Ik voel me een robot in het museumcafé

QR-code Met de schilderijen van Rembrandt en Caravaggio nog op het netvlies bestelt koffie in het museumcafé. Maar waarom moet dat met zo’n kille QR-scanner?

Illustratie Rik van Schagen (vrij naar Caravaggio)

Als alles anders is dan anders, dan kom je soms op een punt dat je je afvraagt waarom het ook alweer zo is. De normale logica neemt even de benen en je zit met een stel handelingen opgescheept waarbij je moet oppassen niet de draad kwijt te raken.

We zijn na een lange ochtend neergezegen in het café van het Rijksmuseum. De witte, hoge hal is een perfecte achtergrond voor al de beelden die nog op het netvlies van de bezoeker staan. De dramatische taferelen van Caravaggio, de intimiteit van Rembrandts portretten en de ondoorgrondelijke schoonheid van de Madonna van Fra Angelico. Ergens dobbert in mijn herinnering ook de luizenkam van een matroos die is opgedoken van de zeebodem. Voor de vitrine staand ben je één handgreep verwijderd van een man op een krakend schip die de problemen met zijn haar te lijf gaat.

Maar nu een kopje thee en een cappuccino. Een dame in zwart-wit wijst ons naar een plaatsje en zegt dat we daar kunnen bestellen. We gaan zitten en mijn blik rust op de witte tafel voor ons. Door het beeld van de glimlachende Madonna heen zie ik een papier met zwarte cirkels liggen.

Ik lees het, het is een instructie voor het bestellen van een consumptie in zes stappen.

Scan de QR-code met de QR-scanner op uw smartphone.

Het is niet erg om een QR-code te scannen. Ik doe de hele dag niets anders dan achter mijn computer zitten of met mijn telefoon handige dingen doen. Het is ingebed in het dagelijks leven, een dagelijks leven dat ik overigens even wilde verlaten door naar het museum te gaan.

Het is natuurlijk een handeling van niets. Omdat ik net een nieuwe telefoon heb, moet ik de app even downloaden, maar dat is een kwestie van naar de appstore gaan en die app downloaden.

‘Sorry pap, we moeten per telefoon bestellen vanwege corona”, verontschuldig ik me bij mijn vader, met wie ik op stap ben. Mijn vader heeft geen smartphone, daar heeft hij volgens mij ook het recht toe op zijn leeftijd. Hij knikt en kijkt in het rond, gewend aan mensen die verscholen zitten achter een apparaat dat hij zich koppig weigert te laten opdringen.

Voer uw bestelling in, staat onder het volgende embleem van een winkelwagen. Caravaggio is ondertussen tamelijk ver weg. Ik denk aan de supermarkt en de boodschappen die ik nog moet doen.

„Cappuccino”, zegt mijn vader, „met extra suiker”. Die mogelijkheid bestaat niet op de bestellijst. Ik wil Spa rood met ijsblokjes maar daar is ook geen knopje voor. Misschien als ik langer door zou studeren op de bestellijst wel, dat zou kunnen. Daar ik al een tijdje onaanspreekbaar achter mijn telefoon zit, laat ik het erbij. „Dat lukt niet pa, misschien straks, als ze het komen brengen.” Hij knikt berustend.

Lees ook: ‘Ik wil mijn oude café terug’.

Reken online af. Gemakkelijk met iDeal of creditcard.

Dat is een observatie die discutabel is, zeker voor mensen die geen smartphone hebben. Maar ik ben geen ruziezoeker. Als de mensen die deze procedure hebben bedacht voor het museum willen insinueren dat informatie invoeren op je telefoon makkelijker is dan de handeling van je portemonnee uit je zak halen, voor een kaart of god verhoede het, baar geld, dan laat ik dat stukje stemmingmakerij van me afglijden.

Ik heb nu tijd om met mijn vader te praten en zie hoe onze bestelling wordt gemaakt door mensen achter de smetteloos witte balie

Iets geïrriteerder word ik als me nu wordt gedicteerd om te gaan genieten. Op plaatje vijf. Voordat ik mijn eigen rommel op mag gaan ruimen volgens instructie zes.

