De troost van een knotwilg of kastanjeboom

Boomkunst Op twee tentoonstellingen dit najaar staan bomen centraal. Het Dordrechts Museum biedt met ‘Diepgeworteld’ ruimte aan zes eeuwen Nederlandse boomschilderkunst. In Museum Voorlinden is de boomkunst van Giuseppe Penone te zien.

Vincent van Gogh, Oever met bomen, 1887.
Vincent van Gogh, Oever met bomen, 1887. Foto Kunsthandel de Boer

Ver hoefde de twintigjarige Floris Verster, in 1881 nog student aan de Haagse academie, niet te lopen om een onderwerp te vinden voor een schilderij. In de tuin van zijn ouderlijk huis aan het Rapenburg in Leiden vond hij een robuuste boomstam, met lekkere knoesten en kale takken, die hij met snelle penseelstreken op het doek zette. Het is moeilijk te zeggen wat voor soort boom het is, omdat het bladerdak buiten beeld is gevallen, maar ik gok op een kastanje. De groen uitgeslagen stam helt lichtjes naar links en beslaat bijna de helft van het schilderij, erachter is alleen nog ruimte voor wat saaie bakstenen muurtjes en het dak van de Pieterskerk.

Tuin van de kunstenaar aan Rapenburg 40, Leiden

Floris Verster

Als je via de satellietbeelden van Google Maps in de tuin van Rapenburg 40 gluurt, zie je de kruinen van drie fikse bomen. Grote kans dat Versters stam daar nog steeds staat. Zwevend over de Leidse gracht vraag je je ook direct af waarom de schilder niet even naar de overkant van het water is gelopen, waar in de Hortus Botanicus een keur aan exotische bomen te vinden is. Maar Verster stond erom bekend dat hij niet erg reislustig was. Ook later, toen hij was neergestreken op het landgoed Groenoord in het noorden van Leiden, kwam hij zijn tuin zelden uit.

Versters schilderij Tuin van de kunstenaar aan Rapenburg 40, Leiden is een van de zeventig werken die dit najaar te zien zullen zijn op de tentoonstelling Diepgeworteld. Bomen in de Nederlandse schilderkunst in het Dordrechts Museum. De expositie, georganiseerd ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van de Bomenstichting, omvat zes eeuwen aan boomschilderkunst. Vaak trokken kunstenaars als Jan van Goyen, Jacob van Ruisdael, Jan Weissenbruch, Jacoba van Heemskerck en Charley Toorop hiervoor de stad uit, om in boomgaarden en langs rivieren de mooiste exemplaren te portretteren. Maar soms, zoals in het geval van Verster, lag de inspiratie dus gewoon middenin de stad.

Floris Verster was een kluizenaarstype, een huismus. Hij zag het schone in alledaagse dingen als een verzameling lege flessen, een bosje half verlepte bloemen of een schaaltje eieren. Misschien is die liefde voor het kleine, het nabije, wel de reden dat zijn schilderijtje van de boomstam me zo weet te ontroeren. Nu we door de coronapandemie steeds vaker aan huis gekluisterd zijn, vallen opeens dingen op waar we normaal niet zoveel aandacht voor hebben.

Zo zag ik tijdens de lockdown dit voorjaar mijn eigen Leidse tuin haast met nieuwe ogen. Eerst kwam de Japanse kers uitbundig tot leven. En kort nadat die zijn roze blaadjes over het gras had uitgestrooid, begon de gouden regen geel te worden. Daarna deed de vijgenboom van zich spreken – drie jaar geleden had die nog het formaat kamerplant, nu was het opeens een serieuze boom met bladeren als schotelantennes. Hij was volwassen geworden zonder dat ik het door had gehad.

