Schelpenpaden op de Wadden zijn een doodlopende weg

Natuur De Waddeneilanden liggen vol knisperende schelpenpaden. Maar de winning van schelpen uit zee staat ter discussie. Het zou funest zijn voor de natuur. De schelpenwinner is het er niet mee eens.

Schelpenpad op Texel.
Schelpenpad op Texel. Foto Daan Schoonhoven/Hollandse Hoogte

Natuurmonumenten onderzoekt of schelpenpaadjes op Schiermonnikoog vervangen kunnen worden door andere materialen, zoals beton. De schelpen moeten vaak aangevuld worden, wat geld kost, en schelpenwinning zou de waddenbodem verstoren.

Op Ameland zijn al paden vervangen en Staatsbosbeheer opperde dezelfde plannen voor Terschelling, tot ongenoegen van eilanders en badgasten. Al in 2016 zei op Terschelling 85 procent van 547 respondenten in een enquête van Staatsbosbeheer de paadjes te willen houden. Toch houdt Staatsbosbeheer vast aan het plan. Op Schiermonnikoog werd dit jaar een petitie tegen beton uitgesteld wegens de coronacrisis.

Schelpen zijn de uitwendige kalkskeletten van weekdieren. Ze horen bij de Wadden zoals grind hoort bij de Maas. Ze zijn een natuurlijk materiaal, ze hoeven niet met veel milieulasten gemaakt te worden, zoals beton. En vanwege hun kalk komen er in de bermen van schelpenpaden bijzondere planten tot bloei. Op de site van RTV Noord toont boswachter Jan Willem Zwart van Natuurmonumenten begrip voor de liefde voor schelpenpaden. Hij vindt het geknisper onder de fiets ook mooi. „Maar”, zegt hij, „je moet beseffen dat dit niet duurzaam is”.

Volgens de Landelijke beleidsnota schelpenwinning uit 1998 is schelpenwinning toegestaan op minimaal vijf meter onder NAP, op natuurlijke banken van dode schelpen. Er opereren drie schelpenwinbedrijven in de Waddenzee. Die mogen niet meer opvissen dan de natuurlijke aanwas van dode schelpen. Dat quotum is vastgesteld op 160.000 kubieke meter, voor de helft te winnen in de Waddenzee, voor de andere helft net daarbuiten in de Noordzee.

Vertroebeling van water

De Waddenvereniging tekende 10 juni jongstleden bezwaar aan tegen een nieuwe vergunning voor drie jaar schelpenwinning. In het volgens alle regels en richtlijnen beschermde natuurgebied annex werelderfgoed moet van economische activiteiten bewezen worden dat ze gunstig of op z’n minst onschadelijk zijn voor de natuur. In het zogenoemde Besluit Natura2000-gebied Waddenzee heeft het Rijk zich voor het getijdengebied zelfs de „verbetering van de kwaliteit van slik- en zandplaten” ten doel gesteld.

„Schelpenwinning zorgt niet voor verbetering”, zegt Esme Gerbens van de Vereniging tot Behoud van de Waddenzee. „Integendeel. Vooral de zandsuppletie, het deponeren van zand ter compensatie van het weggezogen schelpenvolume, zorgt voor vertroebeling van het water en voor bedekking van het bodemleven, dat daardoor doodgaat. Als de Waddenzee dieper wordt door zand- of schelpenwinning, ontstaat er zandhonger: de Waddenzee wil dan meer sediment uit de Noordzee, om het volume op te vullen. Dat mag niet ten koste gaan van de kustlijn, en daarom wordt er extra zand gesuppleerd aan de noordkust van de eilanden. De NAM en Frisia winnen gas en zout en moeten betalen voor die suppleties, maar de schelpenwinners niet.”

