Opinie

Netflix is voor de cultuurvreter niet genoeg

De dreiging van de coronapandemie hangt ook over het nieuwe culturele seizoen. Waar kun je nog heen, als gretige cultuurconsument?

Joyce Roodnat wilde er eigenlijk niet aan, die livestreams. Maar wat doet ze als er voor Lille opeens code oranje geldt?
Joyce Roodnat wilde er eigenlijk niet aan, die livestreams. Maar wat doet ze als er voor Lille opeens code oranje geldt? Illustratie XF&M

De nieuwe James Bond gaat in elk geval door. No Time to Die heet hij toepasselijk, en twaalf november is de premièredatum, dat staat vast. Alhoewel…

Niets staat vast. Ik heb tickets gereserveerd voor de giga-overzichtstentoonstelling van William Kentridge in Lille. Heerlijk vooruitzicht, volgende maand is het zover. Maar wat doe ik als voor Lille ineens code oranje geldt? Is dit een ‘noodzakelijke reis’? Heb ik er tien dagen quarantaine voor over?

Alles is anders. Dit weekend opent het nieuwe culturele seizoen, gewoontegetrouw ontrolt zich de Uitmarkt. Niet met de kraampjes en de gezellige drukte. „De Uitmarkt bij je thuis” werft een radiospot – terwijl het idee van kunst en cultuur is dat je uit gaat, speelt de Uitmarkt zich grotendeels online af.

De dreiging van de Covid-19-pandemie die iedereen van de sokken heeft geblazen, hangt ook over het aanstaande cultureel seizoen. Het is vreemd hoe snel het allemaal went. Ik weet hoe kunst en corona werkt, met de anderhalve meter afstand, de jas onder de stoel (garderobe is dicht) en haastig aangeschafte toegangskaarten (want alles zit snel ‘vol’). Ik weet ook dat kunst en cultuur op de tocht staan, terwijl ik meer dan ooit besef hoezeer kunst eten en drinken is voor hart en geest, de beste uitweg uit après-lockdown-lamlendigheid en corona-moe zijn. Ik weet verder dat het nog geruime tijd zo zal blijven (in ‘altijd’ geloof ik niet). En ik weet al helemaal waarom ik het van de zotte vind dat het Fonds Podiumkunsten in zijn adviezen vooral de provinciale aanvragen afwimpelde met geen geld bij een positieve beoordeling. Het publiek in de provincie juist nu afschepen met de verzekering dat de randstedelijke groepen dat wel recht zullen breien met hun tournees – wat een luguber besluit.

Niet zuur worden, nu. Even een voorstelletje: mochten mondkapjes betekenen dat er meer mensen van kunst kunnen genieten (en daar lijkt het op, als ik de berichten goed begrijp), laten we ze dan subiet gaan dragen in theaters, musea, bioscopen, concertzalen, poptempels. Als we dusdoende elkaar kunnen redden van kunst-deficiëntie en de kunstenaars van het faillissement, waarom niet?

Divannijlpaard

Het culturele seizoen gaat van start, en alles staat op scherp. Nu is dat altijd al zo bij kunst en cultuur. De bedoeling is dat je nooit zeker weet wat je mee zult maken. Daar komt dezer dagen bij dat het consequent onzeker is of iets wel door zal gaan. Maar dat is geen reden om er dan maar vanaf te zien en huismus of divannijlpaard te worden. Ja, het vierde seizoen van The Crown komt eraan, ik reken dat bij voorbaat tot een hoogtepunt van het culturele najaarsseizoen. Maar Netflix is niet genoeg.

Bovendien, tot nu toe maakte ik niet mee dat er iets werd afgezegd. Alles ging altijd wél door.

Ik ga naar de bioscoop. Het voelt wezenloos om verspreid over zo’n holle zaal te zitten genieten van een film. Hard lachen wordt ineens heel hard, bijvoorbeeld. Maar in Filmmuseum Eye is in zaal 2 de tribune weggeschoven en zit je op de vlakke vloer per twee bezoekers met een tafeltje ertussen. Vaasje bloemen erop, en een schaaltje snoep. Dat voelt knus, ook al kan nog niet de helft van het publiek erin.

De grote zaal daarentegen is een soort woestijn, met hier en daar een plukje mens. Maar daar wordt binnenkort wel The Brilliant Biograph vertoond, een fonkelende compilatie van de oudste filmbeelden uit de eigen collectie waarin het is of het verleden zijn vinger uitsteekt en je wenkt. Ik zag ’m en vergat waar ik was, want ik was in 1900.

