Reportage

In de Achterhoek klinken eindelijk de persoonlijke verhalen

Pioniers op het platteland De Achterhoek wordt al snel geassocieerd met Bennie Jolink, de motorcross en een cultuur waarin in naam van nuchterheid veel wordt weggeslikt. Maar door de hele streek lopen vrouwen voorop met het doorbreken van taboes over de kwetsbare kanten van het leven.

Jantien Klein Ikink: „Het werd tijd om ook mijn binnenkant te tonen.”
Jantien Klein Ikink: „Het werd tijd om ook mijn binnenkant te tonen.” Foto Eric Brinkhorst

Dat Jantien Klein Ikink (31) ‘storyteller’ van beroep zou worden, zag niemand aankomen toen zij als kind hele dagen „tot aan de knieën in de modder” over het erf van de boerderij van haar ouders scharrelde. Zijzelf evenmin. Haar verhaal begint dan ook precies zoals dat van veel kinderen die opgroeien in een plattelandscultuur. Over moeilijke onderwerpen spreekt men niet, alles wat afwijkt van de heersende norm is taboe. Geen wonder, zegt ze daar nu over: „Mijn ouders hebben nooit anders geleerd.” Het vroegtijdig overlijden van haar oudste broer, nog voor haar geboorte, wierp in haar jeugd een lange schaduw over het boerengezin in het Gelderse Vragender. Tussen de regels was het thema alomtegenwoordig, maar er echt over praten? „Dat gebeurde niet.”

De boerendochter moest eerst naar de andere kant van de wereld vertrekken voor ze er klaar voor was haar verhaal met de wereld te delen. Vanuit Australië verschijnt tussen de opgewekte niemendalletjes over haar bestaan als reisblogger een persoonlijk verhaal over hoe ze als tiener lichamelijk geblokkeerd raakte. „Doordat ik nergens over kon praten hebben die spanningen zich vastgezet in mijn lijf”, blikt ze terug op die tijd. „Het bleek om vaginisme te gaan, een psychische aandoening die tot pijn bij het vrijen leidt.”

Direct na publicatie hangt haar moeder aan de lijn, 15.000 kilometer verderop. Of ze dat blog metéén offline wil halen. Ze wilde haar dochter beschermen. „Ik kom mijn buren morgen weer tegen bij de supermarkt”, zegt ze tegen haar dochter. „Straks heeft iedereen het over jou.” Haar vader: „Waarom zou je jouw problemen neerleggen bij een ander? Je wilt hen toch niet tot last zijn?” Redenaties als deze zorgen er volgens Klein Ikink voor dat er in dorpen veel wordt weggeslikt en verzwegen. „ Ik had een fijne jeugd. Maar het hoge ons-kent-ons-gehalte dat het leven in dorpen zo mooi maakt heeft wél een keerzijde”, zegt ze daarover. „Daardoor blijft veel onbesproken. Neem vreemdgaan, of open relaties. Het zou me niet verbazen als dat in dorpen vaker blijkt voor te komen als in de stad. Maar het gaat er nóóit over. Althans, niet op een serieuze, eerlijke manier.”

Haar blog blijft staan. De reacties van andere jonge vrouwen die zich in haar verhaal herkennen zorgen voor een omslagpunt. Het wereldje van de reisbloggers begint haar bovendien steeds meer tegen te staan. „Je volgers vergelijken de buitenkant van een ander eigenlijk met de binnenkant van zichzelf. Dat vond ik niet langer eerlijk. Het werd tijd om óók mijn binnenkant te tonen.”

Lees ook: Dubbelleven op het platteland: de drank, de maïs en de ouderlingen

Biechten met publiek

Na een aantal jaar vanuit haar koffer levend de wereld te hebben doorkruist strijkt Klein Ikink begin 2019 neer in Lissabon. Daar neemt ze het stokje over van een andere ‘digitale nomade’ die avonden belegt waarop mensen elkaar op een podium, voor een publiek, waargebeurde verhalen vertellen: True Stories Told Live. Voor de vertellers het podium opstappen, worden ze door Klein Ikink getraind in het terugbrengen van hun verhaal tot een essentie van ongeveer tien minuten.

Een jaar later, de coronacrisis staat op het punt van uitbreken, besluit Klein Ikink dat ze wel even genoeg van de wereld gezien heeft. Ze gaat terug naar Vragender. Daar begint het te broeien. Wat zou er gebeuren als ze hier in het hart van de Achterhoek net zulke avonden zou organiseren als in mondain Lissabon? Híér, op het erf van haar ouders?

