Recensie

Recensie

Vlammend schrijft Zadie Smith over een half jaar Covid-19

Coronaduiding Zadie Smith publiceerde zes essays over de eerste maanden van de coronacrisis. Ze is op haar best wanneer ze haar romanschrijversinstinct aanspreekt. (●●●●)

Dankbetuiging voor mensen met essentiële beroepen in een Londense straat.
Dankbetuiging voor mensen met essentiële beroepen in een Londense straat. Foto Andy Rain/EPA

De hausse aan coronageschriften die recentelijk, en ongetwijfeld ook nog de komende maanden, de boekenmarkt overspoelt, interesseert me eigenlijk geen lor. Ik heb mijn handen al vol aan de dagelijkse nieuws-updates en de stortvloed aan analyses en opinies over Covid-19. Maar ik had geen rekening gehouden met coronaboeken van schrijvers wier werk je volgt alsof ze goede vrienden zijn, met wie je bij elk nieuw boek het gesprek hervat dat je tijdelijk beëindigde toen je zijn of haar laatste werk uitlas.

Zadie Smith is zo’n schrijver. Oneerbiedig geformuleerd: het maakt niet uit waar ze over schrijft, het is altijd interessant, origineel, fris en verrassend, omdat haar schrijversstem dat nu eenmaal is. De zes essays in Overpeinzingen schreef ze in de eerste maanden van de coronacrisis. Hier en daar kun je dat goed merken. Dan weet Smith de vluchtigheid van columnistiek niet te overstijgen. Zo is het weliswaar op een prettige manier eigenzinnig dat zij in een essay over Donald Trump diens naam weigert te noemen, maar wát ze in dat stuk schrijft, komt op hetzelfde neer als de analyses uit de hele neoliberale westerse wereld: ‘Mensen staan ineens te applaudisseren voor dezelfde nationale zorginstellingen die de afgelopen tien jaar door hun eigen regering zijn genegeerd en op een schandalige manier zijn afgeknepen.’

In het titelessay, ‘Overpeinzingen: lessen en leermeesters’, somt Smith een aantal familieleden en vrienden op en kent die nogal generieke eigenschappen toe: ‘Mijn moeder. Energie, levenskracht, charisma. De bron: een onverwoestbare kinderlijkheid. Die ik met haar deel.’ Dit is taal die naar zelfhulp en gemakzuchtig sentiment neigt, maar het werkelijke probleem is dat de opgesomde figuren voor de lezer niet gaan leven. Ze blijven schetsjes van losse woorden.

Lockdown

Wat er op die paar zwakke plekken in de bundel misgaat, is dat Smith haar romanschrijversinstinct verzuimt aan te spreken. Waar dat wel gebeurt, begint de tekst meteen te vlammen. In ‘Lijden als Mel Gibson’ verbeeldt ze een hele reeks individuen die elk op hun eigen manier onder de lockdown lijden. De eenzamen, de mensen in een huwelijk dat hen de strot uit komt. De acteur die niet mag acteren. Een weduwnaar, een alleenstaande moeder. Of: ‘Getrouwde scheidingsadvocaten vliegen elkaar in de haren over de vraag wie wanneer mag werken. De kinderen van ouders wier scheidingen door diezelfde advocaten zijn geregeld worden nu door lege straten heen en weer gereden tussen het ene isolement en het andere, een metafoor voor de dwaasheid van menselijke relaties die ze waarschijnlijk nooit zullen vergeten.’

Dat is prachtig geschreven, je lijkt als lezer bovendien plots in de wereld van Smiths drukbevolkte romans beland te zijn. Dat effect bereikt ze ook in het essay ‘Screenshots’, een serie portretten met titels als ‘Een dame met een hondje’ (hoi, Tsjechov!), ‘Een jongen op een hoverboard’ of ‘Een tante bij de halte van bus 98’. Die vignetten bruisen van levendige details, humor en scherpzinnig psychologisch inzicht.

‘Minachting als virus’

‘Screenshots’ eindigt met een postscriptum getiteld ‘Minachting als virus’. Hier richt Smith zich op de raciale problemen in de VS, in een essay dat zich laat lezen als een prozagedicht, met een sonoor, beukend ritme. ‘Patiënt nul van dit virus stond vierhonderd jaar geleden op een slavenschip neer te kijken op de zwetende, bloedende, kermende massa in het ruim en ontwikkelde met terugwerkende kracht een emotie — minachting — uit een situatie die hij, de patiënt, zelf had gecreëerd. Hij keek naar de mensen die hij had geketend en merkte op dat zij het type mens waren dat ketenen droeg. Zo anders dan andere mensen. Angstaanjagend anders!’

Dat zijn woorden die nog lang blijven nazinderen. En dan is het jammer dat dit ‘gesprek met de goede vriendin’ Zadie Smith al na 105 bladzijden ten einde is.