Last-minute opera voor een nieuwe generatie

Opera Grote opera’s kunnen voorlopig niet. In plaats daarvan opent De Nationale Opera het seizoen onorthodox met ‘Faust [working title]’: een collagevoorstelling die makers Manoj Kamps en Lisenka Heijboer Castañon deze zomer razendsnel samenstelden.

Dirigent Manoj Kamps en regisseur Lisenka Heijboer Castañon begeleiden een repetitie van Faust [working title].
Dirigent Manoj Kamps en regisseur Lisenka Heijboer Castañon begeleiden een repetitie van Faust [working title]. Foto Milagro Elstak

Spannender zal de seizoensopening van een belangrijk operahuis zelden zijn geweest. De geplande voorstellingsreeks – Mefistofele van Arrigo Boito – kan niet doorgaan: te grootschalig, te internationaal, in geen enkel opzicht coronaproof. Dus wat kies je dan? Een kleinschaliger kameropera? Een galaconcert? Bekorte repertoirekraker op een parkeerdek of in het park?

Overal vinden operahuizen andere antwoorden voor dezelfde vraag. Bij De Nationale Opera zag de recent aangetreden Sophie de Lint haar eerste zelf geplande seizoen in rook opgaan. Ze koos de minst platgetreden weg en wendde zich tot muziektheatertalenten van de nieuwe generatie.

Mefistole is afgelast. Maar we willen wel een openingsvoorstelling bieden. De Nationale Opera moet leven, we zijn er voor de stad. Wil jij nadenken over iets alternatiefs, iets mét koor, orkest en Faust-thematiek?”

Faust, beroemd door de tragedie van Goethe, voert terug op een veel oudere vanaf de zestiende eeuw opgetekende legende. Geleerde verkoopt ziel aan de duivel (Mefisto) in ruil voor alle kennis, rijkdom en geneugten van het leven. Uiteindelijk vindt hij geluk/verlossing in goede daden.

Maker/regisseur Lisenka Heijboer Castañón (28) moet lachen als ze terugdenkt aan het telefoontje waarmee De Lint haar benaderde. De eerste coronamaanden waren voor Heijboer Castañón enerverend omdat ze overhaast moest terugkeren uit New York, waarna ook haar eerste repertoireregie – Mozarts La clemenza di Tito – kwam te vervallen. En toen kwam DNO met dit aanbod en begon een „snelkookpan van ideeën” te pruttelen die op 5 september moet leiden tot de voorstelling Faust [working title]: experimenteel muziektheater op basis van een mozaïek aan muzikale fragmenten.

Maker/dirigent is Manoj Kamps (31). Kamps is queer en non-binair (gebruikt afwisselend hen/hij/zij als voornaamwoord) en voor hen verviel vanwege corona een productie van La Traviata bij Opera North als associate conductor.

Lees ook dit interview met Manoj Kamps: „Ik wil andere verhalen, andere identiteiten.”

„Werken met Manoj stond hoog op mijn wensenlijst”, zegt Heijboer.

Kamps: „Ons eerste gesprek ging al de diepte in; met Faust raak je direct aan grote thema’s. Honger naar kennis. Het ‘eeuwig vrouwelijke’. En het Faust-archetype van de naar kennis en ervaringen hongerende mens. Is dat universeel, of puur westers?”

Heijboer: „We merkten dat we allebei vooral ‘aangingen’ van de vraag wat het betekent dat iemand die universele kennis überhaupt nastreeft. Kun je die wel verwerven? En tegelijkertijd dacht ik tijdens alle voorgesprekken ook steeds: shit, de klok. We hadden één week voor het eerste concept ingeleverd moest zijn.” Weer een lach – desondanks . „Het klinkt gek, maar met de stress valt het mee. Het is bovenal geweldig dit met zijn allen te mogen maken, bij een huis waar zoveel kennis en expertise voor handen zijn.”

Fysiek archief

De Nationale Opera is goeddeels leeg. Geen gangen vol solisten, geen drukte, geen normale préseizoen-reuring met verschillende voorstellingen die tegelijkertijd worden voorbereid.

Manoj Kamps: „Het is dramatisch, alles wat niet kan en wat nu niet doorgaat. Maar die leegte inspireerde ons ook. Of liever: de vraag die eruit voortkomt. Welke onbekende verhalen en alternatieve geschiedenissen kunnen worden verteld nu er plotseling ruimte ontstaat?”

Lisenka Heijboer Castañón: „Het lichaam als archief van verhalen en geuren en emoties: dat werd ons anker. Wie is er hier nu wel aanwezig? Welk fysiek archief draagt iedereen met zich mee?”

De veelheid aan mogelijkheden die dat uitganspunt bood, toomden Kamps („het moet ook weer geen bonte avond worden”) en Heijboer in met het boekje Herdenken herdacht van Simon(e) van Saarloos. Heijboer pakt het erbij. „Ken je het? Het behandelt hoe we in het Westen met herdenken omgaan; waarom herdenken we altijd maar één ding tegelijkertijd? Omarm overvloed, is één van de handreikingen. Als die overvloed chaos oplevert, mag die bestaan: dan is het juist een vorm van schoonheid.”

