Opinie

Preventief fouilleren werkt (nog steeds) niet

Lotfi El Hamidi

Twee hardnekkige misverstanden in de beeldvorming over veiligheid die mij de afgelopen tijd opvallen. Eén: de politie treedt niet hard genoeg op tegen raddraaiers. Twee: linkse partijen kijken weg bij misdaad, vooral als die gepleegd wordt door allochtone Nederlanders.

Niets is minder waar. Het zal per regio verschillen, maar in de grote steden zijn agenten in ieder geval niet van de softe aanpak. Deëscaleren waar het kan, luidt het devies, maar de lange lat erover als het moet. En de meeste linkse politici praten wangedrag van allochtone jongeren allang niet meer weg, al geven uitspraken zoals van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema, die vorig jaar zei „de kant van de [drill]rappers” te kiezen, soms de indruk van wel.

Na een roerige maand van wapengeweld in Amsterdam heeft Halsema besloten alsnog een proef te draaien met preventief fouilleren. Eerder werd een experiment afgeblazen omdat het etnisch profileren in de hand zou werken.

Wat is wijsheid?

Collega-columnist Zihni Özdil, voorheen fervent tegenstander van preventief fouilleren, was „in de war” en belde vervolgens FVD-raadslid Annabel Nanninga. In één telefoongesprek veranderde Özdil van liberaal naar conservatief, die om de een of andere reden ervan overtuigd is dat de Amsterdamse politie niet zo „dom, collectief en racistisch, zoals in Rotterdam” zal fouilleren, „maar verstandig en gericht”.

Los van de karikatuur van Rotterdam’s finest (die, vermoed ik, door jarenlange ervaring veel verder zijn in het ‘verstandig en gericht’ fouilleren) is het vreemd om bij een politicus te rade gaan, en al helemaal van een partij die bekendstaat om haar anti-Marokkaanse sentimenten. Weinig politici, zeker niet ter rechterzijde, die in de huidige tijdgeest zwak willen overkomen op het gebied van law and order.

De stoere taal doet het ongetwijfeld goed bij een deel van de bevolking, en de beelden van lichtgetinte en zwarte jongens met de handen tegen de muur geven sommigen vast een bevredigend gevoel. Maar het ontnuchterende feit over preventief fouilleren is dat het nauwelijks de misdaadcijfers doet dalen. Verschillende studies, onder andere naar het stop-and-frisk-beleid in New York, wijzen er zelfs op dat de nadelige effecten groter zijn dan de voordelen.

Wat werkt dan wel? Voorop gesteld: agenten hebben doorgaans een smoelenboek van notoire draaideurcriminelen. Die lui worden al in de gaten gehouden. Maar er is meer nodig. De vorige korpschef Erik Akerboom pleitte al voor een stevige positie in de wijken, dichtbij de jeugd. Vertrouwen kweken, juist in de kwetsbare buurten, om zo informatie over criminaliteit en radicalisering te winnen. Maar met een tekort aan dienders (zo hebben wijkagenten hun handen vol aan nooddiensten) is dat allemaal nauwelijks haalbaar.

Preventief fouilleren is daarom vooral machtsvertoon – of een vertoon van onmacht.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.