De CDA-prominenten die Omtzigt in stilte steunden – en wat toen gebeurde

Deze week: hoe kon de crisis in het CDA escaleren? Ofwel: de prominenten die stilletjes Omtzigt steunden, ongemak in beide kampen, argwaan over Jack de Vries, donkere theorieën – de somberte in een diep verdeelde middenpartij.

Het was een politieke zomer zonder zorgeloosheid. Te veel coronadilemma’s om tot rust te komen. Te veel CDA-gedoe om de telefoon te negeren. Vakantie zonder mentale kalmte.

Je kreeg ook de indruk dat nogal wat politici niet echt uitgerust waren toen ze vorige week weer begonnen.

Het kwam vooral in beeld bij het aanhoudende drama in het CDA. Een betrekkelijk eenvoudige operatie, de verkiezing van een nieuwe lijsttrekker, liep er uit op een expositie van amateurisme en verval.

De gedroomde kandidaat, Wopke Hoekstra, viel af, en de twee die het daarna uitvochten, vice-premier Hugo de Jonge en Kamerlid Pieter Omtzigt, voelden zich eind vorige week, ruim een maand na de uitslag, nog steeds gedwongen hun eigenbelang te beschermen.

Best pijnlijk voor een partij die „de verbondenheid tussen mensen” tot één van haar vier basisprincipes (‘uitgangspunten’) heeft verheven.

Je kon je concentreren op mogelijke incidenten bij de stemprocedure. Maar die waren het echte punt niet. Het echte punt was dat het CDA wel een nieuwe leider had gekozen – maar de diepe verdeeldheid die dit proces had blootgelegd niet ongedaan wist te maken.

Een verdeeldheid die veel gecompliceerder is dan een eenvoudige verdeling tussen links en rechts of establishment en anti-establishment.

Het is existentiëler: deze partij, opgericht om groepen met botsende belangen bij elkaar te brengen, heeft nu zélf grote moeite de botsende belangen in de eigen gelederen bij elkaar te brengen.

Een middenpartij die niet meer weet waar het eigen midden zit. Een machtspolitiek apparaat op zoek naar het eigen machtscentrum.

Je hebt namen en rugnummers nodig om te begrijpen wat er zich de laatste maanden intern in het CDA afspeelde.

In de tweede stemronde kreeg Omtzigt volgens de officiële uitslag bijna de helft van de stemmen. Dit was verrassend veel: CDA-leden volgen normaal de keuze van de partijleiding. Zo werd fractievoorzitter Sybrand Buma in 2012, toen hij streed tegen vier opponenten, al in de eerste ronde met ruim vijftig procent tot partijleider gekozen.

Een van de redenen dat Omtzigt het zo goed deed was dat hij stille steun had van een aantal partijprominenten.

Ab Klink, oud-minister van Zorg en in 2010 opponent tegen samenwerking met Wilders, adviseerde Omtzigt over de zorg. Ernst Hirsch Ballin, oud-minister van Justitie, uitte in kleine CDA-kring sympathie voor Omtzigts kandidatuur. Cees Veerman, oud-minister van Landbouw, liet zich vergelijkbaar uit. Oud-topambtenaar en staatsraad Richard van Zwol, die als voorzitter van Wetenschappelijk Instituut neutraal bleef, had geregeld contact met Omtzigt en stond volgens intimi „niet ongenegen” tegen zijn kandidatuur.

Het was een lijstje dat andere CDA’ers overreedde. Toen bijvoorbeeld het Zeeuwse oud-Kamerlid Ad Koppejan, destijds ook fel tegen de gedoogcoalitie met Wilders, vernam dat Klink en Van Zwol sympathiseerden met Omtzigts kandidatuur, ging ook hij overstag en spoorde Zeeuwse partijgenoten aan hetzelfde te doen. Een lopend vuurtje.

Tegelijk lag Omtzigt goed bij de rechtervleugel – met Mona Keijzer, voorstander van mogelijke samenwerking met Baudet, als zichtbaarste vertegenwoordiger.

Het was, legden betrokkenen uit, een combinatie van factoren: teleurstelling over Hoekstra’s afhaken, scepsis over de gelikte presentatie van De Jonge; weerzin tegen het partij-establishment; en een voorkeur voor Omtzigts authenticiteit.

