‘Ik dacht eerst: dat mens spoort niet’

Spitsuur Sandra en Jan Willem de Roos gaan in de zomer graag de jungle in. Sandra: „Dan is het komkommertijd op zijn kantoor.”

Jan Willem: „Maar nu komt er een tweede kleine, dus ik heb vakantiedagen opgespaard.”

Sandra: „Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd en was klaar in 2009, op het hoogtepunt van de kredietcrisis, dus een baan vinden was kansloos. Alle culturele organisaties hadden met bezuinigingen te maken. Toen ben ik maar jurken gaan naaien. Dat was eigenlijk een hobby, ik heb de modevakschool in de avonduren naast mijn studie gedaan. En ik maakte al weleens jurken voor mensen van onze studentenstijldansvereniging, voor danswedstrijden en gala’s en zo.”

Jan Willem: „Ik ben accountant. Mijn ouders hebben altijd gezegd, ga voor een baan en zoek daar een studie bij.”

Sandra: „Ik heb een naaiatelier. Je kunt bij mij een broek korter laten maken, maar voor grootste deel maak ik maatkleding – vooral bruidsjurken. Omdat maatkleding nu eenmaal best prijzig is, kom je al snel in die hoek terecht. En er zijn steeds meer mensen die zelf kleding willen kunnen maken, daarom geef ik ook naailes. Daar is echt een run op, ik heb wachtlijsten.”

Jan Willem: „Ik werk nu vier dagen. Het idee is dat ik vrijdag thuis ben en Sandra maandag, om op onze dochter Olivia te passen. De opvang is redelijk dichtbij ons huis, ik gooi haar ’s ochtends gauw in de auto en daar er weer uit, en rijd dan door naar mijn werk. Meestal ben ik ook op tijd klaar om haar weer op te halen.”

Sandra: „Mijn atelier zit aan de zuidkant van Groningen, boven het zwembad. Ik werk drie-en-een-halve dag, en doe daarnaast een halve dag vrijwilligerswerk in het atelier van een sociale onderneming. De naailessen geef ik twee avonden in de week, in cursussen die steeds een aantal weken duren.”

Jan Willem: „Het nadeel van accountant zijn, is dat je een heel druk voorjaar hebt en veel moet overwerken, het voordeel dat je in de zomer vrij bent. Vanaf half juli kan ik meestal vier tot zes weken vrij nemen als ik dat wil.”

Sandra: „Dan is het komkommertijd en is er niemand op je kantoor. Maar dit jaar liep alles een beetje uit vanwege corona.”

Jan Willem: „En ik dacht: ik kan wel vrij nemen, maar wat gaan we dan doen?

Sandra: „Normaal maken we een dikke reis, maar dat gaat nu toch niet lukken.”

Jan Willem: „Er komt nog een tweede kleine aan, rond 6 januari. Dus ik ben een beetje vakantiedagen rond die tijd aan het opsparen. Dan neem ik dan iets langer vrij.”

Alleen maar kerels

Sandra: „We leerden elkaar kennen bij de studentenstijldansvereniging in Groningen. Ik kom uit Wageningen en hij uit Doetinchem, je kent de stad niet, dus dan is een vereniging wel leuk.”

Jan Willem: „Ik was single en woonde in een studentenflat met alleen maar kerels. Als ik ooit nog iemand wil tegenkomen, zal ik ergens anders naar toe moeten, dacht ik. Toen ik bij de vereniging naar binnenliep, was daar een heel klein meisje.”

Sandra: „Hij is drie koppen groter dan ik.”

Jan Willem: „Ze had net haar haar gemillimeterd. En ze droeg een grijze leren jas, met een grote bontkraag. Ik dacht: dat mens spoort niet. Ik heb altijd gezegd dat ik op lang en lange blonde haren val, en dat ik dus wel met iets kleins en kaals zal thuiskomen…”

Sandra: „Dat is gelukt. We hebben nog dertien jaar bij die vereniging gedanst. Dat je denkt: ik ben vierendertig, tijd om verder te gaan. We hebben even geprobeerd partners te zijn met dansen, maar dat was geen succes.”

Jan Willem: „Toen sloegen we elkaar de hersens in.”

Sandra: „Dat zie je in de danswereld vaker. Danspartners kunnen beter geen levenspartners zijn en andersom.”

De jungle in

Sandra: „Onze hobby is wildparken in het buitenland bezoeken. Jan Willem kan toch makkelijk een maand vrij krijgen en ik heb geen baas. Dus wij gaan heel vaak, meestal elk jaar, een maand ergens de jungle in.”

Jan Willem: „Ik ben opgegroeid in Doetinchem, mijn ouders gingen nooit verder dan Nederland op vakantie. België hebben we nog net gehaald. Ik was altijd al gebiologeerd door dieren. Ik zag natuurdocumentaires en dacht: dáár wil ik heen. Toen Sandra en ik bij stijldansen aan de praat raakten, zei ik dat ik ooit nog naar de Ngorongoro-krater in Tanzania wilden. Was zij daar al geweest...”

Sandra: „Onze huwelijksreis voerde uiteindelijk naar die krater. Ik ben opgegroeid in Afrika, dus ik vond het mooi om terug te gaan. Mijn ouders zijn tropisch landbouwkundigen, en mijn vader heeft jarenlang een kinineplantage in Burundi gerund.”

Jan Willem: „Heel soms kijk ik wel naar internationale vacatures.”

Sandra: „Maar we zijn niet van die avonturiers die gewoon gaan. Dan moeten we eerst een plan hebben, een baan. ”

Jan Willem: „We kijken nu meer wat er allemaal bestaat. Dromen. Sandra maakt het niet uit. Zij pakt haar spullen en gaat ergens anders wonen.

Sandra: „De dag dat we terug naar huis moeten op een reis, is altijd weer de ergste dag van mijn leven. Misschien heb ik wel heimwee naar de tropen.”

Jan Willem: „Ik heb haar ten huwelijk gevraagd in Petra, in Jordanië.”

Sandra: „Heel romantisch.”

Jan Willem: „Ik vroeg haar op één knie, met een ring. Toen gaven we elkaar een knuffel, en stond ik op en keek om me heen...”

Sandra: „...en toen stond daar precies nog zo’n stel.”

Jan Willem: „Dus het was niet erg origineel.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl

Actuele vacatures

Meer vacatures

Uitgelichte artikelen

Meer artikelen