Opinie

Als Amerika brandt, is dat in de eerste plaats de president aan te rekenen

Onrust in de VS

Commentaar

Partijconventies in de Verenigde Staten zijn traditioneel zeldzame momenten van oprechte vreugde in de politiek. In een decor van glitter, ballonnen en muziek vertellen Democraten en Republikeinen, een paar maanden voor de presidentsverkiezingen, wat hun versie van Amerika is. Schaamteloos schmieren – met artiesten, inspirerende verhalen van Amerikaanse burgers, aanstormende politici, acteurs – is het doel. Wat zij vieren is niet zozeer de eigen partij, maar ook de vitaliteit en energie van de Amerikaanse democratie.

Gitzwart was het decor de afgelopen week, bij de Republikeinse conventie, en dat lag niet alleen aan alle coronabeperkingen. Jarenlang opgebouwde maatschappelijke spanningen lopen volgens een eigen dynamiek steeds verder uit de hand, en de Republikeinse Partij deed niets om de chaos te keren. Integendeel. Het beeld dat de sprekers van Amerika schetsten, was apocalyptisch. Over de coronacrisis werd veelal in de verleden tijd gepraat, alsof het virus, dat al weken elke dag opnieuw meer dan duizend Amerikaanse levens kost, uitgeroeid is. Het vijanddenken richtte zich niet tegen deze onzichtbare vijand, maar tegen anti-Trumpactivisten, plunderaars, relschoppers en criminelen. Zo werd de wanorde in de straten van Amerikaanse steden ingezet als een politiek wapen. Dat is nixoniaans en ironisch tegelijk. Want in tegenstelling tot Richard Nixon in 1968 is Donald Trump president van de VS. Als Amerika brandt, wat de kernboodschap van de conventie was, dan zou dat toch de Republikeinse Partij aan te rekenen moeten zijn. Zij leveren de president en hebben een meerderheid in de Senaat. Trump en andere sprekers probeerden de angst voor misdaad en anarchie aan te wakkeren in de witte buitenwijken, de plek waar Trump beter moet scoren om de verkiezingen te winnen. Die strategie kan kansrijk zijn, ook omdat ze de aandacht afleidt van de coronacrisis. De verkiezingen zijn nog verre van beslist.

Opnieuw was het politiegeweld tegen een Afro-Amerikaanse man dat tot grote woede leidde. In Kenosha, Wisconsin, werd Jacob Blake door een witte politieagent zeven keer in de rug geschoten. Blake overleefde wonderwel, maar zal de rest van zijn leven verlamd zijn. De gebeurtenis leidde tot grootschalige protesten, die gedurende de week escaleerden naar rellen en opstootjes. Gewapende milities van ‘soevereine burgers’ verschenen op straat, naar eigen zeggen om winkels en huizen te beschermen, maar vooral om de eigen macht te onderstrepen. Een van hen, een 17-jarige jongen, schoot volgens de politie twee demonstranten dood en verwondde een derde. De vaak extreem-rechtse burgermilities zijn niet onder Trump begonnen, maar zijn onder zijn presidentschap sterk in opkomst. Nooit neemt Trump afstand van deze groepen, terwijl dat wel vaak had gekund, denk aan de rellen in Charlottesville in 2017. Chaos en anarchie, daar maken alleen Trumps tegenstanders zich schuldig aan. Loyaliteit wordt altijd beloond. Trump weigert zelfs afstand te nemen van de extreme en gevaarlijke QAnon-complottheorie, omdat de aanhangers ervan geloven dat Trump in het geheim strijdt tegen een elitenetwerk dat zich schuldig maakt aan kinderhandel. De president vat het op als compliment.

De Republikeinse conventie was, geheel in lijn met dit denken, een viering van Trump – niet van de Republikeinse Partij, en al helemaal niet van de Amerikaanse democratie. De president liet zeven familieleden spreken. Verder kregen vooral loyale partijgenoten zendtijd. Vooral opvallend was wie er níét waren, zoals de laatste Republikeinse president (Bush) en vicepresident (Cheney) vóór Trump, de laatste presidentskandidaat vóór Trump (Romney), of de oud-ministers van Buitenlandse Zaken (Powell, Rice). Trump heeft de partij met succes getransformeerd in – of liever: vervangen door – een familiebedrijf. Trump formuleerde tijdens de conventie geen echte agenda. Er is een plan met vijftig punten, maar die zijn vaag (‘Terug naar normaal in 2021’). De boodschap van de conventie was vooral dat de Democraat Joe Biden zwak en oud is en tegelijk een gevaarlijke linkse bedreiging is voor de rust in Suburbia. De rellen kwamen Trump niet slecht uit: die onderstreepten zijn argument en verlegden de aandacht. Trump is daar bij de vorige verkiezingen een meester in gebleken. Ook nu lukt het hem: de afgelopen week ging het nauwelijks meer over het coronavirus, maar vooral over cultuurstrijd – Trumps geliefde terrein. Joe Biden en zijn running mate, Kamala Harris, moeten daar niet in meegaan, maar doen er wel verstandig aan concreter te worden over de grote onrust. Harris deed deze week een eerste poging, maar er spreekt nog weinig urgentie uit. Bidens kalmte dreigt te gaan lijken op zwijgzaamheid. Daar is het niet de tijd voor.