Kabinet weet lastige begrotingspuzzel ogenschijnlijk snel te leggen

Miljoenennota Ogenschijnlijk snel en gemakkelijk onderhandelde het kabinet over de nieuwe begroting. Nu wacht het treffen met de oppositie.

Premier Mark Rutte (VVD) en minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) donderdag na afloop van het coalitieoverleg.
Premier Mark Rutte (VVD) en minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) donderdag na afloop van het coalitieoverleg. Foto Phil Nijhuis / ANP

In de vroege nacht van woensdag op donderdag, even na 01.00 uur, waren ze eruit. Premier Mark Rutte (VVD) kon vanuit de kelder van het ministerie van Financiën de wakker gebleven pers meedelen dat de coalitie een akkoord had bereikt over de Miljoenennota voor volgend jaar. „Het overleg is zover dat wij niet meer bij elkaar hoeven te komen”, zei Rutte opgewekt. Er is tussen de vier regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie overeenstemming bereikt over zowel de rijksbegroting als het derde coronasteunpakket.

De inhoud van het steunpakket was woensdag al grotendeels naar buiten gekomen, donderdagochtend volgden de belangrijkste begrotingsmaatregelen.

Donderdagochtend moest het kabinet nog instemmen met wat binnen de coalitie was afgesproken, maar dat lukte al binnen een paar uur. En daarna werd op het ministerie van Sociale Zaken het polderoverleg voortgezet om bij werkgevers en vakbonden steun te vergaren voor het nieuwe steunpakket. Met enige concessies van het kabinet lukt het donderdagavond om ook de polder mee te krijgen.

Snel en geruisloos

Zo is het kabinet er ogenschijnlijk snel en geruisloos in geslaagd om een op papier bijzonder ingewikkelde begrotingspuzzel te leggen. En ook ruim op tijd om alle stukken naar de Raad van State te sturen, die er voor Prinsjesdag nog een advies over moet geven. Die deadline heeft het kabinet wel eens gemist.

Het zijn allereerst de politieke omstandigheden die het begrotingsberaad dit jaar extra spannend maakten. De laatste Miljoenennota voor verkiezingen maakt de verhoudingen binnen een coalitie er doorgaans niet harmonieuzer op. Alle partijen willen zich laten gelden en voor hun achterban wat zien binnen te halen. Over een paar maanden begint de campagne en dan zijn ze elkaars concurrenten.

Daarbij is de rol van de oppositie versterkt, sinds het kabinet in Eerste noch Tweede Kamer een meerderheid heeft. Om de begroting en het daaraan gekoppelde belastingplan door het parlement te loodsen is steun van zeker één oppositiepartij nodig.

Het is vooral de economische werkelijkheid die een bijzonder zware last op het financiële beleid van de regering legt. Door de wereldwijde corona-uitbraak zit Nederland in de zwaarste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Bedrijven hebben het moeilijk, de werkloosheid neemt toe, de overheidfinanciën staan diep in het rood. Daar moeten ingrijpende, creatieve en kostbare maatregelen voor worden bedacht. En ook politiek betwistbare: gaat het kabinet vooral bedrijven helpen of mensen die hun werk verliezen? En op welke terreinen moet het dan investeren om economische groei aan te wakkeren?

Volgens coalitiebronnen hebben de economische omstandigheden juist gezorgd voor een relatief vlot verlopen begrotingsberaad. „Alle partijen voelen de urgentie om samen de crisis te lijf te gaan. Daardoor werden politieke wensen en irritaties even geparkeerd.” Vooral de VVD lijkt flexibel te zijn geweest, door in te stemmen met twee voor het bedrijfsleven in eerste instantie niet al te gunstige maatregelen. De voorgenomen verlaging van de winstbelasting gaat niet door. En er komt een extra aanpak van belastingontwijking voor grote bedrijven.

Beide besluiten leveren naar verluidt ruim 2 miljard euro op, waarmee andere maatregelen kunnen worden gefinancierd. Bijvoorbeeld een nieuwe bonus voor zorgmedewerkers (500 euro, helft van de vorige), een kleine verlaging van inkomstenbelasting en een verhoging van de fiscale korting voor werkenden. Daarmee wordt er nog iets aan koopkrachtverbetering voor burgers gedaan. Normaal gesproken is dat het grote thema van het augustusoverleg – de koopkrachtplaatjes – maar alle betrokken partijen realiseren zich dat dit nu even minder belangrijk is, dan bijvoorbeeld het behoud van werkgelegenheid.

Een tweede zorgbonus is opnieuw een sympathiek gebaar naar de mensen die tijdens de piek van de corona-uitbraak zo hard hebben gewerkt. Maar het zal niet zonder meer genoeg zijn om de oppositie mee te krijgen. Die roept al maanden om een structurele verhoging van salarissen in de zorg. Voor een dergelijke miljardenuitgave ziet het kabinet geen ruimte.