‘Zeker 150 asielzoekers herleidbaar na datalek COA’

Datalek Per abuis plaatste het COA mensenhandelmeldingen online. Nu blijkt dat honderden mensen identificeerbaar waren.

Het azc in Ter Apel.
Het azc in Ter Apel. Foto Kees van de Veen

Na een datalek bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zijn 150 vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel- en smokkel mogelijk in gevaar geweest. Dat blijkt uit een reactie van het COA, dat in juni per ongeluk bijna twaalfhonderd meldingen van vermoedens van mensenhandel op zijn site publiceerde. Zeker honderdvijftig slachtoffers waren door het datalek identificeerbaar. Eén persoon werd na het lek verhuisd naar een ander asielzoekerscentrum. Voor iemand anders werd de politie ingeschakeld.

Lees ook: Data slachtoffers mensenhandel op internet gezet

De bijna twaalfhonderd meldingen werden gedaan door COA-medewerkers en waren gericht aan de politie. Medewerkers van asielzoekerscentra beschrijven hoe „schaarsgeklede” vrouwen ’s nachts op de parkeerplaats van het centrum worden opgepikt. Er zijn meldingen van doodsbange mannen op de vlucht voor de maffia en van homo’s die hun familie en misbruikers vrezen. In het document stond veel privacygevoelige informatie van de vermoedelijke slachtoffers, zoals namen, geboortedata, telefoonnummers en verblijfslocaties.

NRC en onderzoeksprogramma Argos ontdekten het lek en informeerden het COA, waarna de informatie direct offline werd gehaald. „Dit had niet mogen gebeuren”, schreef staatssecretaris Broekers-Knol (Asiel, VVD) in een brief aan de Kamer.

De honderdvijftig slachtoffers met „risicoprofielen” zijn door het COA over het datalek geïnformeerd. Ze werden door medewerkers ingelicht op de locatie waar ze verblijven, ontvingen een brief of konden op COA-sites over het lek lezen, waar een bericht in elf talen werd gepubliceerd. „Bewoners begrepen wat er speelde”, zegt een woordvoerder van het COA.

In totaal identificeerde het COA 2.193 persoonsgegevens in het gelekte document. Naast de mensen die een groot risico liepen werden er 104 mensen met een „middel risico” geïdentificeerd. Het gaat om mensen die door het lek identificeerbaar zijn, maar volgens het COA niet te koppelen aan een „mensenhandel of -smokkel-signaal”.

Niet alle mensen die in het document voorkomen zijn over het lek geïnformeerd. Sommigen verdwenen in de illegaliteit of vertrokken met onbekende bestemming en konden niet worden bereikt. Degenen die wel in het document voorkwamen maar volgens het COA niet identificeerbaar waren, zijn niet van het lek op de hoogte gebracht.

Ook de mogelijke verdachten die in het document worden vermeld (COA-medewerkers noteerden soms namen, telefoonnummers, kentekens, ID-nummers) zijn „in overleg met het OM” niet van het lek op de hoogte gebracht. Een COA-woordvoerder: „Pas als duidelijk is dat er naar deze verdachten geen strafrechtelijk onderzoek loopt, kan er eventueel geïnformeerd worden.” Eerder zeiden opsporingsbronnen tegen NRC dat eventuele strafrechtelijke onderzoeken door het lek verstoord kunnen worden.

Het datalek ontstond nadat het document na een verzoek op de Wet openbaarheid van Bestuur (Wob) op de COA-site verscheen – ingewilligde wobverzoeken worden naar journalisten gestuurd en ook online gepubliceerd. Privacygevoelige informatie moet dan zijn geanonimiseerd. Volgens het COA werd het lek veroorzaakt door een „menselijke fout.”