In de musea is het nu juist lekker rustig – dat zeggen velen, en ik zeg het ook. Dat is een gemene opmerking, want ook voor musea betekent het Covid-19-harnas een ‘verdien’-model waarmee per definitie verlies geleden wordt. De zogeheten blockbusters zijn uitgesteld. Nou was er al een soort blockbustervermoeidheid. We willen graag de hoogtepunten zien, maar massaal schuifelen en nek-rekken doet daar veel aan af. De pandemie dwingt de musea zich af te vragen wat ze willen, behalve hun subsidies zeker stellen. Wie bedienen ze met die inzet op afgeladen zalen vol wereldberoemde, van over de hele wereld aangevoerde kunst? Het publiek of zichzelf?

Lees ook: In ‘Skylight’ ontleden twee geliefden hun voorbije relatie: ‘Zelfreflectie is doodeng’

Aankomend seizoen pakken de musea het anders aan, met allerlei ‘kleinere’ exposities. Ik verheug me al op de landschappen van John Constable in het Teylers Museum, en, om tegelijk triest en vrolijk te worden, William Wegmans weimaraner-hondenfoto’s in het Fotomuseum Den Haag.

Intussen kondigt het Concertgebouw in Amsterdam voor komende maanden koelbloedig 300 concerten aan, met plaats voor 350 bezoekers per concert in plaats van de normaal gesproken kleine 2.000. „Door de extra (been)ruimte ervaren veel bezoekers zelfs een waar vip-gevoel”, claimt het monter. Dat zal best. Met dank aan corona is eindelijk ook het einde van hoesten en proesten nabij. Dat wordt onderdrukt, het taboe is definitief, niemand wil verdacht worden van Covid. Maar het blijft eenzaam, een concert met lege stoelen om je heen. Muziek ervaren blijkt iets te zijn wat je liever met zijn allen doet, ook al bestaat ‘met z’n allen’ uit vreemden. Inhoudelijk is het op de concertagenda business as usual, met series en grote namen op de bok, alsof er niets veranderd is.

Maar alles is wél anders. Wie weet markeert dit seizoen als een overgangstijd naar een nieuwe verhouding tussen kunsten, kunstenaars en publiek.

Zie De Nationale Opera. Die presenteerde al jaren klapstukken van internationale allure aangezien de maatstaf ‘topkunst’ was (geïntroduceerd in de jaren tachtig). Die zijn voor dit seizoen noodgedwongen afgelast. De vrijgekomen ruimte valt nu toe aan jong talent en experimenten en het ziet er allemaal ineens veel wervelender uit. Een onverwachte naam als Jetske Mijnssen, die volgend voorjaar Anna Bolena van Donizetti regisseert, zal al langer in de pen zitten, maar past erbij. Alles bij elkaar leidt het wellicht tot een andere DNO dan het bastion voor bravo!-roepers.

Anders wordt ook het Nederlandse toneel, althans voorlopig. In de zomer kwam dat al snel met social distanced-voorstellingen, dat wil zeggen met monologen. Die zijn gretig opgepikt. Geen wonder – het is sensationeel om een acteur of actrice zich moederziel alleen te zien geven aan jou die daar geïsoleerd zit te kijken. Ik zag actrice Joy Delima uitblinken in haar Stamboom monologen en ik zal er als de kippen bij zijn om haar Julia te zien in Romeo en Julia bij het Internationaal Theater Amsterdam. De familievete van Capulets en Montagues wordt uitgevochten via dance battles – wat zweemt naar West Side Story, maar dan met solo’s.

Ik kan niet in de toekomst kijken, gelukkig niet, dit is niet the season of the witch. Maar er is niet veel glazen-bolkwaliteit voor nodig om te zien dat er, zolang we ons moeten indekken tegen Covid-19, een groeiend aanbod van kunst online zal zijn. Zie de Uitmarkt, zie ook het Nederlands Dans Theater dat kaarten voor voorstellingen zowel voor de zaal aanbiedt als per livestream.

Ik wilde er aanvankelijk niet aan, ik vond livestreams tweedehands, of knullig geregistreerd, of een reclameboodschap. Maar ik ben om. Laura van Dolron trok me over de streep met haar onthutsende livestream-voorstelling die echt alleen online kon. Pianiste Tomoko Mukaiyama maakte het af met haar gestreamde concerten, Gesamtkunstwerken van sensationele muziek en even daverend beeld. Als het zo kan, is het een geweldige nieuwe vorm met allerlei spectaculaire mogelijkheden waar we nog veel plezier aan zullen beleven.

De pandemie is eens voorbij, en dan wordt alles weer gewoon – maar niet zoals het was.