Recensie

Recensie Muziek

Festival Oude Muziek niet eerder zo intiem

Festival Het Festival Oude Muziek gaat wel door – maar anders. Met 160 concerten en via 21 livestreams en oude opnames.

Luitist Fred Jacobs en violiste Lidewij van der Voort in de Gertrudiskapel in Utrecht, tijdens Festival Oude Muziek. Foto Marieke Wijntjes
Luitist Fred Jacobs en violiste Lidewij van der Voort in de Gertrudiskapel in Utrecht, tijdens Festival Oude Muziek. Foto Marieke Wijntjes

„Dit is mijn eerste concert sinds corona”, bekent sopraan Stefanie True. De zaal – vol als je bijna uitverkocht met een paar tientallen mensen zo kunt noemen – klapt luid. „Bravo!”, roept iemand. De uitvoering die True en luitiste Shizuko Noiri net gaven van Dowlands Come again, sweet love maakte dan ook precies duidelijk waarom live-muziek zo onvervangbaar is. Het samenspel van Trues pure stem en Noiri’s fijnzinnige luitspel treft door eenvoud direct doel. Wanneer spreekt muziek het krachtigst? Als verzuchtingen als „to see, to hear, to touch, to kiss” zo diepgevoeld gezongen worden als hier, bijvoorbeeld. „Ik vond het een passend openingslied”, zegt True. „Het beschrijft alles wat we tijdens de quarantaine hebben gemist.”

Het Festival Oude Muziek was niet eerder zo intiem als dit weekend: concerten voor weinig mensen hebben vanzelf een andere, persoonlijker sfeer. Van de oorspronkelijke, internationale programmering zou eerst alleen nog het grootschalige openingsconcert door het Ensemble Correspondences doorgaan. Maar Parijs werd ‘code oranje’ en het openingsconcert omgevormd tot een – geweldig, rijk gedifferentieerd en gelukkig nog her te beleven live-stream vanuit Saintes. Ziedaar de realiteit van programmeren tijdens corona, alles is vloeibaar.

Het goede nieuws: het geplande Festival Oude Muziek van 2020 (thema: retoriek) is doorgeschoven naar 2021. Meer goed nieuws: ook deze week klinkt er desondanks volop live oude muziek en dit jaar zelfs in tien steden buiten Utrecht. „Als een muzikale elfstedentocht”, aldus festivaldirecteur Xavier Vandamme. „We wilden de Nederlandse muzieksector een impuls geven, musici weer aan het werk helpen.”

Wie zaterdag op de eerste festivaldag bijna als vanouds heen en weer struinde tussen concerten in Utrechtse kerken, wist dus dat in Delft, Haarlem en Zwolle tegelijkertijd concerten aan de gang waren – en volgende week in Groningen en Almere (maandag), Amsterdam en Middelburg (dinsdag) en Leeuwarden en Den Bosch (woensdag). Intussen repeteerden amateurzangers thuis met Giulio Prandi Vivaldi’s Dixit Dominus, in een scratchkoor via Zoom.

Het live-concert van Stefanie True, met heerlijke luitliederen van o.a. Dowland, Campion, Lanier en Purcell, was zaterdag het hoogtepunt van de dag, muzikaal en inhoudelijk. Trues innemende persoonlijke toelichtingen gaven vleugels aan de zonder uitzondering expressieve uitvoeringen.

Robert Franenberg , bij oude muziekliefhebbers bekend als de vaste, immer enthousiaste contrabassist van De Nederlandse Bachvereniging en het Orkest van de Achttiende Eeuw, bracht op een vijfsnarige Weense bas met fretten en samen met zijn dochter Isabel op altviool een programma met 18de-eeuws duo-repertoire. Het programma prikkelde tevoren de nieuwsgierigheid: wanneer hoor je deze combinatie van lage, authentieke strijkerstimbres? Maar in de praktijk bleek Ditters von Dittersdorfs tafelmuziek wat weinig opwindend voor deze geconcentreerde concertsetting. Het duet van ‘contrabasheld’ Johannes Matthias Sperger (1750-1812) bood fraaie, hoog op de toets gespeelde lyrische passages en lekker plagerige dialoogjes.

Interessant was ook het programma van het in Drenthe gewortelde Margaretha Consort van gambiste Marit Broekroelofs, met luitist David van Ooijen en altus Tim Braithwaithe. Het drietal bood een muzikale en politieke duik in het Engeland van de zestiende eeuw, aan de hand van stukken van Dowland en Byrd. Met ritueel aangestoken kaarsen en gesproken historische toelichtingen was het in de gotische Nicolaïkerk toch net een charmant huiskamerconcert, muzikaal niet overal volmaakt gepolijst, maar illustratief voor een oude muzieksector die in Nederland de bloeiende basis vormt onder de top die je normaal hoort op het festival.