Recensie

Recensie Muziek

Andris Nelsons laat Rachmaninoffs ‘Tweede symfonie’ gevaarlijk vonken

Klassiek Voor het Concertgebouworkest staat deze week Andris Nelsons, die geldt als dé kandidaat voor het chef-dirigentschap. Zijn Rachmaninoff leidde tot extatisch voetgetrappel, maar er waren ook wat bedenkingen.

Het Concertgebouworkest met dirigent Andris Nelsons.
Het Concertgebouworkest met dirigent Andris Nelsons. Milagro Elstak

Staande ovaties mogen niet meer: dan hebben mensen de neiging naar elkaar toe te bewegen. Maar de ontlading na de uitvoering van Rachmaninoffs Tweede symfonie door het Concertgebouworkest was woensdagavond zodanig dat het publiek vanzelf een nieuwe vorm van bijval-in-de-overdrive uitvond: voetgetrappel met bravo-uitroepen.

Voor Andris Nelsons (41), in de wandelgangen beschouwd als dé wenskandidaat voor het chefschap van het Concertgebouworkest, was het zichtbaar een opluchting. Het welkomstapplaus na zijn weinig glamoureuze coronaopkomst via de zijdeur had nog iets stroefs; het (vaste) publiek leek vooral blij het orkest weer te zien. Maar met Rachmaninoffs Tweede symfonie – zo’n stuk dat je meesleurt langs de rafelranden van de ziel: piekerige krochten én dansante pieken – wist Nelsons de sfeer te kantelen.

Lees ook: Andris Nelsons lijkt ideale kandidaat voor chefschap KCO

Was het dan een concert zonder bedenkingen, een luisterervaring die je ervan doordrong dat Nelsons inderdaad de droomkandidaat is? Niet steeds. Vooropgesteld: Nelsons is een geweldige dirigent; als hij zijn linkervuist balt en met zijn rechterhand geconcentreerde cirkels draait, krijg je een geconcentreerde karamelklank die weinigen hem nadoen. Van alle kandidaten lijkt hij – leeftijd, ervaring, roem, talent – ook zeker de meest geschikte. Maar het vele reizen tussen o.a. Leipzig, waar hij zeker tot 2022 chef is, en Boston (ook tot 2022, aldus zijn agent) eiste een tol, zoals de registratie van een wat futloos nieuwjaarsconcert met de Wiener Philharmoniker eerder dit jaar uitwees.

Aangrijpende tederheid

Gedurende de quarantainemaanden verbeterde Nelsons zijn conditie: hij oogt nu weer vitaler en grijpt niet meer voortdurend met zijn linkerhand naar de leuning van de bok. Maar ook deze uitvoering van de een uur durende Tweede symfonie verloor soms even focus, vooral in het slotdeel.

Toch zag je ook dat zowel het orkest als Nelsons genoten van de uitvoering – en sloeg die energie ook over. Het orkest, in grote bezetting, zat verspreid op het maximaal uitgebouwde podium, de koperblazers tot hoog op de schuine podiumtribune. Vergeleken met de uitvoering van zijn mentor en voormalig KCO-chef Mariss Jansons liet Nelsons de aanzetten in het ‘Allegro molto’ lekker gevaarlijk vonken, op het scherpst van de snede. In het ‘Adagio’ ontlokte hij het orkest een aangrijpende tederheid – met dank aan prachtige solopassages.

Het Concertgebouworkest maakte woensdag de nieuwe directie bekend. Nu de chef nog. Met Andris Nelsons erbij zou het orkest de toekomst in kunnen met een nieuw team van ervaren veertigers.