De scepsis over De Jonge werd verder gevoed doordat hij bekende CDA’ers verleidde tot steunbetuigingen: mensen als Buma, Justitieminister Ferd Grapperhaus (dit was voor zijn huwelijk) en staatssecretaris Raymond Knops (Binnenlandse Zaken).

Over die laatste twee ging de mare in de partij, soms gevoed door kamp-Omtzigt, dat dit handjeklap was: dat ze een gunstige plaats op de kandidatenlijst was toegezegd in ruil voor hun steun. En hoewel het bewijs ontbrak, zou dit ook voor anderen gelden.

Zo werd alles erg platvloers. Oud-spindoctor Jack de Vries, sinds het voorjaar campagnevrijwilliger op het partijbureau, steunde De Jonge ook, en gaf intern te kennen dat hij graag nog eens Kamerlid wil worden. Tegelijk werden negatieve artikelen over Omtzigt in diens wereld toegeschreven aan gespin door dezelfde De Vries. Zo vermengden theorieën over de bron van die verhalen zich met speculaties over De Vries’ eigen politieke ambities. Een schaduwgevecht dat niemand kon winnen, maar dat in sommige CDA-binnenkamers een donkere lading aan de hele campagne gaf.

Het feitelijk gehalte was beperkt. De Vries legde me uit dat hij het verhaal over zijn ambitie wel begrijpt – hij beaamde inderdaad dat hij graag nog eens Kamerlid wil worden – maar ontkende dit keer formeel gesolliciteerd te hebben. En de negatieve verhalen over Omtzigt, weet ik uit eigen ervaring, lagen voor het oprapen: veel Haagse CDA-politici vinden hem inhoudelijk indrukwekkend maar karakterologisch ongeschikt voor het leiderschap. Te solistisch en bij momenten te inflexibel.

Maar die voorgeschiedenis verklaart hoe het na de uitslag zo kon mislopen. In beide campagneteams was wantrouwen en minachtig voor het andere kamp ontstaan.

In de wereld van Omtzigt bestond er daarom meteen twijfel of De Jonge hem echt ruimte als running mate zou gunnen. En vragen van Omtzigt over de correcte verwerking van de digitale stemmen, die hij op de ochtend van de uitslag al stelde, liet de voorzitter weken onbeantwoord.

Dus toen Trouw vorige week dinsdag onthulde dat Omtzigt die vragen had, en hij er daarna op Radio 1 openlijk over sprak, wisten ze intern: nu moeten we oppassen dat hij het CDA niet gaat behandelen alsof het de Belastingdienst is. Vandaar het inderhaast uitgevoerde onderzoek dat woensdag naar buiten kwam met de conclusie dat de uitslag correct was.

Omtzigt steunde die conclusie, maar dat stelde weinigen nog gerust: de eerste keer steunde hij de uitslag ook.

Het verklaart mede de somberte die dit hele proces bij Haagse CDA’ers veroorzaakt. Want iedereen met een beetje campagne-ervaring weet: nu wordt het wel erg lastig in 2021 overeind te blijven.

Een lid van de partijtop wees op iets fundamentelers: wat telkens terugkeert na dit soort grote gevechten is dat verliezers hun nederlaag ervaren als vijandige overname. Dat was in 2010 toen de partij onder Maxime Verhagen koos voor samenwerken met de PVV. Dat was in 2012 toen Buma leider werd en de partij verder naar rechts trok. De afgelopen maand vertoonde het kamp-Omtzigt dezelfde trekken.

Het gevolg: een middenpartij die haar innerlijke cohesie verliest, zodat het volgende grote gevecht ook steeds een vereffening van de vorige nederlaag is, en tegenstellingen zich nog slechts verharden.

Zo is een elementaire stroming in de Haagse politiek, die al ruim een eeuw bijna onafgebroken in het centrum van de landsbestuur zit, en daar doorgaans compromisvorming mogelijk maakt, in een identiteitscrisis beland die lang niet alleen over het CDA gaat.

Want in de kern gaat dit ook over het tanende vermogen van de hele politiek om nog buiten de voortreffelijkheid van de eigen stijl en het eigen standpunt te treden. Om daadwerkelijk ,,de verbondenheid tussen mensen’’ te bevorderen.

Dus in tijden van corona, Trump en Brexit hoef je echt geen overtuigde christen-democraat te zijn om de neergang van deze partij met enige beduchtheid te aanschouwen.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Het CDA en de wet van Murphy

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.