IJsberen en mensen komen elkaar steeds vaker tegen op Spitsbergen

Spitsbergen Een ijsbeer doodde vrijdag een 38-jarige Amsterdammer. „De kans dat je hier een ijsbeer ziet is drie keer zo groot als 50 jaar geleden.”

Een jagende ijsbeer op Spitsbergen, waar sinds 1971 zes mensen omkwamen doordat ze werden aanvallen door een ijsbeer.
Een jagende ijsbeer op Spitsbergen, waar sinds 1971 zes mensen omkwamen doordat ze werden aanvallen door een ijsbeer. Foto Sven-Erik Arndt / Getty

IJsberen vallen zelden mensen aan. Maar als ze het doen, loopt het vaak niet goed af. „IJsberen willen hun prooi meteen doden, dat is hun instinct”, zegt reisgids Rinie van Meurs, die vaak op Spitsbergen komt. „Zo moeten ze overleven. Anders krijgen de robben waarop ze jagen de kans om onder het ijs te ontsnappen.”

Vrijdagochtend in alle vroegte doodde een jonge ijsbeer de beheerder van een camping nabij Longyearbyen, de hoofdstad van Spitsbergen, een kleine archipel in het Noordpoolgebied. Het dier sleurde de 38-jarige man uit Amsterdam uit zijn tent en verwondde hem dodelijk. Een omstander wist de beer met geweerschoten te verjagen. Het dier werd later dood teruggevonden bij het nabijgelegen vliegveld. De zes gasten op de camping bleven ongedeerd.

Het is de eerste aanval door een ijsbeer in het ruim veertigjarige bestaan van de camping. Omdat de beren niet langer wegblijven uit het bewoonde gebied, had Michelle van Dijk, de Nederlandse eigenaar van de camping, al een elektrisch hek rond het terrein willen zetten. Het was de bedoeling dat het hek dit voorjaar zou zijn geïnstalleerd, de spullen lagen volgens haar al klaar. „Maar corona gooide roet in het eten”, laat Van Dijk, zelf in Nederland, weten. Omdat het eiland aan het begin van het zomerseizoen van de buitenwereld afgesloten was, kon ook de beheerder er niet heen voor de gasten kwamen.

Lees ook: IJsberen herken je aan hun littekens

In de week voorafgaand aan het fatale ongeval waren er al vier ijsberen gezien rond Longyearbyen. „Iedereen was extra alert”, zegt Van Dijk. „Maar de beheerder vertelde mij dat alles onder controle was.” Hij was ervaren en had een lokale training gevolgd, inclusief instructies hoe te handelen wanneer er een ijsbeer in de buurt is. Wat zich precies heeft voorgevallen, weet Van Dijk niet. De politie van Spitsbergen onderzoekt de zaak nog.

Meer ijsberen, meer conflicten

„Schrikdraad rond een tentenkamp is op Spitsbergen echt noodzaak”, zegt bioloog Jouke Prop van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. „Sinds 2000 is het aantal confrontaties met ijsberen op Spitsbergen flink toegenomen.”

Volgens Prop komt dat doordat de dieren steeds vaker het land op komen bij gebrek aan zee-ijs: „een gevolg van de klimaatverandering”. Hij beschreef vijf jaar geleden in een wetenschappelijk artikel dat ijsberen op Spitsbergen nesten van eenden en ganzen plunderen, gedrag dat op zo’n schaal nooit eerder was waargenomen. Normaal jagen ijsberen op robben die ze meestal vangen door ze op te wachten bij ademgaten in het ijs. Maar als er geen ijs meer is, houdt dat op.

Props Noorse collega Jon Aars bevestigt dat. Hij mailt nog net een paar staccatozinnen terug voordat hij bereik verliest bij zijn werk in het veld op Spitsbergen. „Bij deze aanval lijkt het inderdaad op dat de ijsbeer het slachtoffer als prooi zag, hoewel ze liever zeehonden eten”, schrijft hij. „In West-Spitsbergen zien we op het moment meer ijsberen dan normaal, terwijl er minder zee-ijs is. Dus meer kans op confrontaties.”

‘Oude rot’ in het vak Ko de Korte, vindt het gemakzuchtig om alle problemen op het klimaat te schuiven. „Als er iets meer ijs was geweest was de beer inderdaad misschien niet bij Longyearbyen aan land gegaan, maar als er nog minder ijs was geweest ook niet”, vertelt de bioloog, die in 1968-’69 op Spitsbergen overwinterde om ijsberen te inventariseren. Het is gewoon ‘drukker' geworden met ijsberen en daardoor zijn er meer confrontaties met de mens.

Rond 1930 leefden er in het hele Noordpoolgebied zo’n 30.000 ijsberen. Door de enorme jachtdruk waren er omstreeks 1970 ongeveer 8.000 over. „In een heel jaar hebben we maar twintig verschillende ijsberen gezien”, vertelt De Korte. Nadat de ijsbeer vanaf 1973 in de Arctische landen een beschermde status had gekregen, nam hun aantal weer toe tot zo’n 25.000 exemplaren.

De Korte: „De kans dat je nu een ijsbeer tegenkomt, is ongeveer drie keer zo groot als vijftig jaar geleden. De ijsbeer is een onvoorstelbaar sterk dier. Hoe je er ook aan gewend zou kunnen zijn, je moet altijd op je hoede zijn.”

In het wild kamperen op Spitsbergen zou De Korte niet meer doen. „Althans niet zonder wapen of zonder berenwacht die de anderen kan waarschuwen als er gevaar is. Misschien zou ik het nog wel durven in het binnenland, waar veel minder ijsberen komen.”

Verticale robben

„Beren zijn niet agressief, het zijn gewoon roofdieren”, zegt reisgids Rinie van Meurs, die tevens natuurfotograaf is. „Als een merel een worm uit de grond trekt en opeet, noem je hem toch ook niet agressief? IJsberen leven normaal gesproken van robben die vaak groter zijn dan wijzelf. Ik kan mij voorstellen dat ze ons soms zien als verticale robben.”

De aanval van vrijdag lijkt Van Meurs, die al ruim dertig jaar iedere zomer op Spitsbergen komt, geen wanhoopsactie van een uitgehongerde beer. „Ik heb een foto van het dier gezien, een mooie vette beer. Maar ook al had hij misschien geen honger, beren zijn altijd nieuwsgierig en op zoek naar eten. Hij scheurde de tent open en van het een kwam het ander. De plotse beweging van iemand die schrikt, kan zijn jachtinstinct losmaken.”

Op Spitsbergen zijn sinds 1971 zes doden gevallen bij aanvallen door ijsberen. De laatste keer was in 2011, toen een 17-jarige jongen van een Britse expeditie door een ijsbeer werd aangevallen terwijl hij in zijn tent lag te slapen.

Is toerisme nog wel verantwoord in gebieden waar zulke gevaarlijke roofdieren rondlopen? Van Meurs bekijkt het nuchter. Als mensen vaker in het Noordpoolgebied komen zit een ongeluk of een conflict met ijsberen er altijd in: „Maar dat gebeurt ook op safari’s in Afrika waar toeristen soms worden aangevallen door olifanten of leeuwen.”

De grootste bedreiging voor de ijsbeer is volgens Rinie van Meurs niet het klimaat en ook niet toerisme waarbij er in een noodsituatie af en toe een dier wordt doodgeschoten. „Het is nog altijd de jacht en de stroperij die het dier bedreigen”, zegt Van Meurs, die vorig jaar het boek The Future Polar Bear uitbracht. „Ik schat dat het gaat om minstens duizend dieren per jaar. Daarbij valt al het andere in het niet.”