Lees ook over de grote bomententoostelling in Parijs vorig jaar: Deze expositie bewijst het: bomen zijn mooi, lief en goed (en wij niet)

Witte paardekastanje

Voor mensen die de deur niet uit kunnen, kan een boom een levensader vormen met de buitenwereld. De liefde van Anne Frank voor de witte paardekastanje die ze vanaf haar onderduikadres door het zolderraam kon zien, is misschien wel het bekendste voorbeeld. Toen in 2005 bekend werd dat de boom ernstig ziek was, heeft de Anne Frank Stichting kastanjes laten rapen en opkweken om zo de nazaten te kunnen schenken aan scholen en organisaties wereldwijd. Precies op tijd, want vijf jaar later knakte Annes boom om tijdens een storm.

Ook beeldend kunstenaars hebben in het verleden vaak bomen gebruikt als symbolen van hoop of vrede. Zo staat in de Leidse Hortus een nazaat van de enige kakiboom die de atoombom op Nagasaki overleefde. De Japanse kunstenaar Tatsuo Miyajima plantte het stekje in 2000 om de herinnering aan de oorlog levend te houden en tegelijk een boodschap van hoop uit te dragen. Ondanks alle radioactieve straling was het deze boom toch maar gelukt om vruchten te geven en zo uit de as te herrijzen.

Vele jaren eerder, op de Documenta in 1982, had Joseph Beuys al van zich doen spreken met zijn project 7000 Eichen. Met als motto ‘bebossing als verlossing’ wilde de Duitse kunstenaar de stedelijke omgeving van Kassel weer groen maken door het verspreiden van zevenduizend eiken. Het planten van een boom, vond Beuys, kon gezien worden als een creatieve daad, het maken van een sculptuur. Ieder mens kon dat, want ieder mens was in zijn ogen immers een kunstenaar.

Voor Vincent van Gogh vormden bomen vaak troost in tijden van depressie. In zijn brieven aan zijn broer Theo is te lezen hoe de eenzame schilder de bomen als zijn kameraden zag en ze haast menselijke eigenschappen toedichtte. „En in de hele natuur, in bomen bijvoorbeeld, zie ik expressie en een ziel”, schreef hij in december 1882. Zijn leven lang zou Van Gogh bomen blijven schilderen, van de karakteristieke knotwilgen in Brabant tot aan de cipressen van de Provence. „Ach, mijn lieve Theo, kon je maar de olijfbomen zien in deze tijd van het jaar!”, schreef hij vanuit Arles in april 1889. Een jaar later, op 29 juli 1890, zou hij in Auvers-sur-Oise zijn laatste schilderij maken van een groepje grillige boomwortels, om vervolgens zelfmoord te plegen.

Lees ook ‘Deze boomwortels verbeelden Van Goghs strijd op leven en dood’

Op de tentoonstelling in Dordrecht zal een landschap te zien zijn dat Van Gogh in het voorjaar van 1887 schilderde toen hij in Parijs woonde. In de Franse hoofdstad schilderde hij graag verliefde stelletjes in de Tuilerieën, al had hij steevast meer aandacht voor de bomen in het stadspark dan de mensen. Maar liever nog trok hij met zijn schildersezel de stad uit, het groen in. Op een van die trips schetste hij bij de Pont de Clichy – waar nu een drukke jachthaven zijn naam draagt – de toen nog kale oevers langs de Seine. Het is een doekje dat straalt van het licht. In de verte is de skyline van Parijs te zien, maar Van Gogh had alleen maar oog voor een iel boompje – een berk wellicht? – op de voorgrond. Net als bij Floris Verster is het de stam die de hoofdrol speelt in deze compositie. Kaarsrecht houdt hij stand op de zanderige bodem.

Zuilen als boombast

Door de eeuwen heen heeft de boom vaker als inspiratiebron voor kunstenaars, dichters en architecten gediend dan welk ander thema ook. De Oude Grieken verwezen in hun tempelbouw al naar de dragende kracht van de boom, met zuilen die gegroefd waren als boombast en bekroond werden door kapitelen als boomkruinen. De spitsbogen en ribgewelven van gotische kathedralen groeiden richting de hemel, als de takken van bomen – iets wat de Nederlandse kunstenaar Marinus Boezem in 1987 weer inspireerde tot zijn Groene Kathedraal in een bos bij Almere. In vrijwel iedere cultuur of religie neemt de boom een belangrijke plaats in, van de boeddhistische Bodhiboom tot de Scandinavische Yggdrasil en de bijbelse Boom des Levens.

