De dingen die voorbijgaan...

NRC Schrijfwedstrijd 549 lezers stuurden een kort verhaal naar NRC’s Achterpagina. Vijf verhalen sprongen eruit. Nummer twee: met De dingen die voorbijgaan....
Foto Getty Images

Zorgvuldig draaide ze de deur op slot. Even voelen of hij echt dichtzit. Macht der gewoonte. Van binnen moest ze glimlachen. Het was immers niet meer belangrijk. Ze had hier met plezier gewoond, meer dan tien jaar. Umami zou haar missen, elke ochtend een schoteltje melk op het balkon.

Een appartement met uitzicht had ze gezocht. De spelende kinderen in het perkje, alle auto’s die voorbij reden. Daar hield ze van. Vlak na de oorlog al had ze haar rijbewijs gehaald. Een eigen auto zat er pas veel later in, toen ze huisarts werd. Een tweedehands Borgward. Dat was een goede keus geweest. Auto’s waren haar hobby. Ze was getrouwd met haar werk én haar auto, zeiden ze bij haar afscheid. Nu bijna dertig jaar geleden.

Het ging niet meer. Vijf jaar geleden had ze haar vervaalde oranje Saab weggegeven aan een neefje. Ze had zich erop getrakteerd toen ze stopte met werken. Vóór die tijd was het elke twee, drie jaar een nieuwe auto. Alfa, Citroën, Triumph, Volvo, van alles. Europese auto’s kon ze nog goed herkennen, Japanners waren niet meer te doen.

Ze schuifelde een kwartslag om de rollator te kunnen pakken. Het werd steeds moeilijker om op stoom te komen. Het stoepje af en door het verlaten perkje. De zon trok lange schaduwen, het was nog steeds warm. De wieltjes knerpten in het grind. Door de dunne zolen van haar pantoffels voelde ze alle steentjes.

Ze groette de buxus bij de ingang, de rozen en natuurlijk het Monument van een Vergeten Gebeurtenis. Zo Vergeten dat het er nog steeds stond. Het liefst zou ze daarvoor een buiging willen maken, maar ja… Ze dacht aan Marc van Paul van Ostaijen. Het was al lang geleden dat ze jong was geweest. Bovendien was het avond, de avond van haar leven.

Tussen het perkje en de stoep stond een chicane van twee elkaar deels overlappende hekken. Om de vaart eruit te halen dacht ze, weer met een glimlach. Een stap naar voren, dat ging nog wel, maar in de bochten kwamen haar voeten steeds in de knoop. Ze bleef staan aan de rand van de weg en keek.

Het begon te schemeren, de auto’s flitsten voorbij. Sommigen hadden hun lampen al aan. Naast het zebrapad stond de paal met het knopje. Als je daarop drukte werd het na een paar minuten groen. Maar ze drukte niet. Ze keek naar de auto’s. Dát was een Volkswagen, vast de vader van een gezinnetje. Een Volvo, dat konden de oude buren wel zijn. Kijk, een Citroën, altijd aardige mensen. Een BMW, ze zette af. In haar laatste blik zag ze het boze gezicht van de bestuurder en dacht: „Het is goed zo.”

Praten over zelfdoding kan anoniem via de chat op 113.nl, of bel 113 of 0800-0113
Lees hier de verantwoording van de jury van de zomerwedstrijd. „Wat opviel aan de inzendingen: veel vrouwen, wonend in lommerrijke villawijken, brachten met genoegen hun partner om.”