In de geulen waar wij werken is geen bodemleven dat bedolven kan worden

Matthijs van der Ploeg schelpenhandel

„Dat is ook niet nodig”, vindt Matthijs van der Ploeg van schelpenhandel Rousant in Zoutkamp, die de schelpen levert voor de paadjes op Schiermonnikoog. „Wij halen alleen dode schelpen weg, die weer door nieuwe generaties aangevuld worden. De Waddenzee is een dynamisch gebied waar twee keer per dag veel water in- en uitstroomt, dat zand meevoert. De natuur regelt die suppletie zelf wel. Wel spoelen we het zand van de schelpen en dat dwarrelt naar de bodem. Maar in de geulen waar wij werken is geen bodemleven dat bedolven kan worden. Toch betalen we de staat tweeënhalve euro per kuub schelpen. Wij winnen 60.000 kuub per jaar en betalen dus anderhalve ton, ongeveer 10 procent van de bruto-opbrengst.”

Paard-en-wagen

De overheid ziet schelpenwinning als een activiteit die geringe schade aanbrengt. „Ten onrechte”, meent Gerbens. „Vroeger gebeurde schelpenwinning met een schep en een paard-en-wagen, nu met enorme stofzuigers die de zeebodem opslurpen, de schelpen eruit zeven en de rest terugstorten.” Gerbens noemt dat terugstorten van gezeefd zand een van de grootste bezwaren voor de natuur: „Alle bodemdieren worden erdoor bedolven en de meeste gaan dood. De algemene, zich snel voortplantende soorten keren wel terug, maar andere niet. Sommige plekken worden ieder jaar overhoopgehaald en krijgen nooit de kans zich te herstellen. Het gaat in totaal om 423 hectare waddenzeebodem, deels in de zeegaten, deels op plekken die veel stabieler zijn en waar zich zonder de schelpenzuigers een rijk ecosysteem zou kunnen ontwikkelen. Daar waar dat onderzocht is, blijken zich allerlei soorten te vestigen, maar dat herstel duurt lang.”

Dat herstel is na zeven jaar pas merkbaar, blijkt uit onderzoek door Wageningen Marine Research, althans in de geulen ten zuiden van Rottum, waar geen schelpen gewonnen worden. Daar vinden sinds eind 2005 helemaal geen bodemberoerende activiteiten meer plaats, dus ook geen schelpdier- of platvisvangst. Vooral in de luwte van Rottumerplaat nam van 2013 tot 2017 het aantal kokkels, nonnetjes en wormen toe, getuige de rapportage in het Wageningse WOt-rapport 173. WOt staat voor Wettelijke Onderzoekstaken van het ministerie van LNV. Ook in de westelijke Waddenzee vond een toename van kokkels plaats in afgesloten gebieden, en daarbuiten niet. Langeretermijnstudies zijn er niet, omdat er tot 2005 bijna geen plekken in de Waddenzee waren, waar niet gevist werd.

„Op de platen waar dat onderzoek is gedaan, kunnen inderdaad schelpenbanken ontstaan, maar daar werken wij niet”, vertelt Van der Ploeg. „Wij werken vlak buiten de zeegaten, vooral tussen Vlieland en Terschelling. Daar stroomt het water te snel voor kokkel- of mosselbanken. Elk jaar komt er een grote hoeveelheid dode schelpen bij. Die spoelen mee met de ebstroom tussen de eilanden door en waar de stroom zich weer verwijdt, zakken ze naar de bodem. Daar zuigen wij ze op. Ons werkterrein is zo klein, dat we niet eens verplicht zijn een milieueffectrapportage uit te voeren.”

Verzuring tegengaan

Al wordt er jaarlijks 423 hectare waddenbodem omgewoeld, dat is maar een klein deel van de hele Waddenzee met ruwweg 165.000 hectare zeebodem. „Jawel”, zegt Gerbens, „maar vergeet niet dat er ook op garnalen en mossels gevist wordt, dat er gas en zout gewonnen wordt, dat er getijdenenergie opgewekt wordt, dat er recreatie is. Daarbij lijdt de Waddenzee onder verzuring als gevolg van stikstof. Schelpen zijn van kalk en kunnen verzuring van het zeewater tegengaan. Bovendien stijgt de zeespiegel, en dreigt het getijdegebied toch al te verdrinken. Nog meer bodemdaling is ongewenst. Als natuurwaarden voorop staan, moet je schelpenwinning staken; er zijn alternatieven voor, het is nergens voor nodig.”

