dankzij Grapperhaus zelf. Hij noemde burgers die huisfeestjes gaven en zich niet aan de afstandsregel hielden „aso’s”. Over de afstandsregel zei Grapperhaus nog in juli dat „we daar geen concessies aan mogen doen”. Preventie door afstand houden is immers de belangrijkste en tot nu enige manier om besmetting te voorkomen. Dat deze minister zulke teksten hierna met gezag kan herhalen, is niet waarschijnlijk. Door zelf te demonstreren hoe moeilijk naleving is, ondermijnde hij behalve de handhaving ook de regel zelf.

Met de coronamaatregelen zelf heeft de minister tot nu toe evenmin een indrukwekkend figuur geslagen. De juridische basis is in maart gelegd met tijdelijke noodverordeningen, die zes maanden later nog altijd niet zijn vervangen. Voor de naleving ervan deed het kabinet een zwaar beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers, die dat vrij lang goed oppakten. De regels bleken echter ingewikkeld en moeilijk uitvoerbaar. Ze werden regelmatig bijgesteld, ook omdat handhavers ontdekten wat het publiek wel en niet accepteerde. Wat overbleef was handhavingsretoriek van de minister van Justitie. En uitgerekend die heeft zich op dit thema vergaloppeerd. Dan dreigt de minister dus ballast te worden voor het beleid dat hij zelf moet uitvoeren. Grapperhaus heeft dus een probleem, dat zich niet laat oplossen met een afkoopsom voor het Rode Kruis. Concessies aan de afstandsregel zijn dus wél mogelijk en aso’s laten zich toch moeilijker aanwijzen dan gedacht. Grapperhaus heeft nog het nodige uit te leggen.