Confetti

Eén van de eerste repetities in de grote studio demonstreert het streven chaos te omarmen – en te ordenen. Op een whiteboard hangt een rits post-its met de eclectische line up van aria’s en fragmenten, stuk voor stuk gekozen door het artistieke team en de cast. Van liedjes van Chavela Vargas en Miriam Makeba voert het via aria’s van Händel en Chabrier naar Lili Boulanger, Claude Vivier en de gecancelde Arrigo Boito. Het kinderkoor had diens grootse Faust-muziek al ingestudeerd; daar niks mee doen zou zonde zijn.

De repetitieruimte zelf oogt als een uitdragerij van gebruikte decorstukken. Heijboer Castañón en team gingen ‘shoppen’ in de depots en ateliers van De Nationale Opera in Amsterdam Zuid-Oost. Een grote wenteltrap ging mee in de truck, een kleurrijke vis, een olifantenskelet, een muur met bloemetjesbehang. Daartussen staan kisten met kostuums en rekwisieten.

Lees ook: Deze jonge kunstenaars staan op het punt van doorbreken – en toen kwam corona

„We zijn nu drie weken bezig en komen nu pas aan repeteren in plaats van creëren toe”, zegt Heijboer Castañón. „Er gaat ook veel tijd op aan het regisseren van coronaprotocollen. Hoe beweegt het koor op de juiste afstand, welke kinderen zijn er ouder dan twaalf en welke jonger – zodat ze géén anderhalve meter hoeven te bewaren? Daar moet je allemaal rekening mee houden, en de regels veranderden steeds. Besef: toen we begonnen mocht er nog maar één iemand tegelijk zingen.”

Drie zangsolisten doen mee. Olga Busuioc was oorspronkelijk gecast als Margherita voor Mefistofele, Polly Leech en Martin Mkhize waren beiden de afgelopen twee jaar lid van de operastudio, ze keren nu terug als associate artists. Ook uit het koor treedt een sopraan op als solist: Fang Fang Kong.

Omdat ook hen werd gevraagd eigen lievelingsmuziek aan te dragen, is de line up van gespeelde stukken zo internationaal als de cast. We zien Busuioc met Lochlan Brown op accordeon losgaan op de Roemeense ballade Pâna când nu te iubeam – een scène die uitmondt in een feestje met serpentines, handgeklap en uitbundigheid. Een harde klap markeert de overgang naar de volgende scène. De bloemetjeswand stort neer en openbaart het achterliggende, volgende verhaal. „De opzet van de voorstelling is niet lineair”, zegt Kamps. „Je kunt verhalen op allerlei manieren vertellen.”

Voor Kamps zelf was toevoeging van een fragment uit Claude Viviers Lonely Child belangrijk. „Vivier is voor mij de allerbelangrijkste, door zijn levensverhaal en door zijn geweldige muziek.” Heijboer Castañón noemt Joy boy van de Afro-Amerikaanse Julius Eastman (1940-1990) als een van de betekenisvolste stukken uit haar ‘archief’.

Haagse bronnen

Achter de productietafel kijken regie-assistenten bezorgd op hun smartphones. Er komt weer een persconferentie door premier Rutte, fluisteren ze. „Maar waarschijnlijk is het alleen een waarschuwing, ‘aldus Haagse bronnen’. Laten we het hopen.”

„Onze voorstelling is door de opzet extreem persoonlijk geworden”, zegt Heijboer Castañón.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest zit in de bak. Geen tachtig man sterk, wel ruim veertig. „En eigenlijk bleek zelfs die beperking een bron van inspiratie”, zegt Kamps. „Met een klein orkest kun je geen grootschalige opera doen. Dan wordt het dus óf Mozart, óf je moet alles laten bewerken. Wij hebben componisten over de hele wereld aan het werk gezet om de gekozen fragmenten her uit te vinden.” Vijftien componisten leverden in twee weken tijd een uur aan muzikale bewerkingen. Brahms Schicksalslied voor koor en orkest klinkt nu met elektronica – en in het Tamil.

Repetitie voor Faust [working title]

Foto Milagro Elstak

Gaan de toeschouwers – in zeven voorstellingen ongeveer hetzelfde aantal als normaal op één avond – alle lagen snappen en waarderen?

Heijboer Castañón: „Elke voorstelling is op eigen wijze gelaagd, het publiek zal zeker niet alles herkennen. Maar dat is niet erg. Ooit waren het de regies die in opera voor opschudding zorgden, nu is dat meer de vertelvorm. Deze voorstelling is heel erg van 2020, in alles.”

De ultieme droom? Dat een proces als dit vaker kan en mag, zeggen beiden. Operahuizen zouden in hun normale programmering bewust een plekje moeten uitruimen voor een last minute-productie als deze. „Dan kan opera weer echt inspelen op de wat nu in de samenleving leeft en speelt.”