Opinie

De klakkeloze aanpak van twee ideale zondebokken

Deradicalisering Amsterdam vermorzelde de carrières van twee mensen met hun religie als stok om mee te slaan. Ruimhartig eerherstel is noodzakelijk, menen Martijn de Koning, Amade M’charek, en Rachel Spronk.

Beeld Getty Images/Bewerking NRC

De gemeente Amsterdam beschuldigde ambtenaar Saadia Ait-Taleb in 2017 ervan voor 300.000 euro aan opdrachten verstrekt te hebben aan Said J., ‘een vriendje’. Ait-Taleb en J. werden begin juli vrij gesproken van alle aanklachten van fraude en belangenverstrengeling (om redenen van privacy zien we, ook al is hij onschuldig, af van het noemen van de naam van J.). De advocaat wilde dat het OM niet ontvankelijk werd verklaard omdat vrijspraak onvoldoende zou zijn om hun reputatie te herstellen. Wat rest zijn twee veelbelovende carrières die zijn stukgemaakt en een onthutsend inkijkje in een gebrek aan bestuurlijke verantwoordelijkheid. Deze donderdag vergadert de Amsterdamse gemeenteraad over de zaak Ait-Taleb.

Inmiddels weten we dat het hierbij ging om opdrachten voor een geheime campagne uit de koker van voormalig burgemeester Eberhard van der Laan. Deze mediacampagne, ‘de grijze campagne’ genoemd, diende moslimjongeren ervan te weerhouden het pad van radicalisering in te slaan. Om effectief en aansprekend te zijn, mocht niet bekend worden dat de gemeente erachter zat. Daarom werd het werk aan deze campagne in het geheim uitgevoerd.

Maar Ait-Taleb zou de spil zijn in een ‘Marokkanennetwerk’, in de termen van Telegraaf-columniste Nausicaa Marbe. Zij schreef over ‘gemeentemoslims’ en het ‘moslimkartel van de PvdA’ met de bijbehorende ideeën over cliëntelisme. Hoewel minder expliciet dan De Telegraaf namen andere kranten het idee over van vriendjespolitiek in het voordeel van mensen met Marokkaanse achtergrond. Anderen, zoals de leidinggevenden, bleven in de berichtgeving vrijwel volledig buiten schot.

Onberispelijke staat van dienst

Ait-Talebs religie was niet alleen in de media een stok om mee te slaan. Zo stond oud-burgemeester Van der Laan er aanvankelijk op dat religie buiten de campagne werd gehouden, maar hij sloeg volledig om. Onverbiddelijk trok hij de loyaliteit en betrouwbaarheid van een van zijn ambtenaren in twijfel, zo bleek uit een reconstructie in Het Parool: „Heeft het niet met je achtergrond te maken omdat je zelf moslim bent en de islam niet-bespreekbaar durft te maken?”

In weerwil van haar onberispelijke staat van dienst werd Ait-Taleb afgeschilderd als lichtgewicht met kwalificaties die we over geen enkele ambtenaar in dit dossier terugvinden. Daarentegen zijn de direct leidinggevenden van Ait-Taleb noch ter verantwoording geroepen, noch met strafontslag bedreigd.

Drie jaar (!) na de oorspronkelijke beschuldiging bleef in de aanklacht weinig over van die zeer zware aantijgingen. Het Amsterdamse OM bracht de aanklacht wegens valsheid in geschrifte terug tot „gedoe met drie rekeningen”. Het was het oordeel van hetzelfde OM dat aanvankelijk de beschuldigingen vanuit het stadhuis klakkeloos had overgenomen; dat geen onderzoek liet doen door de Rijksrecherche; dat op de hoogte geweest moet zijn van de grijze campagne maar dat ontkende. Het OM dat op z’n minst de schijn van belangenverstrengeling tegen had, ging een strafzaak voeren die, onder meer, ging over belangenverstrengeling.

Lees ook: Iemand moest de schuld krijgen

Onbetrouwbare overheid

Het handelen van gemeente en OM in deze zaak is onrechtvaardig en onbetrouwbaar te noemen. De reconstructie in NRC (Iemand moest de schuld krijgen, 24/8) serveert een schokkende beeld van de manier waarop ambtenaren wel weet hadden van de geheime campagne, maar niet hun collega’s te hulp kwamen. In een poging om politieke en publicitaire herrie over de grijze campagne af te leiden van degenen die bestuurlijke verantwoordelijkheid droegen, zijn de carrières van twee mensen stukgemaakt. Gezamenlijk walsten de gemeente Amsterdam en het Amsterdamse OM over hen heen. Hun leidinggevenden daarentegen, niet van Marokkaanse achtergrond, bleven bijna volledig gespaard.

Een duidelijker voorbeeld van institutioneel racisme dan deze casus is haast niet denkbaar. Met hun Marokkaanse en moslimachtergrond waren zij in het huidige islamofobe klimaat de ideale zondebok op het stadhuis en in de media. Ait-Taleb en haar omgeving werden gereduceerd tot het stereotype van ‘De Moslim’ en op basis daarvan aan de schandpaal genageld en veroordeeld. Vergelijkbare beelden zouden ook later weer worden gehanteerd, bijvoorbeeld in de gemeente Rotterdam bij aantijgingen tegen ambtenaren met een moslimachtergrond die zich met radicalisering bezighielden.

Aanzienlijke schade

De schade is dan ook groot. In de eerste plaats voor Ait-Taleb en Said J. zelf, die beiden persoonlijk en professioneel zwaar zijn geraakt. Maar ook voor de positie van andere moslims op wie de negatieve beelden afstraalden, en voor het vertrouwen in een rechtvaardige overheid.

Om een begin te maken met herstel dient er een onderzoek te komen naar de handelwijze en de integriteit van het Amsterdamse OM en het stadsbestuur. Het stadsbestuur dient Saadia Ait-Taleb en Said J. volledig en publiekelijk in ere te herstellen en excuses aan te bieden.

Ook de Amsterdamse gemeenteraad zal het boetekleed moeten aantrekken. Men heeft klakkeloos de beschuldigingen uit het stadhuis geslikt. Men heeft zelfs verzuimd om ook maar één kritische vraag te stellen. Nu Ait-Taleb en J. zijn vrijgesproken van alle aantijgingen in de strafzaak, is het tijd om schoon schip te maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.