Recensie

Recensie

De wortels van muziek zijn gedrenkt in bloed

Muziekgeschiedenis Het ongewone boek Music geeft je nieuwe inzichten over de geschiedenis van muziek. Welke rol speelde liefde en seks? En hoe klonk muziek in de prehistorie? (●●●●)

Stravinsky’s Le Sacre du Printemps (1913), in de choreografie van Pina Bausch op het festival van Avignon in juli 1995.
Stravinsky’s Le Sacre du Printemps (1913), in de choreografie van Pina Bausch op het festival van Avignon in juli 1995. Foto Hollandse Hoogte/AKG

Muziek draait om voortbestaan, en dus om seks en geweld. Dat we dat vergeten zijn, is de schuld van Pythagoras. Vanaf het moment dat de Griekse filosoof ruim vijf eeuwen voor Christus ontdekte dat je een snaar, wanneer je die halverwege vastzet, een octaaf hoger klinkt en die ontdekking vervolgens in wiskundige termen opschreef, was muziektheorie gekaapt door de exacte wetenschap. Meten en techniek werden belangrijk, terwijl dat niet is waar het in de muziek om gaat, betoogt musicoloog Ted Gioia (1957) in zijn Music. A Subversive History. De bronnen van muziek zijn een stuk minder klinisch. Gioia, die eerder boeken schreef over onder meer jazz, liefdesliedjes en ‘work songs’, legt uit dat het geen toeval is dat de vroegste instrumenten trommels waren (dat wil zeggen: opgespannen dierenhuiden) en fluiten (die aanvankelijk gemaakt waren van botten). Met andere woorden: de wortels van de muziek zijn gedrenkt in bloed.

Over hoe dat geklonken moet hebben, kan je alleen maar speculeren, en alleen dat al maakt van Music een ongewoon muziekboek. Uitgebreid aandacht is er voor de muzikale prehistorie: er bestond geen manier om muziek schriftelijk vast te leggen, laat staan opnameapparatuur. Toch bepaalt het perspectief dat Gioia kiest voor die prehistorische muziek zijn blik op de gehele muziekgeschiedenis. Daarom is dit een ‘subversieve geschiedenis’, niet de elite, kunst of wetenschap brengen de muziek verder, maar de onderbuik, intuïtie, seks, geweld, magie en opstand tegen autoriteiten.

Nieuwe inzichten

Van holbewoners die trommels maken van hun prooi tot de collectieve ervaring van de dance – via Bach, Beethoven en Verdi, en dat in nog geen vijfhonderd pagina’s: het is onvermijdelijk dat Gioia hier en daar wel erg kort door de bocht gaat, maar het consequent gekozen perspectief levert verrassende combinaties, nieuwe inzichten en onverwachte verbanden op. Zo wordt het feit dat keizer Nero op zijn lier gespeeld zou hebben toen hij Rome zag branden, altijd als het toppunt van decadentie gezien, maar wat is eigenlijk het verschil met Deep Purple, dat met Smoke on the Water een hit had over een brand in een casino te Montreux die ze in 1971 vanaf het meer van Genève mooi konden zien.

Of Beethoven, die het publiek met zijn luidruchtige derde symfonie (de Eroica) tot grote woede wist te brengen, zozeer dat het in de zaal in 1805 al net zo onrustig was als bij de Sex Pistols in de tweede helft van de jaren zeventig, toen hun concerten regelmatig ontaardden in vechtpartijen.

Interessant is ook wat Gioia schrijft over de rol van liefde en seks in muziekteksten. Vanaf de jaren vijftig (Tutti Frutti) tot nu (Blurred Lines) wordt er schande gesproken over expliciete en mysogyne teksten, maar de traditie gaat zeker drieduizend jaar terug, toen de Mesopotamiërs liedteksten hadden als: ‘Vul mijn heilige ton met honingkaas’ – wat niet zover afwijkt van ‘you can squeeze my lemon’, wat blueszanger Robert Johnson in de jaren dertig zong. Over Johnson werd overigens verteld dat hij een deal had gesloten met de duivel, en Gioia laat mooi zien hoezeer de blueszanger de mythe van het kwaad gebruikte om zijn muziek te plaatsen.

Erotische choreografie

Music gaat niet alleen over blues, jazz, hiphop of prehistorische verleidingsmuziek. De gruwelijke moorden die Gesualdo op zijn geweten heeft, zijn bekend (en het is eigenlijk opmerkelijk dat die daden de waardering van zijn muziek in het geheel niet in de weg staan) en ook het verhaal over het publiek van Stravinsky’s Sacre du Printemps is bekend: het publiek schopte een rel vanwege de opzwepende muziek en de erotische choreografie. Meestal worden dergelijke gebeurtenissen omschreven als een incident (Gesualdo), of een tijdelijk obstakel onderweg naar acceptatie (Stravinsky, en ook Beethoven), maar voor Gioia vormen zulke episodes de kern van de muziekgeschiedenis. Daarom is het ook geen enkel probleem om van de Sacre in één sweep de stap te zetten naar de ‘Funky Butt’, een danspas uit het begin van de twintigste eeuw: dat Stravinsky tot het ‘hoge’ en de blues tot het ‘lage’ domein behoort is minder relevant dan dat het in beide gevallen gaat om ritueel en uitdagend bewegen.

‘Stellingen’

Ted Gioia wil meer dan muziekhistorische feiten in een verrassend verband plaatsen; hij wil een compleet nieuwe visie op muziek geven – en hij sluit zijn boek daarom nogal pontificaal af met veertig ‘Stellingen’ die we geen manifest mogen noemen, maar waaruit wel blijkt dat hij dit boek schrijft vanuit een agenda: hij wil laten zien hoe belangrijk gemarginaliseerde groepen zijn voor de muziek.

Dat popmuziek stap voor stap voortkomt uit de Zwarte vormen is zo bekend, dat je geneigd bent te vergeten hoe wonderlijk het eigenlijk is dat alle bouwstenen van de popmuziek – van blues, ragtime, jazz, soul, reggae, funk en hiphop – ontstonden in een gemeenschap die het zonder de meest basale mensenrechten moest stellen (en die ook moest vaststellen dat het commerciële succes steeds geïncasseerd werd door een witte muziekindustrie).

Ook haalt Gioia de rol van vrouwen naar voren, en dat was – althans voor mij – veel minder bekend: het waren in de Middeleeuwen vooral nonnen en prostituees die verantwoordelijk waren voor de anoniem overgeleverde teksten van de troubadours. De rol van de kerk is daarbij ook interessant. Aanvankelijk tegen muziek, daarna tegen meerstemmigheid, vervolgens tegen theatervormen – om die allemaal niet alleen toe te staan in de muziek, maar er zelfs goede sier mee te maken: van de Gregoriaanse klanken tot de Quattro pezzi sacri van Verdi. Zelfs de kerk moest toegeven dat er weinig zo effectief is om mensen mee bezield te krijgen als muziek.