Tien tips om als kunstenaar aan geld te komen

Tien tips Een kwart van de kunstenaars overweegt omscholing. Maar misschien zijn er nog wel andere mogelijkheden om inkomsten te vergaren binnen de kunsten. „Laten we kijken wat er wel kan”.

Scène uit Groeten van Gerri van Frank Lammers.
Scène uit Groeten van Gerri van Frank Lammers. Foto Merlijn Doomernik

Steeds meer kunstenaars geven het op en gaan, vanwege de coronacrisis, op zoek naar ander werk. Recent onderzoek wijst uit dat een kwart van de zzp’ers omscholing overweegt of zich al heeft laten omscholen. Ondertussen doet de cultuursector, die voor zo’n 60 procent draait op zzp’ers, het ene beroep na het andere op politiek Den Haag om meer steun te krijgen. „Je kan praten tot je een ons weegt, maar dat werkt niet”, legt acteur Frank Lammers desgevraagd uit door de telefoon. „Ik wil niemand beledigen, maar we moeten iets harder nadenken over wat er wel kan.” Daarom tien manieren en ideeën hoe kunstenaars aan inkomsten komen dit kalenderjaar.

1. Kijk naar wat er wel kan

Toen duidelijk werd wat de coronamaatregelen allemaal onmogelijk maakten, werd Lammers recalcitrant. Hij besloot een film te gaan maken. De voorstellen uit Den Haag zijn niet door mensen uit het vak bedacht, vindt hij. „Het idee van dertig man in een schouwburg, is een belediging voor het vak.” Hij besloot het anders te doen. Met de Deense thriller Den Skyldige in zijn hoofd, die gefilmd werd in één kamer van een alarmcentrale, besloot hij een film te maken vanuit een appartement in Eindhoven.

Groeten van Gerri is het geslaagde resultaat en te zien op Netflix. Lammers speelt een docent die viral gaat wanneer hij vergeet zijn online les af te sluiten en in zijn onderbroek danst voor de camera. „Het begon met goodwill. Er was geen budget, iedereen werkte in eerste instantie voor niks. Toen het lukte en de film een succes werd, kreeg iedereen alsnog geld en dat heeft voor niemand slecht uitgepakt. Het is een model waarvan ik het mooi zou vinden als dat straks vaker wordt gehanteerd: je betaalt naar rato en een percentage als de film er eenmaal is. Een bakker bakt ook eerst zijn brood.”

2. Ga uit van de maker en niet van het instituut

De exposities van beeldend kunstenaar Anne Wenzel werden afgeblazen. En dus zijn er geen openingen, waardoor je niet in contact komt met verzamelaars, en niet aan je netwerk kan werken. Het was voor Wenzel aanleiding om met een groep kunstenaars te gaan werken aan Kunstambassade Rotterdam. Via een website kunnen geïnteresseerden kijken welke kunstenaars er zijn, rechtstreeks een bezoek op hun atelier boeken en zien zij welke werken te koop zijn. Het idee is dat de opbrengst voor het volle pond naar de kunstenaar gaat.

Wenzel: „Er ontstaat zo een directe link tussen producent en consument. Kunstinstituten zijn belangrijk, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar de overheidssteun die zij ontvangen, wordt vooral gebruikt om hun eigen organisatie overeind te houden. Ook zullen de komende tijd minder vaak nieuwe exposities geprogrammeerd worden. Tijd dus om rechtstreeks ons werk aan ons publiek te tonen.”

3. Doe het niet alleen, maar verenig je

Beeldende kunst is een individueel vak, en dat wordt onder deze omstandigheden nog eens extra duidelijk, stelde Anne Wenzel vast. „Het probleem is dat makers individuen zijn en niet met één stem spreken. Als de overheid niet naar de individuele maker wil luisteren, hebben wij maar één optie: verenig je, zodat je stem gehoord wordt. En steun elkaar daar waar het kan.”

4. Overweeg ruilhandel en sluit een loyaliteitspact

De Vlaamse danser, theatermaker en zanger Jaouad Alloul was een van de artiesten die in de Brakke Grond in Amsterdam meewerkte aan de Peepshow Palace, een ‘corona-proof’ theater. „Nu werk ik aan The Last Mermaid, een soloshow die ik in het Engels ga doen.” Hij merkte dat het belangrijk was om anderen om hulp te durven vragen, en werkte mee met brainstormsessies. Of het ooit iets oplevert, merkt hij later wel. „Bied je diensten aan, overweeg ruilhandel en sluit een loyaliteitspact. Ik werkte mee aan een video van Charlotte de Cort, die 4 september uitkomt. Er komt vast een tijd dat we nog veel mooie dingen gaan maken.”

Zanger en theatermaker Jaouad Alloul.

