Recensie

Recensie Beeldende kunst

Schelpen en slakkenhuizen als duizelingwekkend mozaïek

Tentoonstelling Op ‘Other.Worldly’ in het Fries Museum proberen twintig hedendaagse kunstenaars het mysterie van de zee te doorgronden.

Beeld uit de film ‘(Un)common Intimacy’ uit 2018 van Jessica Segall.
Beeld uit de film ‘(Un)common Intimacy’ uit 2018 van Jessica Segall. Ruben van Vliet.

Ze herbergen witte walvissen – misschien. Watervallen – zeker. Hooggebergten – ook. Heel veel onbekende diersoorten – natuurlijk – en een onnoemelijk aantal verdronken zielen. Oceanen, machtige rivieren en zeeën zijn al sinds mensenheugenis een bron van leven, dood en fantasie. „It’s not down on any map”, schreef Herman Melville in Moby-Dick; or the Whale, „True places never are.”

Het zou het motto kunnen zijn van de aansprekende, maar inhoudelijk wat magere groepstentoonstelling Other.Worldly die in het Fries Museum in Leeuwarden te zien is. Want alle twintig hedendaagse kunstenaars die curator Hanne Hagenaars uitnodigde, proberen in hun werk het mysterie van de zee te doorgronden of op z’n minst aan te raken, in de wetenschap dat ze het echte raadsel nooit zullen oplossen.

Persoonlijke mythologie

Daarom gebeurt het aanraken als terloops, zoals Femmy Otten doet in een serie van vier zeeschilderingen waarin ze de huid van het zoute wateroppervlak afwisselend laat lijken op de schubben van een onbekend dier, een sprookjestapijt of op de lucht boven het water (Eyes on the Horizon, 2016). Voor Kinke Kooi is de zee een gedachtenoefening die leidt tot abstracte tekeningen met figuratieve elementen. Knalkleurige wulpse vormen doen denken aan mosselen, parelsnoeren, exorbitante vrouwelijke geslachtsorganen en voiles van wier. Ook Paul Beumer verbeeldt vooral een persoonlijke mythologie wanneer hij op zoek gaat naar zoiets fragiels als ‘zeeglas’. Beumer beschilderde met Searching for Seaglass (2020) de vloer van een museumzaal met Oost-Indische inkt en graveerde daar vormen en figuren in. Onderwateranemonen, schelpvormen, slakkenhuizen en misschien ook glas vormt onder je voeten een duizelingwekkend, ogenschijnlijk vloeibaar mozaïek.

Kinke Kooi, Geboorte van Venus, (2018, acrylverf, potlood en pen op papier). R.H. Goedewaagen

Postapocalyptische tsunami

Naast dit soort toverachtige werken is er ook ruimte voor het prozaïsche, ondubbelzinnige en hardvochtige. Meteen aan het begin knalt een film van het Zuid-Afrikaanse/Britse kunstenaarsduo Broomberg & Chanarin de kijker tegemoet: in een gedigitaliseerde animatie grijpen en verbrijzelen de kaken van een Siciliaanse grijpmachine de wrakke bootjes waarmee Afrikaanse vluchtelingen proberen Europa te bereiken.

De Koreaanse Mire Lee maakt met slijmerig glanzende glycerine, staal, een motor en siliconen slangen een postapocalyptische tsunami zichtbaar die giftig is en verstikkend (Andrea, Ophelia, and the Endless House, 2018).

Het hoogtepunt van de tentoonstelling – en kandidaat om te worden aangekocht door het museum – is het monumentale werk Osedax (2010), van het Amerikaans/Nederlandse duo Ellen Gallagher en Edgar Kleijne. Voor de 16mm-projectie die gaat over het fenomeen ‘walvisval’ en vernoemd is naar de borstelworm die huist in naar de bodem van de oceaan gezonken walvislijken, is een complete donkere kamer gebouwd. Op de wanden daarvan worden beelden geprojecteerd die kort na elkaar oplichten. Een borstelworm komt niet in beeld, een walvis evenmin, de bodem van de oceaan is pikdonker. Dat maakt dat wat Osedax toont, ook vanwege de repetitieve muziekscore, alles kan zijn: leven, dood, zee, land, geschiedenis en toekomst, alles hand in hand, niets gaat ooit verloren.