Maandag 6 juli is het zover. Omdat het weleens zou kunnen gaan regenen haalt haar vader zijn trekkers uit de halfopen schuur waar die geparkeerd staan. Er gaan wat hooibalen in voor het decor, er wordt een podium opgetuigd en tachtig stoeltjes neergezet. Tussen het sjouwen door schudt haar vader, zesde generatie melkveehouder Bennie Klein Ikink (65), weer het hoofd. „Ik vind het goed hoor,” zegt hij, „maar ik begrijp er helemaal níks van. Waarom zou je dit allemaal doen?”

De schuur zit ’s avonds vol met Achterhoekers, die zeven diep persoonlijke verhalen van streekgenoten krijgen voorgeschoteld. Overwonnen burn-outs, vastgelopen sekslevens, zelfmoordpogingen; de zware thematiek contrasteert scherp met de feestelijke bites en wijntjes die Klein Ikinks zus tussendoor uit haar vrolijk versierde foodtruck serveert. Toch zit het publiek – voor een belangrijk deel vrienden en familie van de sprekers – van begin tot eind geboeid op de stoelen. Een soort biechtsessies zijn het, maar dan met publiek. „Dat publiek zorgt als het ware voor de vergeving, de erkenning dat het goed is zoals het is”, zegt Klein Ikink.

De avond, in een schuur tussen de koeien, midden in het idyllische coulissenlandschap waar de streek om bekend staat, doorkruist de stereotiepe beelden die velen bij de Achterhoek hebben. Was dit niet het land van Bennie Jolinks rockgroep Normaal? Van vriendengroepen die al bij elkaar zijn sinds de zwangerschapsgym van hun moeders en tentfeesten die in het teken staan van Grolsch bier, høken en brommers kiek’n?

„Jazeker, maar toch: er is iets aan het veranderen”, zegt Linda van de Berg (43). „Overal staan interessante vrouwen op die de regio een ander gezicht geven.” Van der Berg is D66-raadscommissielid in de gemeente Oost Gelre en samen met een collega directeur van de Koppelkerk, een vrijplaats voor kunst en cultuur in Bredevoort. Ook zij doet mee aan de verhalenavond; ze vertelt over hoe ze 25 jaar rondliep met zware depressies en uiteindelijk zelfs ‘medisch uitbehandeld’ in een euthanasietraject kwam. Ze vertelt vanaf het podium hoe ze na anderhalf jaar bijna fulltime therapie alsnog de weg vooruit vond.

Nu klinkt ze als herboren, maar de weg naar herstel was – in een gebied dat zich juist op haar sociale cohesie laat voorstaan – lang en eenzaam. „Een collega die thuis van zijn ladder gevallen was en daarbij zijn heup gebroken had kreeg iedere week bezoek in het ziekenhuis. Ik kreeg tijdens mijn opname niemand te zien, men wist zich gewoon geen raad met iemand met psychische klachten. En toen ik op een dag weer aan het werk ging deed iedereen alsof er niets was gebeurd.” Men heeft het hier vaak over ‘dat soort mensen’ als het om patiënten uit de psychiatrie gaat, vertelt ze. „Alsof psychisch lijden een soort karakterzwakte is. Kop d’r veur, een schop onder de kont, morgen schijnt de zon weer. Dat soort dingen kreeg ik telkens te horen.”

Stigma’s over psychische problematiek zijn zeker niet exclusief voor de Achterhoek, wil Van der Berg benadrukken. Maar de ligging, vlak bij de grens in een groot gebied met relatief weinig zorgpersoneel en -voorzieningen, maakt mensen met psychische gezondheidsklachten volgens haar wel extra kwetsbaar. „Terwijl de landelijke trend in 2017 en 2018 een kleine daling liet zien, is het aantal zelfdodingen hier in die jaren gestegen, met respectievelijk 23 en 7 procent.” Het valt haar op dat de klinische afdeling van ggz-instelling GGNet in Winterswijk sinds 2017 gesloten is. „Voor dagopvang en langdurige opvang van het soort waar ik zelf door gered ben moet men naar Zutphen of Doetinchem, waar intussen lange wachtlijsten zijn ontstaan.”

