Opinie

Ook kleine denkers hadden invloed op ons

Floor Rusman

‘Door wie ben je beïnvloed?’ is zo’n vraag die mensen elkaar graag stellen. Als antwoord noemen ze vaak grote namen. Martin Luther King, Obama – op Twitter heb ik zelfs meermaals Aristoteles voorbij zien komen. Wie ben ik om die antwoorden in twijfel te trekken, en Aristoteles is vast heel inspirerend. Maar het kan niet het hele verhaal zijn. Tegen de tijd dat je die grote denkers leert kennen, ben je vaak allang gevormd door de woorden en daden van kleinere denkers en door schijnbaar onbeduidende gebeurtenissen.

Laatst rook ik de geur van vers asfalt en ik was meteen terug in 1997, in een auto op een bergweg die werd vernieuwd. Op de bijrijdersstoel zat een kennis van mijn ouders, een vrouw die in elk geval in mijn kinderogen hoogbejaard was. Zij draaide haar raampje omlaag, stak haar neus naar buiten, en zei: „Mmmmm. Zo lekker, de geur van vers asfalt.”

Wow, dacht ik. Als je blijft genieten van dingen als de geur van vers asfalt, is het leven ook op hoge leeftijd nog de moeite waard.

Misschien was ik extra alert op deze gedachte omdat mijn tante jaren eerder in mijn poëziealbum het gedicht ‘Wees een vriend van kleine dingen’ had geschreven. Daarin stond dat je gelukkig was als je een ‘vriend’ was van dingen als ‘heldere regendruppels’ en ‘blijde zonneschijn’ – tamelijk cheesy, maar voor een kind toch indrukwekkend.

Zo waren er meer mensen die indruk maakten met een simpele daad. Mijn kleuterjuf bijvoorbeeld, die – in het bijzijn van haar kleuterklas – trouwde in een rode trouwjurk met een rode hoed. Wees origineel, zei zij met haar outfit.

Mijn erudiete en intimiderende leraar Latijn, die, toen ik hem beter leerde kennen, zijn boeken en dvd’s op kleur bleek te sorteren, en die met mij liever sprak over de serie Gilmore Girls dan over de intellectuele gespreksonderwerpen die ik zorgvuldig had voorbereid. Subtekst: een echte intellectueel hoeft zich niet te bewijzen.

En naast de mensen waren er natuurlijk boeken. Ester Naomi Perquin beschreef laatst in een prachtig stuk waarom Olle van Guus Kuijer het belangrijkste boek is in haar leven. Inderdaad: waarom zou een kinderboek onderdoen voor ‘echte’ literatuur?

Als klein kind was ik gek op het prentenboek Klop, klop, wie is daar, over een grote beer die alle verdwaalde dieren opvangt en voedert in zijn gezellige boshuisje.

Als puber las ik het liefst de Zweedse jeugdboekenschrijver Per Nilsson, vanwege zijn fascinatie voor toeval. Als je te veel inzoomt op toeval kan alles betekenisloos lijken, maar Nilssons personages slaagden erin juist betekenis te ontlenen aan gebeurtenissen die voortkwamen uit willekeur.

Was ik dezelfde persoon geweest zonder de boeken van Per Nilsson? Had ik minder belang gehecht aan gastvrijheid als ik niet honderd keer Klop, klop, wie is daar? had gelezen?

We kunnen onze alternatieve levens nooit kennen. Maar wat we wel mogen aannemen: hoe wij de wereld bekijken, waarnaar onze aandacht uitgaat, wordt beïnvloed door het toevallige stuiten op anderen – of dat nu grote of kleine denkers zijn, naasten of passanten, en of ze nu diepe inzichten te berde brengen of juist de grootste clichés.

Floor Rusman is redacteur van NRC. Vanaf volgende week schrijft zij elke woensdag een column op pagina 2.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.