Recensie

Recensie

Waarom leidingwater als je al ‘spa’ hebt?

De Ardennen Hans Olink schreef onder meer over Duitsland en Rusland. In zijn nieuwe boek duikt hij in het heden en verleden van de ommelanden van zijn ‘ruïneuze’ boerderij.

Een infanterist van het Amerikaanse leger tijdens de slag om de Ardennen in 1944
Een infanterist van het Amerikaanse leger tijdens de slag om de Ardennen in 1944 Getty

Het verzet tegen de Duitse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg in de Ardennen een impuls door een hert. Niet zomaar een hert, het Hubertushert, zoals hij werd genoemd, naar de heilige Sint-Hubertus, had een indrukwekkend gewei met twintig vertakkingen. Al jaren trok hij door de streek. Hij was de trots van de Ardennezen. Geen jager zou het in z’n hoofd halen om op hem te schieten. Zelfs de koning niet.

Maar Duitse officieren uit Luik jaagden op het hert en schoten het dood. Terstond richtte het verzet zich tot de bevolking in een pamflet tegen de Boches (moffen): ‘Reeds moordden, roofden en plunderden zij overal, reeds zuchtten ook uw mannen en zonen in krijgsgevangenschap. Reeds moet gij uw melk en boter en vee afstaan, reeds zijn onze kerkklokken door hen gestolen. In de afgelopen nacht heeft zich nog een nieuwe wandaad bij de ontelbare gevoed. De Boches hebben het Hubertushert moedwillig gedood. Dorpsgenoten! Aarzelt niet langer! Laten wij ons verenigen in eendracht tegen de bezetters. Onze leuze zij voortaan: ‘Met Sint-Hubertus tegen Hitler. Leve België.’

Het is te lezen in De Ardennen van Hans Olink.

Een nieuw boek van Hans Olink (1949), dat maakt nieuwsgierig want de schrijver en documentairemaker heeft een indrukwekkende lijst publicaties op zijn naam staan. Hij schreef een goed ontvangen biografie van schrijver A. den Doolaard en boeken over Duitsland, Rusland en de Tweede Wereldoorlog. Deze keer zoekt hij het dicht bij huis, in de Ardennen, waar hij sinds begin jaren negentig periodiek een oude boerderij bewoont in de gemeente Lierneux. Een impulsaankoop, schrijft hij. Een ruïne ook. De vorige eigenaar wenste hem succes: ‘Ik hoop dat u er gelukkig wordt.’ Hij zei het zo nadrukkelijk ‘dat hij de indruk wekte dat hij er zelf niet in geloofde’.

Geheimzinnig woud

Natuurlijk citeert Olink Julius Caesar die de Ardennen zag als een ‘geheimzinnig donker woud vol verschrikkingen met modderige paden, gehuld in een eeuwige, uit kleine moerassen opstijgende nevel.’ De tijd lijkt er langzamer te gaan, nog steeds. Zijn buurman Jean zegt: ‘Mijn droom was het om boer te worden. Ik droomde wat ik zag. Andere dromen had ik niet.’ Jean werd boer. Toch gaat de vernieuwing niet geheel aan het gehucht voorbij: er wordt waterleiding aangelegd! Maar Olink ziet ervan af, hij haalt zijn water liever uit de bron onder zijn huis. Waarom leidingwater gebruiken als je zelf al ‘spa’ hebt?

Spa is trouwens niet ver weg: ‘geschiedenis in water gedompeld’, aldus Olink. Hij verhaalt over de beroemdheden die de bronnen bezochten: van Willem de Zwijger tot tsaar Peter de Grote, van Casanova tot Victor Hugo. En ondertussen haalt hij een deskundige aan die uitlegt hoe het koolzuurgas in het bronwater op natuurlijk wijze ontstaat.

De Ardennen heeft interessante aanknopingspunten genoeg, het gaat over kunstenaars en intellectuelen die er rond 1900 hun toevlucht zochten lang voordat toeristen dat deden, over Duitstalig België (De Oost-kantons), over de zuidelijke Nederlanden als belangrijkste vuurwapenproducerende regio in West-Europa aan het einde van de achttiende eeuw, en natuurlijk blijft het Ardennenoffensief niet onbesproken. En wat te denken van het Institut Psychiatrique in Lierneux, dat sinds 1884 geesteszieken opvangt? Opmerkelijk: tachtig van hen zijn opgenomen in plaatselijke gezinnen. ‘In het dorp zie je de zotten lopen. Ze praten soms in zichzelf, zeggen je hartelijk en luidruchtig gedag, trekken rare bekken of spreken je aan. Zonder het precies te kunnen aangeven, weet je dat het zotten zijn.’

Hoe komt het dat zo’n experiment al zo lang standhoudt? Wat zegt dat over Belgische gezondheidszorg? De lezer komt het helaas niet te weten, want Olink scheert overal langs maar gaat nergens de diepte in. Alleen zijn buurman Jean komt telkens terug. De wesp die de auteur steekt – heel naar – krijgt wel een eigen hoofdstuk. De Ardennen lijkt een tussendoortje.