In de Middeleeuwen werden bomen, hoe realistisch ook, door schilders vrijwel uitsluitend in een bijbelse context geschilderd. Dat veranderde in de Renaissance, mede dankzij de Italiaanse dichter Petrarca die in de vroege veertiende eeuw vol bewondering de schoonheid van de natuur beschreef nadat hij de Mont Ventoux had beklommen. Maar pas in de zeventiende eeuw, zo toont straks de expositie in Dordrecht, ontwikkelde de landschapsschilderkunst zich tot een zelfstandig genre.

Met een haast wetenschappelijke precisie bestudeerden schilders als Jan van Goyen en Salomon van Ruysdael oude eiken en wilgen langs de waterkant, ieder blaadje afzonderlijk met hun penseel aanstippend. Bomen met karakter zijn het, met allemaal een eigen gezicht. Als ze er nu nog zouden staan, na al die eeuwen, zou je ze direct herkennen.

Jacoba van Heemskerck van Beest, Twee Bomen, 1908-1910
Foto Kunstmuseum Den Haag
Giuseppe Penone, Ripetere il bosco (To Repeat the Forest), 1968-1997.
Foto Archivio Penone
Jan Toorop, Oude eik in Surrey, 1890
Foto Stedelijk Museum Amsterdam
Boven: Jacoba van Heemskerck van Beest, Twee Bomen, 1908-1910. Onder: Jan Toorop, Landschap met vaart (de kastanje boom), 1894. Midden: Giuseppe Penone, Respirare l’ombra (To Breathe the Shadow), 2008, 1968-1997.
Foto Kunstmuseum Den Haag, Archivio Penone

Jaarringen

Voor de Italiaanse kunstenaar Giuseppe Penone (1947), aan wie Museum Voorlinden dit najaar een grote tentoonstelling wijdt, is de boom zowel onderwerp als materiaal. Hij tovert schors om tot brons of verandert leer in bast. Hij pelt de jaarringen van een boom af, net zo lang tot het stekje bloot komt te liggen waarmee het ooit begon – als een tijdreis naar de kinderjaren van de boom.

Penone maakt bronzen bomen die zo bedrieglijk echt zijn dat je erop moet tikken om te voelen dat het kunstwerken zijn. In de Tuilerieën in Parijs ligt een enorm exemplaar op zijn zij, alsof hij net tijdens een zomerstorm ontworteld is. Ook in Nederland heeft de Italiaan zijn sporen nagelaten, in de tuinen van Museum Kröller-Müller, Kasteel Wijlre en landgoed Clingenbosch van Voorlinden-oprichter Joop van Caldenborgh. Langs de Westersingel in Rotterdam staat Penones imposante beeld Elevazione, een bronzen boom die met zijn wortels bevestigd is aan vijf levende bomen en zo ieder jaar wat hoger de lucht in wordt getild.

Maar Penones mooiste bomenwerk is misschien wel zijn allereerste: Continuerà a crescere tranne che in quel punto (‘Het zal door blijven groeien behalve op dit punt’) uit 1968. Hiervoor omklemde Penone met een ijzeren afgietsel van zijn hand een jong boompje in de Italiaanse Alpen. In de jaren die volgden groeide de boom stoïcijns door, om de ijzeren houdgreep heen, als een symbool van de veerkracht van de natuur. Inmiddels zal de boom de hand allang verzwolgen hebben. Wat rest is een fossiel van een aanraking door een kunstenaar.

Diepgeworteld. Bomen in de Nederlandse schilderkunst. 11 nov t/m 5 april in het Dordrechts Museum. Inl: dordrechtsmuseum.nl Giuseppe Penone. 28 nov t/m 5 april in Museum Voorlinden, Wassenaar. Inl: voorlinden.nl