Van der Ploeg noemt schelpen juist „een van de duurzaamste materialen, geheel natuurlijk en hernieuwbaar. Behalve voor paden worden schelpen toegepast als vloerisolatie. De alternatieven zijn kunststof vlokken voor isolatie en beton voor paden: allebei heel milieuonvriendelijk! Dat ze zo’n mooi product als schelpen afschilderen als slecht voor de natuur, dat vind ik pas zuur.”

Dat eilandoevers in de zeegaten wegzakken als gevolg van het wegzuigen van stevige schelpenbodems denkt Gerbens niet, omdat er constant zand gesuppleerd wordt om de kustlijn te handhaven. Maar dode schelpen helpen volgens haar zeker om erosie tegen te gaan. Bioloog Laura Govers bevestigt dat. Zij is universitair docent en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Ze deed met collega’s onderzoek naar het afkalven en aangroeien van Griend, het waddeneilandje halverwege Harlingen en Vlieland/Terschelling. Daarover publiceerde ze in De Levende Natuur van september 2017. Dat Griend van vorm verandert, is logisch voor een Waddeneiland. Het kalft af aan de westkant, het slibt aan in het oosten, het wandelt al eeuwen gemiddeld zeven meter per jaar oostwaarts. Mensen hebben het herhaaldelijk geprobeerd vast te leggen met golfbrekers, dammen en een lange zanddijk, maar dat lukte hooguit tijdelijk.

Erosie remmen

„We onderzoeken de effecten van maatregelen om Griend te behouden”, vertelt Govers. „In 2016 werd er 200.000 kuub zand gestort op Griend, een zandwal die als een halve maan om de westelijke helft van het eilandje lag. Verspreid over de wal werd 20.000 ton schelpen gestort.”

Het eilandje wandelt nu niet meer; het groeit aan de oostkant niet aan, maar kalft aan de westkant wel af. „Daar blijken schelpen een cruciale rol in te spelen”, zegt Govers, „of liever de afwezigheid van schelpen. Dit type eilandjes groeit bij winterstormen doordat zand met schelpen op het eiland wordt afgezet. De schelpen stabiliseren die afzettingen en remmen erosie af.”

Griend kalft zo af, dat het dreigt te verdwijnen. De onderzoekers zoeken de oorzaak in de afnemende schelpenvoorraad, zodat het afgezette zand minder stabiliserende schelpen bevat. Natuurmonumenten, beheerder van Griend, vraagt zich af of dat door de mechanische schelpenwinning komt. Van der Ploeg wuift dat weg als grote onzin. „Bij Griend winnen we nooit schelpen”, zegt hij. Govers is er niet zo zeker van, maar vindt het „te vroeg om een link te leggen met schelpenwinning”.

Welles-nietesdiscussie

Om vast te stellen wie er gelijk heeft in de welles-nietesdiscussie, daarvoor is meer onderzoek nodig. Volgens de natuurbeschermingsregels moet van economische initiatieven eerst aangetoond worden dat ze onschadelijk zijn. Schelpenwinning ontspringt die dans, omdat het een kleine sector betreft en omdat het geen nieuwe activiteit zou zijn, maar al decennialang gebeurt, al deed men het vroeger met de hand. Het is dus niet verplicht het effect van schelpenwinning op de waddennatuur te onderzoeken, maar het is evenmin verboden. Daarom dringen Waddenvereniging en Natuurmonumenten aan op een milieueffectrapportage.

Natuurmonumenten blijft intussen zoeken naar duurzame alternatieven voor de schelpenpaden op Schiermonnikoog. Aan de zijkanten van beton zouden bijvoorbeeld wat schelpen verwerkt kunnen worden, voor het kalkrijke-berm-effect, en verder hergebruikt havenslib en olifantsgras. Maar of dat nieuwe spul net zo knispert als schelpenpaadjes?

Correctie 9-9: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Natuurmonumenten al besloten heeft de schelpenpaden op Schiermonnikoog te vervangen door betonnen paden. Dat klopt niet. Op dit moment onderzoekt Natuurmonumenten nog duurzame alternatieven voor schelpenpaden, waaronder beton.