Reportage

De kicks voor niks van Aaf Brandt Corstius: ‘Terwijl ik die thee drink een opleving voelen’

Kicks voor Niks Corona voorspelt een crisis voor de consument. herinnerde zich de Kicks voor Niks van Van Kooten en De Bie en gaat op zoek naar dit kosteloze geluk. Deze week bij: Aaf Brandt Corstius.

Illustratie Sharon Coone

‘Sinds februari heb ik grote liefde opgevat voor een donkerblauwe metalen thermoskan met schroefbekertje erop: de Stanley-fles. Ik ontmoette hem vorig jaar voor het eerst op een ijskoude dag in februari op de Efteling. Elk jaar gaan wij daar in de guurste maand van het jaar naartoe. En ja, wat kun je daar te eten en drinken kopen? Junkfood. Mijn vriendin had die schitterende fles bij zich en schonk ons allemaal een kop warme thee in. Verrassend hoe lekker dat was, ik was meteen verliefd. Een maand later heb ik er een voor mijn verjaardag gekregen. En die sleepte ik de afgelopen maanden in de coronatijd, toen er geen cafeetjes open waren, de hele tijd met me mee. Een urenlange bijpraatafspraak in het park? Met twee bekertjes erbij, heerlijk theegedronken.

In de trein heb ik hem ook bij me. Dan kan ik zo in mijn nopjes zijn als die fles tevoorschijn komt. Degelijk en verstandig voel je je dan. Wat is er zo heerlijk aan degelijk zijn? Dat je het gevoel hebt dat je eindelijk goed voor jezelf zorgt. Vroeger was ik met alles zo rommelig. En te laat. Ik ging te laat lunchen en werkte met honger. Ik ging te laat koken en ook nog eens zonder goed plan. Het leven kon chaotisch voelen, dat je achter jezelf aanliep. Maar in de trein een thermoskan opendraaien, het geeft me een gevoel dat die periode voorbij is. Er is nu zelfcontrole. Rust. Iemand zorgt voor mij. En dan ben ik het ook nog eens zelf, degene die mij het allerbeste kent! En dan terwijl je die thee drinkt, kun je een opleving voelen, opgewektheid, vrijheid. Het moet wel gewoon zwarte thee zijn, hoogstens English Breakfast, gek genoeg luistert dat best nauw. Melk erin heb ik geprobeerd, thuis is dat lekker, maar in de kan werkt het niet. Kruidenthee wordt gauw bitter. Hoe saaier de thee, hoe beter.

Foto Milan Vermeulen

„Vlak na de ontdekking van de zegeningen van de zelf meegebrachte thee, komt de plastic eierhouder. Ik heb gemerkt dat zes hardgekookte eieren elk tochtje verwelkomd worden. Ik kook ze en dan bescherm ik ze in zo’n goedkoop hard-plastic ouderwets houdertje. Het doet je denken aan een camping, maar dat vind ik juist leuk. Wij zijn thuis met zijn vieren maar ik kook er altijd zes, het is heel gek, maar je komt er altijd vanaf. En wat een energie die eieren geven. We proberen de kinderen nu te leren wandelen. Ze willen natuurlijk graag een paar koekjes onderweg. Dat mogen ze ook wel, bij de tweede of derde inzinking als ze niet verder denken te kunnen. De eerste inzinking, dan kom ik met de gekookte eitjes. Als ik echt in vorm ben, neem ik ook zout mee in een boterhamzakje. Natuurlijk belandt er dan altijd weer te veel zout op je eitje, dat hoort er een beetje bij. Lekker juist.

„Nog even over die dure thermoskannen van mij. Eerst had ik goedkope, daar kan het ook mee. Maar die zijn gewoon lelijker. En ze trekken vuil aan. Die dure, daar staat een tekst op: „Deze fles nam je opa al mee als hij ging vissen.” Ja, die woorden betoveren mij, maar misschien trap ik nu in allerlei marketing hoor, dat zou kunnen. En weet je wat het ook is, op een of andere manier zegt die Stanley-thermosfles tegen mij: ‘Ik ga je de komende vijf en dertig jaar gezelschap houden.’ Dan kan hij maar beter erg mooi en knap zijn.”