Uit de aarde

NRC schrijfwedstrijd Aan de zomerschrijfwedstrijd van NRC’s Achterpagina deden 549 lezers mee. De jury selecteerde de vijf beste inzendingen. schreef Uit de aarde.

Foto Siese Veenstra

Uit de aarde in de bloempot stak een vinger.

Er scheen zonlicht op, de nagel was rood gelakt. Een los velletje aan de linkerkant van de nagelriem, je zou het er zo af willen bijten.

Het was een dikke bleke vinger. Een wijsvinger. Hij wees naar boven.

Verder was de vensterbank leeg. Eigenlijk was de hele kamer leeg, op die ene stoel na waar de kat op lag. Lam van de warmte.

Toen ik aan de vinger trok gaf hij niet mee. Hij zat vast. Alsof hij wortel had geschoten. De aarde was hard en compact. Er zat een scheurtje in de aarde en het leek alsof daar nog iets onder zat. Ook bleek. Hele kleine bruine vlekjes.

Door het raam achter de bloempot zag ik de strakke, paarsblauwe huizenblokken die ik op weg naar deze plek overal had gezien. Metalige luxaflex in alle kozijnen. Veel bloempotten. Kleine vierkante tuintjes waar in rechte stroken, gescheiden door wit grind, van alles groeide. Soms net ingeplant, soms al bijna rijp.

In mijn zak voelde ik de sleutelkaart van het huis. Glad en koel. Dit huis was nu dus van mij.

De eerste bewoners waren al vertrokken. Dat was jammer, ik had ze graag nog even ontmoet. Ze hadden hun kat achtergelaten. Ik wist nu weer dat dit in het contract stond. En ze hadden voor de nieuwe bewoner alvast de hulp in de huishouding op kweek gezet. Dat stond er niet in. Best attent. Dat hoefde ik dan niet meer zelf te doen. Alleen maar verpotten en daarna in de tuin voor het laatste stukje.

Ik hoorde de kat spinnen. Ik was ook tevreden.

Lees hier de verantwoording van de jury van de zomerwedstrijd. „Wat opviel aan de inzendingen: veel vrouwen, wonend in lommerrijke villawijken, brachten met genoegen hun partner om.”