Zomerslaap

NRC Schrijfwedstrijd Aan de zomerschrijfwedstrijd van NRC’s Achterpagina deden 549 lezers mee. De jury selecteerde de vijf beste inzendingen. schreef Zomerslaap.
Foto Getty Images

De ochtend was bijna voorbij en mijn oom en neven sliepen. Dat deden ze de hele dag, slapen. Misschien had ik geluk en zou de oproep tot het middaggebed de wekker zijn. Tante Baria schuifelde door het huis in een vormloze zwarte jurk. De Egyptische versie van het huispak.

„Thee?” vroeg ze. Ik knikte hoewel koffie beter was geweest. De thee was bitter. Mijn tante stopte haar lepel terug in de suikerpot en schoof de pot naar me toe. Ze stak drie vingers omhoog. Ik hakte om de suiker los te wrikken en kreeg er plezier in. Het voelde goed om iets omhanden te hebben. Het was alleen niet Instagram-waardig en daar werd ik onrustig van. De eerste twee weken hadden überhaupt nauwelijks foto’s opgeleverd. Zelfs platgetreden zomerse uitjes naar mijn favoriete Limburgse recreatieplas, een voormalige grindafgraving, boden doorgaans meer kans op een kek plaatje. Mijn onrust verdrijven door op eigen initiatief het huis te verlaten kon niet. Beledigingen leiden tot een ander type onrust. Vervelender.

„Haast u naar het gebed”, schalden de moskeeën door de stad. Neef Naïm kwam de huiskamer binnengewaggeld. „Is de lunch klaar?” Tante Baria klakte met haar tong. Naïm draaide zich om. „Dan maak ik nog even mijn droom af. Het is er heerlijk lichtroze”.

Nadat een uur lang zuchten en vloeken waren uitgewisseld, gingen we aan tafel. Mijn tante had meer tijd nodig gehad om haar mannen uit bed te krijgen dan om de gepureerde bonen en falafel te bereiden. Mijn oom knikkebolde. Een duik in de bonenpuree was een reëel gevaar. Naïm wist hem telkens op het juiste moment aan te stoten zonder iets te zeggen. Een goede zoon.

Ik moest hier weg.

„Mansour komt morgen”, zei mijn tante. Die zin kletterde als ijskoud water op mijn neven neer. „Kan die niet in een hotel blijven, moeder? Dan kunnen wij ontspannen. Er komt al zoveel lawaai van buiten. Broodverkopers, meloenverkopers, allemaal onruststokers”. Het was Naguib, die als oudste zijn verantwoordelijkheid nam. „Het is je bloedeigen broer! Ken jij dan geen schaamte, jij hond!”

Het ontbrak Naguib aan wilskracht om de strijd voort te zetten. Opwinding verstoort het middagslaapje, had hij me vaak verteld, het mooiste slaapje van de dag.

Mansour, de verloren zoon uit Californië, liep de volgende dag in korte broek om tien uur ’s ochtends het huis binnen. ‘Yoga master’ stond er op zijn T-shirt. Hij gaf me een high five en vroeg om ontbijt. Toen ik het broodje omelet kwam brengen zat hij in de woonkamer met zijn koptelefoon op. Hij schreeuwde af en toe iets over targets en deadlines naar de andere kant van de wereld. Het rook naar energiedrank.

„Dude, het is je vakantie. Ik bestel een auto met chauffeur. Je kunt niet in dit huis blijven zitten”. Nu gaf ik een high five. Het lijstje met te bezichtigen plekken had ik al opgesteld. De scheve piramide, de dodenstad, een Nijltochtje: in een dag genoeg foto’s op Instagram om uitstapjes van drie weken te veinzen.

De hitte schaakte me. Na één stap buiten verlangde ik naar een koude douche. Ik hield een hand onder mijn ogen om reflecties van de zon te weren en zwaaide met mijn andere hand naar de chauffeur. In de auto boden cassettebandjes met de diepe stem van Egyptes beroemdste zangeres tegenwicht aan getoeter en getier. Ik probeerde wel, maar het was onmogelijk. Zoveel licht, zoveel lawaai. Doezelen was de enige uitweg.

De chauffeur maakte me driemaal wakker voor foto’s. Na de scheve piramide keerden we terug. Mansour was weg, vertrokken voor meetings op het vliegveld. Het huis was koel en ik omarmde de sluimer.

Lees hier de verantwoording van de jury van de zomerwedstrijd. „Wat opviel aan de inzendingen: veel vrouwen, wonend in lommerrijke villawijken, brachten met genoegen hun partner om.”