Amsterdamse universiteiten richten AI-onderzoekslab op met Huawei

Kunstmatige intelligentie Het Chinese Huawei investeert 3,5 miljoen euro in een samenwerking met de VU en UvA. Die zeggen zich bewust te zijn van de gevoeligheden van het project.
Een van de gebouwen van de VU in Amsterdam-Zuid.
Een van de gebouwen van de VU in Amsterdam-Zuid. Foto Koen van Weel / ANP

De Amsterdamse universiteiten VU en UvA richten dit najaar samen met het Chinese technologiebedrijf Huawei een onderzoekslab op voor kunstmatige intelligentie (AI). Dat bevestigen de universiteiten dinsdagochtend na berichtgeving van Het Financieele Dagblad. Het Chinese bedrijf investeert 3,5 miljoen euro in de samenwerking, die is goedgekeurd door het ministerie van Economische Zaken en Onderwijs, het ministerie Cultuur en Wetenschap (OCW) en de veiligheidsdiensten AIVD en NCTV.

Het doel van de samenwerking is het ontwikkelen van nieuwe zoektechnieken voor online zoekmachines. Zo moeten die meertalig worden, culturele verschillen herkennen en ‘conversationeel’ worden, oftewel: in gesprek kunnen gaan met de gebruiker om ingevoerde zoekopdrachten beter te begrijpen. Voor aanvang van het project worden via de universiteiten negen onderzoekers geworven voor een periode van twee jaar. Het contract met Huawei heeft een looptijd van vier jaar.

Bewust van risico’s

Projectleider en hoogleraar kunstmatige intelligentie aan de VU Frank van Harmelen zegt zich bewust te zijn van de gevoeligheden van een samenwerking met Huawei. Het Chinese bedrijf wordt wegens verdenkingen van spionage ten behoeve van de Chinese overheid in veel landen gewantrouwd. Zodoende is de aanleg van 5G-netwerken door het bedrijf controversieel. Huawei is daarmee spil in de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Ook het Nederlandse kabinet heeft zorgen geuit over Chinese spionage en nam afgelopen december voorzorgsmaatregelen tegen cyberspionage en sabotage via netwerkapparatuur.

Lees ook: Nederland kiest harde lijn tegen Huawei in 5G-netwerk

Na een gesprek met de Nederlandse ambassade in Beijing, hebben de universiteiten hun plannen daarom besproken met de twee ministeries. Van Harmelen: „Op uitnodiging van het ministerie van OCW hebben we vervolgens constructieve gesprekken gevoerd met de AIVD en de NCTV over het beheersen van de risico’s. Dat vonden zij een overtuigend verhaal.”

Van Harmelen wees daarbij op de volledige publicatievrijheid van de universiteiten, die ook tegenvallende resultaten van hun wetenschappelijke bevindingen mogen publiceren. Daarnaast komen alle mensen die in het onderzoekslab gaan werken in dienst van de VU en UvA, waardoor ze zich moeten houden aan de Nederlandse gedragscode voor wetenschappelijke integriteit. Verder worden volgens hem alle data op goed beveiligde universitaire servers gezet en draait het onderzoek nadrukkelijk niet om de aanleg van gevoelige 5G-datanetwerken en telecomapparatuur.

De keuze voor het Chinese Huawei is het afgelopen anderhalve jaar „geleidelijk gegroeid” na ontmoetingen op internationale conferenties, zegt de hoogleraar. „China is een opkomende kracht in kunstmatige intelligentie, het land investeert enorm in dit vakgebied. Huawei vindt ons AI-ecosysteem heel interessant omdat het gaat om twee sterke universiteiten die vooraanstaand AI-onderzoek doen. Naast Huawei werken we ook samen met grote westerse bedrijven zoals ING, Ahold en Elsevier en partijen zoals de Nationale Politie. Daarbij gelden dezelfde regels en waarborgen.”