Net als Klein Ikink probeert Van der Berg daarom zelf het gesprek „open te breken” over de kwetsbare kanten van het leven. Nu vanaf het podium, komend voorjaar – „als alles goed gaat” – middels een boek. Zodat er in ieder geval over gepraat kan worden en het thema uit de taboesfeer getrokken wordt. „In praktische zin staat men hier heel snel voor elkaar klaar. En bij voorspelbare ijkpunten als een huwelijk, een overlijden of een vijftigste verjaardag is de hele vriendengroep zo opgetrommeld. Maar moeilijke kwesties worden algauw gezien als sfeerbedervend. Zo kun je er ook beter niet iets van zeggen als het in zo’n groepje bijvoorbeeld over tieten gaat, op seksistische wijze. Want het is toch niet vervelend bedoeld.”

Lees ook: Aspirant-omroep wil het ‘Acherhoek-gevoel’ vertolken

Uitgesproken vrouwen

De dominante cultuur in de Achterhoek is, zo stellen beide vrouwen, „inderdaad nogal mannelijk”. Voor al te uitgesproken vrouwen was daarom lange tijd weinig plaats. Veertig kilometer verderop, in Almen, wordt deze zomer door Theatermakers Achterhoek aan een theatervoorstelling gewerkt die precies dat thema behandelt. Hier op het dorpsplein vond in 1472 de eerste heksenverbranding van Nederland plaats. In De heks van Almen wordt dit waargebeurde verhaal gereconstrueerd en tegelijk van een nieuwe laag voorzien, door de vraag op te werpen hoe de heksenverbrandingen in de eeuwen daarna nog altijd het beeld van vrouwen bepaald hebben.

Door de coronavoorschriften mocht maker Manja Bedner (53), die ruim tien jaar geleden van Amsterdam naar Almen verhuisde, de voorstelling niet in het Kamertheater bij haar in de tuin aan de rand van het dorp uitvoeren. „Maar toen stelde de wethouder voor: waarom doen jullie het niet op de plek waar het gebeurd is?” Het idee boezemde haar aanvankelijk angst in. „Ik vond het wel een veilig gevoel om het gewoon hier op het erf op te voeren. Wat zouden mensen ervan vinden dat ik zo’n nare geschiedenis uit het verre verleden weer oprakel? Wekenlang, in het midden van het dorp? Zouden ze mij niet te belerend vinden?” Ze liet het script – waar in een deel van de tekst dialect wordt gesproken – lezen aan een „autochtone Almense”. „Die zei, tot mijn grote opluchting, dat ik me nergens druk over hoef te maken. Ze vond het inspirerend.”

Actrice Marloes IJpelaar en Manja Bedner (zittend), werkend aan het theaterstuk De Heks van Almen. Foto Eric Brinkhorst

De Heks van Almen, een co-productie van Bedner met dramaturg/regisseuse Heleen Verburg (57) en actrice Marloes IJpelaar (25), is een stuk met een bedoeling. „Wat we willen bereiken is in de eerste plaats eerherstel voor deze vrouw, die moest boeten voor het feit dat ze een relatie met de pastoor had. Maar ook het beeld over hekserij, over heksen, wil ik transformeren. Daar bestaan veel vooroordelen over. Terwijl: het gewoon gaat om vrouwen met kennis van de natuur en een goede intuïtie. De katholieke kerk heeft hen veel onrecht aangedaan, maar het idee dat uitgesproken, zelfstandige vrouwen een gevaar vormen zit zo diep in ons allemaal.”

Toch zegt Bedner dat ze in het maakproces voortdurend „naar het licht” hebben gezocht. „Het is een stuk dat vooral laat zien dat er steeds meer ruimte is voor vrouwen die als het ware ‘uit de kast’ komen en hun intuïtieve, spirituele kant aan de wereld te tonen. Zo ontdekte ik dat voor de generatie van actrice Marloes de term heks helemaal niet zo negatief meer klinkt. Dat is hoopvol, vind ik.”

De ontdekking van zingeving en spiritualiteit springt ook tijdens de verhalenavond op het erf van de familie Klein Ikink in Vragender in het oog. „Juist door die existentiële laag te raken had ik rond mijn veertigste ineens toch een toekomst”, zegt Linda van de Berg bijvoorbeeld. „Dat hielp stukken beter dan pillen.” Jantien Klein Ikink, na vijf jaar omzwervingen in elk geval voorlopig weer terug in Nederland, hoopt dat haar avonden bijdragen aan een andere, meer open cultuur in haar geboortestreek. „Als je iemand op een podium een verhaal ziet delen kan dat een voorbeeld zijn om ook zelf je verhaal te delen. Op een manier en op een moment dat bij je past. Dat zie ik ook aan mijn eigen familie. Die hoeven echt dat podium niet op, maar we zijn door mijn verhalenavond wél in gesprek gekomen. En we begrijpen elkaar nu in elk geval stukken beter.”