Recensie

Recensie Boeken

Een geestig debuut vol krankjorume wendingen

In Klaas Knooihuizens wonderlijke roman lummelt een oud geworden jongen door het leven.

Hoe ruikt je hand na het aaien van een hond? Naar ‘volgepakte trams op regenachtige dagen’ schrijft Klaas Knooihuizen (1980) treffend, in Geel is de kleur van de zomer. Knooihuizen, die eerder onder meer voor muziektijdschrift OOR en het dagblad Trouw schreef, debuteert met een wonderlijke roman. Wonderlijk, omdat het verhaal zowel doodgewoon als buitenissig is.

‘Lang heb ik mijzelf voorgehouden dat ik een laatbloeier ben’, aldus de hoofdpersoon, Antwan genaamd. ‘Inmiddels probeer ik te leven met de wetenschap dat ik nooit tot bloei zal komen. Of misschien heb ik al gefloreerd, heel even, toen ik niet oplette.’ Het lijkt een (over)bekend verhaal: een oud geworden jongen lummelt door het leven. Maar dat is dan buiten Knooihuizens krankjorume wendingen gerekend.

Baan en geliefde zijn er niet, in het leven van stoethaspel Antwan. Recentelijk was er wel een poging om normaal te doen, een baantje bij een buizenfirma, een vriendin voor de seks (op zijn minst), maar dat liep allemaal op niets uit. Bij aanvang van de roman moet er onverwacht op een hond van een oud-collega worden gepast. Maar dan gaat het mis met de hond en volgt er een wel heel onorthodoxe oplossing, die vervolgens ook verrassend haast zonder gevolgen blijft.

Cruisende man

Geel is de kleur van de zomer is een grappige roman. Al snel ben je erop ingesteld dat Antwan alles verprutst, maar verhaallijnen wikkelen zich niet, of maar deels, naar verwachting af. Een dreigende agent blijkt geen dreigende agent te zijn. Maar ook geen cruisende verklede man. Hij danst en deelt massages uit, ’s avonds langs de waterkant. Waarom? Geen idee. Knooihuizen werpt een balletje op, een verklaring blijft uit. Zo gebeuren er wonderlijke dingen. Antwan vraagt zich maar weinig af. Hij legt zich er blijmoedig bij neer, zoals wanneer hij op een jolig straatfeest belandt waar iedereen hem verwacht, maar waar hij niemand kent.

De verhaallijn is op het eerste gezicht nogal mager – daar wordt mee gespeeld. Geel is de kleur van de zomer is babbelend van toon: een nietsnut wauwelt wat tegen je aan over gemiste kansen en zijn voorbije liefde – als het liefde was. Meestentijds opgesloten in Antwans perspectief, die in de tegenwoordige tijd vertelt over wat hem overkomt, is het steeds meer de vraag met wie je eigenlijk te maken hebt. Klopt het wel, wat Antwan over de buitenwereld vertelt, en hoe ziet die buitenwereld hem eigenlijk? Gaandeweg blijkt de nietsnut steeds meer een zonderling te zijn, of misschien zelfs wel een gek.

Knooihuizen speelt een literair spel. Geestig zijn ook de paar plotselinge tijdssprongen en, hier en daar, het onverwachte variëren in het vertelperspectief. Hij zoomt ineens heel erg uit of in, geeft geen antwoord op de vragen die hij oproept, kiest hier en daar zomaar even een heel ander register – alsof er ineens een natuurkundeleraar aan het woord is, bijvoorbeeld. Of misschien zelfs wel God. Deze verrassingen maken van Geel is de kleur van de zomer een bijzonder, ietwat merkwaardig debuut.