Opinie

Waarom heb ik deze Nederlandse schrijfster nú pas ontdekt?

Michel Krielaars

‘Uit!’ riep ik enigszins verslagen toen ik de roman De herinnerde soldaat van Anjet Daanje kort na middernacht dichtsloeg. Drie weken lang had ik er vrijwel iedere avond in zitten lezen, tot ik mijn ogen niet meer open kon houden. Want ik wilde doorlezen, ook al kon ik niet meer. Ik sliep zelfs niet goed van de verwikkelingen in Daanjes boek, zo geobsedeerd was ik door haar hoofdpersonen Julienne en Amand Coppens, zo goed vond ik het verhaal waarmee ze me tot op het laatst in spanning hield, zo intrigerend de erotische verhaallijn die ze door alles heen weefde.

En nu was ik ineens aan het einde van dat meeslepende verhaal over een verwarde Vlaamse frontsoldaat die vier jaar na de Eerste Wereldoorlog terugkeert naar zijn gezin. Julienne heeft hem teruggevonden in een Gents gesticht, waar hij met geheugenverlies wordt verpleegd. Aan de dokters daar vertelde ze dat ze hem herkende aan het litteken bij zijn haargrens. Ja, zei ze, deze man was haar Amand. Maar hij op zijn beurt herkent haar niet. De vraag wat er met hem en haar in de oorlog gebeurd is, houdt je daarna meer dan 500 bladzijden lang bezig. Als ik aan die scène in dat gesticht terugdenk, kruipen de koude rillingen opnieuw over mijn rug .

Ik begon aan De herinnerde soldaat nadat Thomas de Veen er op 10 april in deze krant een lovende recensie over had geschreven. Net als ik vroeg hij zich af waarom Daanje, een Groningse schrijfster en filmscenarist met acht andere romans op haar naam, pas opviel toen ze met De herinnerde soldaat op de longlist van de Libris Literatuurprijs was beland.

In 2006 had criticus Kees ’t Hart in het tijdschrift Literatuur_3 weliswaar zijn verbazing uitgesproken over de gebrekkige aandacht voor het werk van Daanje, maar ook dat leidde niet tot haar landelijke ontdekking. Inderdaad, zoals ’t Hart opmerkte, het was een schande. Want De herinnerde soldaat behoort een bestseller te zijn en hoog in De Bestseller 60 te staan, ver boven Lucinda Riley en Rutger Bregman – wat een paar weken na de recensie van Thomas de Veen ook gebeurde, met twee herdrukken als gevolg. Maar dan nog! Waar blijft die grote prijs? Waar blijft die literaire eer die alleen lezers je kunnen geven? Want De herinnerde soldaat behoort tot de wereldliteratuur, en dat kun je van weinig andere Nederlandse romans zeggen. Alleen al die originele stijl, met zinnen van soms een halve pagina lang en dat almaar herhalende ‘En toen…, en toen…’, dat nooit gaat vervelen als je er eenmaal vat op hebt. Het maakt De herinnerde soldaat tot een werk van on-Nederlandse kwaliteit.

Gelukkig gaf een bevriende ex-uitgever antwoord op mijn vraag waarom Daanje zo onbekend was gebleven. „Moet je luisteren”, zei ze. „Ten eerste is het die ‘en toen, en toen’-stijl. Daardoor zou het boek tien jaar geleden niet eens als literatuur zijn erkend. En dan is het boek ook nog heel dik en is het bij een kleine uitgeverij verschenen die niemand kent.”

Ik was geschokt door haar woorden en schaamde me behalve voor de vooringenomenheid van mijn vakgenoten ook voor mijn eigen onoplettendheid. Als boetedoening ga ik de komende maanden de eerdere romans van Anjet Daanje lezen, die bij uitgeverij Thomas Rap zijn verschenen en het grote publiek evenmin hebben bereikt. Het lijkt me absoluut geen straf om te ontdekken wat ik al die jaren heb gemist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.