Ik heb nu tijd om met mijn vader te praten en zie hoe onze bestelling wordt gemaakt door mensen achter de smetteloos witte balie. Daarna komt er een jongen in zwart-wit die het blad oppakt en een paar meter bij ons vandaan op een tafel zet. Hij wijst op het blad en verdwijnt weer. Dat was de vierde stap: haal je bestelling op.

In het zwarte rondje op mijn papier zitten twee witte poppetjes tegenover elkaar aan hun tafeltje. Geniet veilig van uw bestelling! roept men ons toe in imperatief.

Klaar om te gaan? Plaats uw plateau in de kar.

Dat doen we dan maar. Ik heb niet veel neiging te blijven hangen in de consumptieafwerkplaats.

In deze gecompliceerde tijden is het belachelijk om je op te winden over kleinigheden. De ijskappen smelten. Er is een pandemie gaande. Dat is het grote plaatje. Maar sinds mijn bezoek aan het museumcafé vraag ik me sterk af of we niet een stap te ver zijn gegaan in het stroomlijnen van bepaalde processen. En daarbij iets over het hoofd hebben gezien.

Het zit me niet lekker. Een paar dagen later bel ik het museum: stel nou dat mijn vader alleen was gekomen, zonder mij. Had hij dan geen koffie kunnen bestellen? Jawel, word ik gerustgesteld, dan was iemand de bestelling komen opnemen, dat gebeurt ook gewoon nog steeds. Had ik dat niet opgemerkt?

Nee, dat had ik niet. Want ik zag de instructies op de tafel en pakte meteen mijn telefoon erbij. En dan komt er dus niemand naar je tafeltje lopen.

Ik was niet gedehydrateerd na mijn rondje museum. Ik had het gebouw kunnen verlaten zonder vloeistof tot me te nemen. Het flesje water in mijn rugzak had het hele probleem van vochtopname snel en doeltreffend kunnen oplossen.

De spierwitte handleiding met de overzichtelijke symbolen suggereert wel een noodzakelijkheid. Het wekt de schijn dat ik met een medisch probleem zit dat vakkundig moet worden aangepakt. Met alle hulp die de hedendaagse technologie kan bieden.

De spierwitte handleiding met de overzichtelijke symbolen suggereert wel een noodzakelijkheid

Mijn behoefte was echter niet vocht, maar gezelligheid. Gewoon zitten, om je heen kijken, mijmeren, niksen. De verwennerij dat iemand iets voor je maakt dat je ook zelf kan bereiden maar nu dus even niet hoeft te doen. De gezelligheid van je tafelgenoten, van de andere bezoekers, de persoon die je wat te drinken brengt, het kleine praatje met hem of haar over dit, dat of niks.

In een wereld geteisterd door een afschuwelijk virus is het helemaal begrijpelijk. Even geen gezelligheid. Maar die vermaning staat wel op plaatje vijf: geniet ervan. En ik kan een bang vermoeden niet van me afschudden: stel dat we het zo laten, straks, na de pandemie. Dat we denken dat het wel handig is, zo. De klant scant de code, tikt zijn behoeftes in en van een lopende band rolt de bestelling.

Als dit de toekomst is die geambieerd wordt, dan heb ik een verzoek: mag ik mijn keuze voor koffie of thee aangeven door met een laserpistool op een keuzemenu te schieten? Bordjes ophouden met een afbeelding van Het melkmeisje van Vermeer of De aardappeleters van Van Gogh? Gebarentaal? Iets dat maakt dat ik een bakkie troost kan scoren zonder dat ik me gereduceerd voel tot een robot? En nu ik toch aan het bestellen ben, zou ik een schepje extra suiker kunnen krijgen voor mijn pa?

Correctie 30 augustus: In een eerdere versie van dit artikel stond in de intro erboven de verkeerde naam van de auteur. Zij heet Josephine Rombouts, niet Jacqueline Rombouts.