Reportage

Hij loodste zijn bedrijf de kredietcrisis door: ‘Ik voel de opluchting nog elke dag’

Failliet. En dan? Bij de val van Lehman in september 2008 dacht Jurgen Kemps, directeur van Dongen Pallets, nog: het zal wel meevallen. Helaas: het bedrijf kwam onder bijzonder beheer, een ingevlogen adviesbureau werkte tegen en er moesten mensen uit. Zijn les: „Probeer het vooral niet alleen te doen.”
Stapels pallets op het terrein van Dongen Pallets in Midden-Brabant.
Stapels pallets op het terrein van Dongen Pallets in Midden-Brabant. Foto’s Bram Petraeus

Jurgen Kemps van Dongen Pallets wéét dat iedereen denkt: een pallet maken, da’s toch gewoon een stapeltje planken op elkaar timmeren? Maar zo werkt het volgens hem het dus niet.

Een palletvakman, legt Kemps uit, bedenkt dat hij paraffine op het uiteinde van de planken kan smeren, zodat die beter tegen de regen kunnen. Hij kan ook de klant adviseren over de juiste houtsoort: gewoon productiehout („de Fiat Panda onder de pallets”) of beukenhout („een Rolls Royce”). En hij verzint nieuwe concepten voor pallets, zoals kleinere formaten die je meteen in de supermarkt kan neerzetten, maar die nog steeds op vorkheftrucks passen.

Met pallets kun je véél, wil Kemps maar zeggen. Behalve misschien goed geld verdienen. Want zelfs de meest geavanceerde pallet blijft een laagwaardig product, met lage marges. Extreem laag zelfs: van oudsher maar 1 of 2 procent.

Financieel in het nauw

Bij Dongen Pallets in Dongen weten ze goed hoe snel het dan, ondanks innovatie, lastig kan worden tijdens een economische crisis. In 2009, kort na de kredietcrisis, kwam het familiebedrijf uit 1962 financieel in het nauw. Huisbankier ABN Amro plaatste Dongen Pallets onder bijzonder beheer. En directeur Kemps zag zich een paar jaar voor het vijftigjarig bestaan gedwongen om 20 van de ongeveer 85 werknemers te ontslaan.

Uiteindelijk zou het Brabantse Dongen Pallets de crisis overleven, en nu staat het bedrijf er beter voor dan ooit. Het bouwde de afgelopen jaren zelfs een eigen biomassacentrale. Maar daarvoor moest Kemps tussen 2008 en 2010 wel een slopende strijd leveren.

„Bij de val van Lehman in 2008 dachten we: dat zal wel meevallen”, vertelt Kemps, een vriendelijke vijftiger, in zijn kantoor op het fabrieksterrein. Op het gigantische complex worden pallets geproduceerd, gedroogd en gerepareerd voor allerlei klanten, van Heineken tot glasfabrieken. Vrachtwagens met hout rijden af en aan.

„Maar in de maanden daarna begon de crisis natuurlijk ook hier te spelen. De ene na de andere klant bestelde minder.” In 2007 haalde Dongen Pallets nog een recordomzet van rond de 25 miljoen euro. Rondom de jaarwisseling van 2008 naar 2009 zakte die in: er was een verlies van enkele miljoenen.

Kemps voorziet al snel liquiditeitsproblemen. Hij verzint een plan om kosten te besparen. Kunnen klanten bestellingen naar voren halen? Kan het bedrijf voorraden met korting verkopen? „Maar ook: hebben we te veel mensen in dienst? Toen dachten we: ja, bij deze omzet eigenlijk wel.”

Binnen bij de fabriek van Dongen Pallets. Foto’s Bram Petraeus

De bank is akkoord en Kemps gaat aan de slag. Maar al snel merkt hij dat er meer komt kijken bij het redden van een noodlijdend bedrijf dan een lijstje maatregelen afwerken.

Zo ontstaat er een hoogoplopend conflict met het Rotterdamse adviesbureau Krüger, dat op aanraden van de bank meekijkt: gebruikelijk bij bedrijven die onder bijzonder beheer vallen. Maar volgens Kemps probeert het bureau zijn familie – zijn zwager is ook actief binnen Dongen Pallets – uit elkaar te spelen. Krüger zou Kemps achter zijn rug om uit het bedrijf proberen te krijgen, om een andere manager aan te stellen.

Het klinkt als een sterk verhaal, maar Krüger blijkt die tactiek ook bij andere bedrijven te hebben toegepast, zo bleek uit onderzoek van het Financieele Dagblad in 2018. Krüger zelf laat nu weten niet op individuele gevallen in te gaan, maar zei in reactie op het FD zich niet te herkennen in het geschetste beeld. Kemps zet Krüger uiteindelijk, in samenspraak met ABN Amro, buiten de deur.

In tranen in de tuin

Ook de communicatie met het personeel valt Kemps zwaar. Tijdens het dieptepunt staat hij elke week in de kantine op een stoel te vertellen hoe het gaat – geen opbeurende speeches. Op de dag dat hij twintig mensen heeft moeten ontslaan, zit hij ’s avonds met „dikke tranen” in de tuin. „Mijn vrouw zegt: wat is er? Toen zei ik: dit ga ik nooit vergeten. Ik heb zelfs tegen iemand bij wie ik als kind nog bij op schoot heb gezeten, moeten zeggen: het stopt hier.”

Later kan Kemps weer een paar van die mensen aannemen. Want tussen de ruzies met Krüger door komen er kleine plusjes in zicht. De ABN Amro-man waar Kemps elke zes weken contact mee heeft, begint zelfs over een verbétering van de marge, naar drie procent. „Wij hebben hem toen uit fatsoen niet uitgelachen. Maar hij had gelijk, het is gelukt.”

Het was een les voor Kemps. „Achteraf gezien hadden we eerder in de kosten moeten snijden.” Het belangrijkste dat hij heeft geleerd: probeer het niet alleen te doen. Bespreek de problemen open en eerlijk met de commissarissen, met de bank en met het personeel. „Je moet slimme mensen om je heen verzamelen. Je kwetsbaar opstellen en niet bang zijn dat mensen je misschien een domme gans vinden.”

Je kan als directeur stoer doen dat je alles onder controle hebt, maar de mensen om je heen kunnen weer met andere manieren komen om kosten te besparen. Of om het bedrijf structureel te verbeteren. Door pallets naast fabrieken van grote klanten te gaan maken. Of het bedrijf te verdelen in drie divisies.

Uiteindelijk hielp dat allemaal om de omzet te verhogen tot 40 miljoen euro. Het maakt dat Dongen Pallets nu veel beter uitgerust is voor de coronacrisis – waar het naar eigen zeggen relatief weinig van merkt. Kemps: „We hebben erg veel klanten in de levensmiddelenindustrie. En eten en drinken doen we ondanks de crisis best stevig.” Het bedrijf heeft geen NOW-steun aangevraagd.

Buiten wil Kemps graag nog even de nieuwe biomassacentrale laten zien. De installatie die net klaar is, gaat kapotte palletonderdelen verwerken. De fabriek krijgt er warmte en elektriciteit voor terug. Dat dit na die paar lastige jaren mogelijk bleek, lijkt Kemps nog steeds nauwelijks te kunnen geloven. Hij glundert: „Ik voel de opluchting nog elke dag.”