‘Ze zien een dooie vis en gaan erin rollen’

Badgasten Wie zijn de vaste gasten van de Nederlandse stranden? Het laatste portret van de kust.

Anneke Hoogenboom met haar honden op het strand bij ‘s-Gravenzande.
Anneke Hoogenboom met haar honden op het strand bij ‘s-Gravenzande. Foto Merlin Daleman

‘Ik ben blij dat de zomerdagen voorbij zijn”, zegt Anneke Hoogenboom (50). „Nu heb ik het strand weer voor mezelf.” De afgelopen weken zag ze de hordes mensen voorbijkomen, fietstassen vol met eten, handdoeken en klapstoeltjes. „Met z’n allen dicht op elkaar liggen, radio’s mee, kinderen, koelbox. Niks voor mij. Omdat ik aan de kust woon, denken mensen dat ik hier hele dagen in bikini zit, maar voor die sfeer – ligbedden en cocktails – is het strand voor mij niet bedoeld.” Zij wil wolken en wind. Eindeloos naar de horizon kijken, terwijl haar twee honden ravotten en door het water lopen. „Ze zien een dooie vis en gaan erin rollen, ik vind het heerlijk om die beestjes te zien genieten. Dan ben ik gelijk helemaal happydepeppie.”

Minstens vier keer per week loopt ze twee uur op het strand van ’s-Gravenzande, iets boven Hoek van Holland. Op haar 16de is ze in het dorp komen wonen, haar ouders verhuisden erheen vanuit Zwijndrecht. „Ik was in één klap al mijn vrienden kwijt. Het is niet handig om te verhuizen als je kind 16 is, dat heb ik m’n ouders laten weten.” Uiteindelijk leerde ze in het dorp haar man kennen en is ze er nooit meer weggegaan. Ze werkt er twee dagen in de zonnestudio, achter de balie, en haar twee kinderen (16 en 13) groeien er op. „Intussen ben ik mijn ouders dankbaar dat wij aan de kust zijn gaan wonen.”

Hoogenboom groeide op met honden, „Briards, een groter ras, maar daar hebben wij nu de ruimte niet voor”. Op internet zocht ze iets vergelijkbaars, „een hond met lang haar, ik hou niet van kale beesten”. Het werden Tibetaanse terriërs: Saartje is nu anderhalf jaar en sinds drie weken hebben ze Olly erbij.

Als ze het parkeerterrein van het strand oprijdt, beginnen de honden te springen. „Ze weten al wat er gaat gebeuren”, zegt ze. Olly luistert voor geen meter, maar op een hondencursus gaat Hoogenboom niet. „Nee joh, dat doe ik zelf. Kipfilet doet wonderen, ik ga nooit van huis zonder.” In haar zwarte heuptas zit een plastic zakje met dunne plakjes. „Als ik met dat zakkie knisper, staan ze al voor me.” Eigenlijk zijn het geen handige honden voor het strand, zegt ze. Twee keer per dag is ze aan het stofzuigen. „Al het zand gaat in die lange haren zitten, dus mijn huis is veranderd in een zandbak. Maar dat kan me niks schelen, alles went.”