Foto Andreas Terlaak

5. Schrijf een opera, hou de cast klein

De flamencogitarist Eric Vaarzon Morel wilde voor zijn 65ste jaar drie opera’s hebben geschreven. In 2010 was de eerste er: El Greco de Toledo. Voor zijn tweede opera wilde hij zich richten op het verhaal rondom de schilder Caravaggio. „Dat was zo’n boef, daar zit een prachtig libretto in.” Caravaggio Furioso, de werktitel van de ‘flamenco-rockopera’, staat inmiddels in de steigers. „In 2010 was er een cast van dertien man, dat is nu niet handig. Hoe kleiner je je voorstellingen maakt, hoe beter, dat hoor je in de wandelgangen.” Er vielen veel optredens weg – Vaarzon Morel had veel concerten rondom de Ronde van Spanje: de start van de Vuelta zou in Utrecht geweest zijn. Hij besloot de vrijgekomen ruimte te gebruiken om te creëren, in plaats van uit te voeren. Naast het schrijven van de opera nam hij een nieuw album op. De kans bestaat dat hij zijn derde opera inderdaad voor zijn 65ste heeft gecomponeerd (hij is nu 59). „De derde zal over Goya gaan, en de vierde, die ik ook nog ga maken, moet dan over Picasso gaan.”

Flamencogitarist Eric Vaarzon Morel

Foto Merlijn Doomernik

6. Doe mee met coronakunstwedstrijden

Er zijn prijsvragen, wedstrijden en oproepen om mee te denken hoe kunst eruit moet zien ten tijde van corona. Zo zocht de BNG Bank Theaterprijs 2020 voorstellen voor producties ‘op maat van de anderhalvemetersamenleving’ en schreef het Centraal Museum een prijsvraag uit voor artistiek onderzoek naar de herinnering aan epidemieën en de rol van kunst en kunstenaars daarbij.

Theatermaker Emma Berentsen schreef een pitch voor coronaproof theater. „Ik ben al langer bezig met hoe je theater inclusiever kunt maken, ook voor mensen met mentale of fysieke beperkingen en over hoe je online kunt performen. Het idee hoe je kunst op een andere manier kan brengen, dat is waar ik in de toekomst meer mee bezig wil zijn.”

7. Ga schilderen

Toen de lockdown net begon, viel er eigenlijk wel wat druk van de schouders van zangeres Janne Schra, omdat er toch ook altijd spanning is wanneer de optredens beginnen. Dat gevoel verdween weliswaar vrij snel, vertelt ze, maar ze besloot de ‘doe-kant’ meer op te zoeken. Schilderen deed ze altijd al, en het idee om ooit in platenzaak Concerto in Amsterdam te exposeren was er eveneens. In september is het zover: zeefdrukken, schilderijen en tekeningen zijn daar de hele maand te zien en te kopen. „Ik ben best introvert en die kant krijgt nu meer ruimte. Een deel van me staat graag op het podium, maar een deel ook niet. Als de lockdown vorig jaar was geweest, was ik nu depressief geweest, toen hadden we zo’n geweldige tournee. Wat dat betreft was het een geluk dat ik nu net meer in een andere fase zat.” In de ‘doe-fase’ maakte Janne Schra ook een Nederlandstalig album dat in maart 2021 gelanceerd zal worden.

Schilderij van Janne Schra

8. Durf te falen

Anne Wenzel kon in de coronatijd enkele opdrachten afmaken die ze nog had staan („tip aan gemeentes: deel meer opdrachten aan kunstenaars uit”). „De concentratie die ik nu heb, is uniek. Anders ben je toch veel bezig met reizen en regelen. Ik ben daarnaast aan de slag gegaan met een project rondom Francis Bacon en ik wilde onderzoeken hoe je figuren in een architectonische ruimte kan plaatsen. Ik kon experimenteren, begaf me op onbekend terrein en had ruimte om te falen. Het vacuüm als kans, waardoor ik artistiek enorme stappen gezet heb.”

9. Verleg de locatie van je optredens

In Spanje is dat al gebruikelijk, vertelt Eric Vaarzon Morel: naar een optreden buiten luisteren met een drankje en wat eten. „Als het goed is, wordt er dan ondertussen naar je geluisterd. In Nederland wordt veel minder gewerkt met zomerprogramma’s. Het gebeurde nu opeens een beetje omdat de zalen deels open mochten. Ik heb het voordeel dat ik met grote gezelschappen werk, maar dat ik ook solovoorstellingen maak. Ik ben nu een eenmansband die buiten optreedt, in de beeldentuin van het Singer Museum in Laren en laatst in een orangerie. In de toekomst ga ik me meer richten op zomervoorstellingen en buiten concerten geven.”

10. Ontdek andere kwaliteiten in jezelf

Theatermaker was altijd het „hoofdding” van Emma Berentsen. Toch had ze naast het maken van theater altijd al bijbaantjes omdat ze niet verbonden is aan een huis of aan vaste subsidies. In maart werkte ze nog als regie-assistent, maar dat hield door corona op. „Ik had wel eens vertalingen gedaan, maar daar ging ik me nu meer op toeleggen. De gevoeligheid voor de taal is aangewakkerd. Nu moet dat heel precies natuurlijk. Als ik voor theater schrijf, ga ik veel vrijer om met de taal. Maar voor het vertaalwerk moet ik veel op- en uitzoeken en dat zorgt ervoor dat ik elke dag nog iets van de Nederlandse taal leer waarvan ik denk: dat kan ik later gebruiken in mijn theaterteksten.”